De opkomst van meisjes bij het landelijke vaccinatieprogramma tegen het HPV-virus is vanaf het begin niet zo hoog als verwacht. Dat is niet in het belang van de gezondheid van de meisjes in onze maatschappij, legt Gemma Kenter uit. Kenter is hoogleraar gynaecologische oncologie en lid van de commissie die de Gezondheidsraad adviseert over dit onderwerp.

Over de (on)veiligheid van de HPV-vaccinatie

Vanaf de invoering ruim tien jaar geleden is er discussie geweest over nut, noodzaak en veiligheid van de HPV-vaccinatie voor meisjes in het jaar dat zij 13 worden. De actiegroep Kritisch Prikken waarschuwde via sociale media voor de gevaren van deze vaccinatie, de industrie zou de Gezondheidsraad en de commissie die erover adviseert, hebben beïnvloed zonder dat er keihard bewijs voor zou zijn en dan is er nog het idee dat besmetting met HPV zou duiden op een seksueel losbandig leven.

Wat vindt Kenter van de argumenten van de actiegroep Kritisch Prikken? Er zijn op sociale media en daarbuiten veel verhalen te vinden over de onveiligheid van deze vaccinatie. Kenter: “Kinderen zouden er doodziek en kaal van kunnen worden en bovendien onvruchtbaar. Dat is onjuist. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) houdt al jarenlang bij wat aan bijwerkingen wordt gemeld. Incidenteel heeft een meisje wel eens last van bijwerkingen. Dat geldt voor iedere vaccinatie. Onvruchtbaarheid treedt wel op na baarmoederhalskanker, als de baarmoeder verwijderd moet worden.”

Wetenschappelijk onderzoek naar preventie

Dan is er het verwijt dat de commissie die de Gezondheidsraad adviseert, zich zou laten beïnvloeden door de industrie. De leden zijn echter onafhankelijk en baseren zich op wetenschappelijk onderzoek; om die reden is het aantal vaccinaties al teruggegaan naar twee in plaats van drie prikken.

Wat is er aan hard medisch bewijs voor de vaccinatie? “Belangrijk is dat medisch wetenschappelijk is aangetoond dat preventieve vaccinatie effectief is. Er is berekend dat als 80 procent van de meisjes zich laat inenten, dit tot de helft minder gevallen van baarmoederhalskanker leidt. Maar bovendien ook van de voorstadia daarvan, waarvoor in Nederland jaarlijks 17.000 vrouwen worden behandeld. Ook de sterfte aan baarmoederhalskanker zal dan met de helft afnemen.

Daarnaast is zeer waarschijnlijk sprake van kruisbescherming. Dat betekent dat de HPV-vaccinatie, die nu tegen de meest voorkomende virussen beschermt die verantwoordelijk zijn voor 70 procent van de daadwerkelijke infecties, ook zou beschermen tegen andere vormen van HPV.Hierover verwachten we de komende jaren meer duidelijkheid.”

En het losbandige seksuele leven dan waarmee de besmetting met HPV wordt geassocieerd? Kenter wijst erop dat voor de besmetting met HPV één partner al voldoende is. “De gevolgen van een HPV-infectiekunnen immens zijn, tot baarmoederhalskanker en het overlijden daaraan. Daarvoor kan die ene besmette partner al zorgen.”

HPV voor jongens

Inmiddels is er de nodige aandacht voor een andere ontwikkeling: de vaccinatie tegen HPV voor jongens. In de Verenigde Staten en Australië gebeurt het al. Kenter: “Het heeft twee mogelijke effecten als ook jongens ingeënt worden. Ten eerste kunnen zij meisjes niet meer besmetten. De groepsimmuniteit neemt zo toe. Ten tweede kan HPV ook bij mannen kanker veroorzaken: keelkanker en kanker aan de geslachtsorganen.” Een verschil met kanker bij vrouwen is er wel, legt zij uit. “Waar HPV bij 99 procent van de vrouwen verantwoordelijk is voor baarmoederhalskanker, is HPV bij de genoemde vormen van kanker bij mannen voor ongeveer 50 procent de oorzaak.” De gezondheidsraad zal zich over deze kwestie buigen en met een advies komen.