Het is voor veel vrouwen al van kleins af aan de gedroomde toekomst: een leuke partner vinden en een of meerdere kinderen krijgen. Een leven met kinderen lijkt in onze maatschappij vaak zo vanzelfsprekend, maar voor veel vrouwen en stellen loopt dit toch anders. Wanneer een stel eenmaal besluit zwanger te willen worden, lukt dit in 80 procent van de gevallen binnen een jaar. Wanneer een natuurlijke zwangerschap na een jaar nog steeds uitblijft, kan hier een medische reden voor zijn.

Grömminger: “Dan begint het toch te knagen: wat nou als er iets mis is?” De confrontatie met mogelijke vruchtbaarheidsproblemen en het leven van menstruatiecyclus naar menstruatiecyclus kan een grote deceptie worden. Het besef dat een basisfunctie van het lichaam wellicht niet goed functioneert, heeft effect op het zelfvertrouwen en bovendien kan de relatie met de partner door een uitblijvende zwangerschap onder druk komen te staan. “Seks kan een ‘moetje’ worden voor stellen die denken: als dit niet leidt tot zwangerschap, waarom doen we het dan?”

Natuurlijke gevoelens

Een emotionele tijd dus, voor zowel de man als vrouw, vervolgt Grömminger. Een voor de buitenwereld ogenschijnlijk onschuldige vraag naar de voortgang van de pogingen om zwanger te worden, kan dan ook heel vervelend zijn. Veel vrouwen krijgen bovendien te maken met gevoel ‘ingehaald’ te worden door vrienden, broers of zussen die wel kinderen kunnen krijgen. Gevoelens van jaloezie zijn daarbij heel normaal.

“Een mens is maar een mens en jaloezie is een menselijke reactie als een ander iets heeft wat jij graag wilt. Het is niet zo dat het een ander misgund wordt – het zijn de effecten van een diepgewortelde wens die niet uit lijkt te komen.” Grömminger benadrukt dat niemand zich hierover schuldig hoeft te voelen en dat het belangrijk is om als stel met elkaar te blijven praten. Er moet immers samen een weg worden gevonden in de ontstane situatie.. Op die weg moet dan ook ruimte zijn voor verschillende meningen en perspectieven: beide partners hoeven heus niet op elk moment precies hetzelfde te denken.

Vruchtbaarheidsbehandelingen

Omdat het doorgeven van nieuw leven voor velen een existentiële wens is, wordt waar mogelijk overgegaan op een fertiliteitstraject. Hiervoor kunnen stellen, maar ook alleenstaande vrouwen of lesbische stellen, zich wenden tot een fertiliteitskliniek. Met behulp van donorzaad, donoreicellen of zelfs een donorembryo kan alsnog op verschillende manieren geprobeerd worden op een kunstmatige manier zwanger te worden.

De beslissing om met behulp van een donor, al dan niet anoniem, zwanger proberen te worden, is ingrijpend, stelt Grömminger. Niet alleen staat het hele toekomstbeeld op losse schroeven, maar ook moet het leven worden aangepast aan een dergelijk traject. Vrouwen en stellen gaan een onzekere tijd tegemoet vol lange perioden van afwachten en hopen.

Toewijding en onzekerheid

Een periode waar de 38-jarige Marieke middenin zit. In 2013 meldde zij zich, als alleenstaande vrouw met een kinderwens, voor het eerst aan bij een fertiliteitskliniek. Aanvankelijk had ook zij het traditionele toekomstbeeld voor ogen: een relatie beginnen en op den duur kinderen krijgen. Echter, na een aantal korte relaties constateerde ze dat ze veel gelukkiger werd van een leven zonder partner. De kinderwens, aanwezig sinds haar pubertijd, bleef. In september 2014 begon ze daarom aan haar eerste fertiliteitsbehandeling met donorzaad: een intra-uteriene inseminatie (IUI), waarbij ‘opgewerkt’ zaad vlak voor de ovulatie hoog wordt ingebracht in de baarmoeder.

Het zaad moet vanuit de holte van de baarmoeder zelf de eileiders zien te vinden, alwaar de bevruchting moet plaatsvinden. Deze behandeling werd bij Marieke maar liefst elf keer uitgevoerd, maar bleef helaas bij alle pogingen zonder succesvol resultaat. Ze ging over op Intro Cytoplasmatische Sperma Injectie (ICSI), waarbij via hormoonsimulatie meerdere eitjes bij de vrouw tot rijping worden gebracht. Vervolgens wordt er één zaadcel rechtstreeks in elke eicel geïnjecteerd. Als hierna bevruchting plaatsvindt, worden een of twee embryo’s teruggeplaatst in de baarmoeder.

Drie keer werd Marieke zwanger, maar helaas ook weer drie keer zonder succesvolle voltooiing. Eenmaal beviel ze van een doodgeboren kindje en twee keer kreeg ze een miskraam. “Emotioneel is dit traject het zwaarst”, vertelt Marieke openhartig. “Allereerst is het natuurlijk het wachten op de eicellen, of die überhaupt geoogst kunnen worden. Vervolgens heb je geduld nodig om erachter te komen of er bevruchting heeft plaatsgevonden en als dat het geval is, begint natuurlijk de enorme spanning van het wachten op je cyclus: ben ik zwanger of niet?” Op het moment van interviewen bracht Marieke mooi nieuws: ze is opnieuw zwanger. Een spannende tijd breekt voor haar weer aan, vol goede hoop.

Goede vriend als donor

Marieke heeft ervoor gekozen om gebruik te maken van donorzaad van een goede vriend van haar. Ze kent deze vriend al tien jaar, en na enkele goede gesprekken over haar kinderwens, hebben ze samen besloten de stap naar een kliniek te zetten. “Mijn kind zal altijd weten waar het vandaan komt en hoeft daarvoor niet te wachten tot zijn of haar zestiende levensjaar”, motiveert Marieke haar keuze. Kinderen die uit kliniekdonoren zijn verwekt, mogen volgens de wet vanaf het moment dat zij 16 jaar zijn geworden contact opnemen met hun donor.

Marieke vindt het zelf een prettiger idee dat haar kind te allen tijde de vrijheid heeft contact te hebben met zijn of haar donor. Dat neemt niet weg dat het voor haar een zware, weloverwogen beslissing was om gebruik te maken van een bekende donor. Ze vergelijkt het doneren van zaad, en dus genen, met het afstaan van een nier. “Maar toen ik deze vergelijking maakte tegenover mijn goede vriend, was hij het hier niet mee eens.

Hij benadrukte dat ik me nooit bezwaard hoefde te voelen en dat hij dit graag voor me deed.” Wel zorgden de twee ervoor dat ze de zaak juridisch goed vastlegden. In een notariële akte lieten ze optekenen dat de vriend van Marieke de daadwerkelijke donor was. Zo kan voorkomen worden dat er later door de donor aanspraak wordt gemaakt op rechten en plichten of dat de moeder alimentatie wil claimen van de verwekker. “Natuurlijk vertrouw ik mijn donor en hij mij, maar het is altijd goed om de juridische kant ook goed geregeld te hebben.”

‘Ik wil vrouwen en stellen helpen’

De 41-jarige Joost besloot zelf zaad te doneren nadat hij in zijn omgeving een aantal keren te maken kreeg met vrouwen die niet op een natuurlijke manier zwanger konden worden. “Het kwam wel dichtbij. Omdat ik via hen hoorde dat een fertiliteitstraject niet gemakkelijk is en gepaard gaat met lange wachttijden, heb ik besloten om donor te worden. Ik ben gezond van lijf en leden, dus waarom zou ik niet iets voor ongewenst kinderlozen kunnen betekenen?” Joost ging niet over één nacht ijs en zorgde ervoor dat hij eerst goed over zijn voornemen sprak met zijn broer en een aantal vrienden. In Nederland ligt het maximum aantal kinderen dat met het zaad van één donor verwekt mag worden op 25.

Dat vond Joost toch wat veel, zeker in de wetenschap dat al deze kinderen vanaf hun zestiende jaar recht hebben op contact. “Daar stelde ik me dan toch een hele kleuterklas bij voor, gevoelsmatig is dat hartstikke veel.” In samenspraak met de kliniek waartoe hij zich had gewend, is besloten om met zijn zaad maximaal drie á vier gezinnen te helpen. Dat zal neerkomen op zo’n acht kinderen die worden verwekt. Joost benadrukt dat hij zeker geen bezwaar heeft tegen contact, maar stelt wel dat hij nooit een vader voor ze zal zijn. “Je bent een vader als je een kind opvoedt. Die wens heb ik niet. Ik wil vrouwen en stellen helpen, maar daar blijft het voor mij ook bij.”

‘Hoe licht ik mijn werkgever in?’

Wanneer een vrouw eenmaal een fertiliteitstraject ingaat, valt er niet veel te plannen en heeft het lot de vrije hand. Behandelingen zijn cyclusgestuurd, dus het kan regelmatig voorkomen dat midden op een werkdag een bezoek aan het ziekenhuis moet worden gebracht omdat een vrouw op dat moment op een vruchtbaarheidspiek zit. Hoe moeilijk het ook is, omdat het niet zeker is of er ook daadwerkelijk een zwangerschap uitkomt, is het toch belangrijk om de werkgever in te lichten, zegt Grömminger.

“Er zijn voorbeelden van mensen die alle ruimte krijgen voor hun vruchtbaarheidsbehandelingen en in de watten worden gelegd door collega’s, maar helaas zien we ook werkgevers die weigeren vrij te geven voor ziekenhuisbezoeken. Dat terwijl in de Wet Arbeid en Zorg is vastgelegd dat de werkgever voor vruchtbaarheidsbehandelingen verplicht is zogenaamd kort verzuimverlof toe te kennen.” Een fertiliteitstraject is dus nog zeker niet algemeen geaccepteerd als medische aangelegenheid, stelt ze.

Tot slot drukt Grömminger vrouwen die een fertiliteitstraject ondergaan op het hart dat zij veel steun kunnen hebben aan lotgenotencontact. Door het hormoongebruik, dat vaak onvermijdelijk is bij behandelingen, kan het humeur nogal eens schommelen. De stress van de behandelingen die daar nog eens bij komen, moeten volgens Grömminger niet onderschat worden. Het is daarom belangrijk om een uitlaatklep te hebben. “Dat kan soms lastig zijn in de persoonlijke omgeving. Lotgenotencontact met buitenstaanders kan daarom een uitkomst zijn. Deze vrouwen weten wat je doormaakt en hebben aan een half woord genoeg om je te begrijpen.”