In Nederland komen er steeds meer ouderen bij, die over het algemeen ook allemaal ouder worden; dit wordt de dubbele vergrijzing genoemd. Het is belangrijk dat hier op geanticipeerd wordt. Een groot deel hiervan blijft langer thuis wonen, maar de rest zal naar een verpleeghuis gaan. De verpleeghuiszorg is in Nederland goed op orde, toch kunnen meer aandacht voor het individu en kennisoverdracht naar de wijk ervoor zorgen dat ouderen zorg krijgen die van nog hogere kwaliteit is.

“Het is goed dat er over na wordt gedacht, maar er wordt nu veelal te negatief tegen deze dubbele vergrijzing aangekeken”, stelt Nienke Nieuwenhuizen, voorzitter van de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde Verenso. Volgens haar is dit echter onterecht. “We mogen dankbaar zijn dat we allemaal ouder worden, en over het algemeen worden we ook gelukkiger ouder.”

Veranderende zorgvraag

Meer ouderen zorgt ook voor een grotere druk op de verpleeghuiszorg. Nieuwenhuizen legt uit dat dit met name komt doordat de zorgvraag van mensen veranderd is. Aangezien mensen ouder worden en de gezondheidszorg steeds beter wordt, overleven mensen steeds meer zaken waar zij vroeger aan dood zouden gaan. “Tegelijkertijd zijn de verzorgingshuizen verdwenen, waardoor de indicatie voor de verpleeghuiszorg nu hoger is. Dit zorgt ervoor dat de benodigde zorg in verpleeghuizen nu veel complexer is dan vroeger.”

Nieuwenhuizen vertelt dat veel mensen bang zijn om naar een verpleeghuis te gaan, en daarom het liefst zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen. Dit is echter niet altijd het beste, soms heeft men zorg nodig en is thuis blijven wonen niet langer een optie om gezondheidsschade te voorkomen. Marie-Antoinette Bäckes, coördinator Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg, vult aan: “Een verpleeghuis is van oorsprong een instelling waar je naartoe gaat als je zorg en behandeling nodig hebt. Zorg die niet aan huis geboden kan worden.” Voorbeelden hiervan zijn zorg voor mensen met dementie, met ernstige somatische problemen of met een combinatie van verschillende beperkingen, ofwel comorbiditeit. Daarnaast is volgens haar de zorg voor ouderen per definitie complex, omdat iedere persoon anders is.

Ruimte en kennis

Om de toename van ouderen in verpleeghuizen het hoofd te kunnen bieden, is het noodzakelijk dat er voldoende plek gecreëerd wordt, aldus Nieuwenhuizen. Door de afbouw van de verzorgingsplekken is een gat ontstaan, dat op een goede manier opgevuld moet worden. Momenteel ziet ze veel wachtlijsten, en te lang wachten op de juiste zorg kan onomkeerbare schade tot gevolg hebben en veel persoonlijk leed, bij mensen en hun mantelzorgers. Volgens haar kan het gat op twee manieren gevuld worden. Allereerst moet de overheid goed bijhouden welke plekken er zijn en ervoor zorgen dat er meer plekken bijkomen. Daarnaast stelt ze dat de kennis en kunde uit de verpleeghuizen ook in de wijk beschikbaar moeten komen, zodat bepaalde zorgdiensten ook bij mensen thuis aangeboden kunnen worden. “Op deze manier kunnen we ervoor zorgen dat mensen niet naar het ziekenhuis gaan als het niet hoeft, en dat ze, met behoud van kwaliteit van leven zo lang mogelijk thuis wonen en geen verdere schade oplopen.”
Nieuwenhuizen legt uit dat daar waar ouderenartsen in de wijk goed samenwerken met huisartsen en de wijkverpleging, ouderen tot wel zes maanden later naar een verpleeghuis hoeven. En dat zou volgens haar het doel moeten zijn: mensen echt de zorg bieden die ze nodig hebben. Als dat thuis kan, dan ook thuis organiseren, als het in een verpleeghuis beter is, dan in een verpleeghuis.

Kwaliteitsslag

Omdat het belangrijk is dat ouderen die in de verpleeghuiszorg komen de juiste zorg krijgen, wordt er veelal gesproken over een benodigde kwaliteitsverbetering. Ondanks dat in Nederland de verpleeghuiszorg een van de beste van de wereld is, snapt Nieuwenhuizen wel dat men altijd op zoek is naar nog betere zorg. Dit komt voornamelijk doordat alle slechte voorbeelden het nieuws halen, en men altijd het beste voor zichzelf en hun naasten wil. “Wanneer je je kinderen naar school stuurt, wil je ook dat zij naar de beste school gaan. Er is echter maar één de allerbeste. Zo is het ook met zorg, het vinden van de allerbeste zorg is daardoor moeilijk.” Wat belangrijk is, is dat iedereen moet kunnen rekenen op een goede basiskwaliteit, net als op school. Men probeert dit te beschrijven, maar is niet altijd makkelijk. Belangrijk is dat ouderen niet bang worden om naar een verpleeghuis te gaan, vindt Nieuwenhuizen, omdat de zorg in Nederland erg goed is en in sommige situaties gewoon beter dan de zorg die men thuis kan krijgen.

De laatste tijd komt er, met het oog op de verhoging van de kwaliteit van ouderenzorg, steeds meer focus op het individu, waarbij men tracht echt aan te sluiten bij de wensen en kwaliteit van leven van de ouderen. Dit vindt Nieuwenhuizen een hele goede ontwikkeling, al ziet ze ook hier de complexiteit van in. Zorg op maat is voor iedereen het beste, maar hoe kan dit gebolwerkt worden? Bäckes ziet vanuit haar functie veel verpleeghuisinstellingen die bezig zijn met deze lastige maar belangrijke omslag van regels naar relaties, dit doen zij vanuit de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg.

Het individu centraal

Bäckes legt uit dat toen de verpleeghuiszorg ontstond deze vooral begon met grote zalen vol bedden. De laatste decennia is dit veranderd naar eenpersoonsappartementen met gemeenschappelijke woonkamers, waardoor de sfeer een stuk huiselijker en persoonlijker werd. Maar omdat tegelijkertijd een professionaliseringsslag heeft plaatsgevonden, waarbij de verpleeghuiszorg een echt vak is geworden, is er ook een toename ontstaan in het aantal protocollen, regels en richtlijnen. “Dit laatste werd versterkt doordat als er iets misgaat, de berichtgeving hiervan snel in de media terechtkomt, en door het willen voorkomen van risico’s.” Die combinatie heeft er volgens haar voor gezorgd dat binnen de verpleeghuiszorg vooral nog taakgericht gewerkt wordt bij protocollaire situaties.

“Op die manier zijn kwaliteitssystemen ontstaan, waarbij verpleeghuizen moeten aantonen dat zij aan alle eisen voldoen door alles vast te leggen.” Dit heeft er volgens Bäckes voor gezorgd dat men vervreemd is geraakt van de mens achter de ouderen, en de aandacht die zij verdienen voor wie ze zijn. Met een omslag van regels naar relaties trachten de verpleeghuizen nu weer zorg te bieden die aansluit bij wat voor de ouderen en hun naasten van betekenis is. Deze zorg begint bij de kennismaking. In dit gesprek voorafgaand aan de verhuizing kan gesproken worden over hoe iemand geleefd heeft. Hoe zag bijvoorbeeld iemands dag eruit? Het levensverhaal van de toekomstige bewoner kan op die manier meegenomen worden naar de nieuwe woning. “Het draait om die aandacht, en om het vervolgens kijken hoe het leven van de oudere zo goed mogelijk voortgezet kan worden in het verpleeghuis.” Vaak gaat het echt om kleine dingen, weet Bäckes, zoals een kopje koffie op bed of een zachtgekookt eitje.

Ook voor medewerkers is dat een positieve verandering, omdat zij niet hun beroep hebben gekozen om het registreren, maar om het zorgen voor de mensen. Door het levensverhaal van de bewoners te kennen en hier op in te kunnen spelen, krijgen zij weer meer plezier in hun werk, weet Bäckes. Natuurlijk is het lastig om iedereen zorg op maat te bieden, en zal het binnen ieder verpleeghuis zoeken zijn naar wat wel en niet kan. Waar het uiteindelijk om draait, is dat verzorgers samen met de bewoners en hun naasten op zoek gaan naar wat belangrijk is, om de zorg zo goed mogelijk te laten aansluiten bij wat beide partijen willen.