Volgens onderzoek in de Nederlandse huisartsenpraktijk zou het aantal patiënten dat voor een endoscopie (kijkonderzoek) van de darm wordt doorverwezen naar het ziekenhuis met 30 procent kunnen worden teruggebracht. In het diagnosetraject zou dan een combinatie van vragen, lichamelijk onderzoek én een ontlastingstest die door de huisarts kan worden uitgevoerd, standaard moeten worden opgenomen. Het onderzoek, gecoördineerd door het UMC Utrecht, is vandaag gepubliceerd in het vakblad BMC Medicine.

Onnodige doorverwijzing bij klachten

De diagnose van ernstige aandoeningen van de darm (zoals darmkanker en de ziekte van Crohn) wordt bemoeilijkt doordat de klachten niet altijd duidelijk zijn. Bij een vermoeden van een ernstige darmziekte verwijst de huisarts de patiënt in principe naar het ziekenhuis voor een endoscopie. Echter, uit eerdere onderzoeken is gebleken dat bij 60-80 procent van de doorverwezen patiënten vervolgens geen ernstige aandoening wordt geconstateerd. Deze patiënten worden dus eigenlijk onnodig aan een vervelende, tijdrovende en kostbare medische procedure blootgesteld.

Endoscopie is vervelend

Arts-onderzoeker Sjoerd Elias legt uit: “Het aantal patiënten dat nu onnodig voor een endoscopie wordt doorverwezen vanuit de huisartsenpraktijk is groot. Veel mensen ervaren zo’n onderzoek daarnaast als vervelend, het kan in zeldzame gevallen ernstige complicaties opleveren en bovendien drukt het op het gezondheidsbudget. Uit ons onderzoek blijkt dat we door het combineren van de klachten van patiënten met een ontlastingstest het aantal doorverwijzingen voor een endoscopische controle op een ernstige darmaandoening met ongeveer één derde veilig zouden kunnen terugdringen.”

Resultaten van de ontlastingstest

Elias en zijn collega’s maakten gebruik van gegevens die zijn verzameld in het kader van het grootschalige CEDAR-onderzoek, waaraan 810 patiënten met een mogelijk ernstige darmziekte uit 266 Nederlandse huisartsenpraktijken deelnamen. Alle patiënten ondergingen een ontlastingstest, waarmee hemoglobine (wat duidt op de aanwezigheid van bloed) in de ontlasting wordt bepaald, voorafgaand aan de endoscopie. Van deze patiënten bleken er achteraf 669 geen ernstige darmziekte te hebben.

Toen de resultaten van de fecestest werden gecombineerd met de klachten van de patiënt, constateerden de onderzoekers dat ongeveer 30 procent van deze patiënten geen endoscopie had hoeven ondergaan, omdat tijdens hun bezoek aan de huisarts een ernstige darmziekte al adequaat uitgesloten had kunnen worden.

Blik op de toekomst

De onderzoekers merken overigens op dat de nieuwe diagnostische strategie weliswaar het aantal onnodige doorverwijzingen voor endoscopie flink zou kunnen verlagen, maar dat sommige patiënten met een ernstige darmziekte mogelijk niet meer meteen worden doorverwezen. In het huidige onderzoek betrof dat één patiënt met darmkanker. Volgens de auteurs zou met een nauwlettende controle op aanhoudende klachten in dergelijke gevallen de diagnose binnen afzienbare tijd alsnog kunnen worden gesteld in plaats van worden gemist.

Bron: UMC Utrecht.