Als het gaat om het bewaken van de kwaliteit en het bieden van onderwijs, loopt de urologie in Nederland vooruit. De kwaliteit van de zorg verbetert door goed leren en onderhouden van (robot-geassisteerde) laparoscopische en andere endoscopische ingrepen.

Een kijkoperatie vraagt om expertise

Dr. Jean-Paul van Basten is uroloog in het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. Als het gaat om kijkoperaties binnen de urologie onderscheidt hij grofweg drie vormen: endoscopie van de urinewegen (via natuurlijke openingen, dus de plasbuis), laparoscopie (opereren via de buikholte met een kijkbuis) en de robot-geassisteerde laparoscopie.

“Belangrijk is dat je patiënten niet onnodig blootstelt aan risico’s”, vertelt Van Basten. “Als arts moet je goed voorbereid starten met dit soort chirurgie door theoretisch onderlegd te zijn. Daarnaast moet je vaardigheden ontwikkelen, op de werkvloer en met zogenoemde droogtrainingen. Overigens is voor robotchirurgie nog geen structurele opleiding, althans niet vanuit de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU). We zijn wel bezig om dat voor elkaar te krijgen.”

Door het werktijdenbesluit is de kans om ervaring op te doen in de praktijk kleiner dan voorheen, dus er valt nog een inhaalslag te maken. Ook geldt het vraagstuk van volume: hoeveel operaties moet iemand doen voordat hij zijn vaardigheid heeft verworven en kan onderhouden?

Aanbevelingen van de SWEN

De Stichting Werkgroep Endourologie (SWEN) doet aanbevelingen op basis van wat experts de best practice vinden. Een eerste aanbeveling is geschreven in 2009. Van Basten: “De aanbeveling was een reactie op een rapport van de inspectie uit 2007, waarin werd gesteld dat de risico’s van minimaal invasieve chirurgie werden onderschat. Met onze aanbeveling proberen we het uniform handelen te bevorderen, wat bijdraagt aan veilig en kwalitatief hoogwaardig werken.”

In een tweede rapport van de inspectie uit 2010 stond dat de startcriteria voor het werken met de robot slecht gedefinieerd waren door de beroepsvereniging. “De IGZ pleitte voor aantoonbare deskundigheid en bekwaamheid van de gebruikers. Dat vraagt om een opleidingsprogramma en certificering.” Dit wordt nu ondergebracht bij de SKMS (Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten).

Van Basten: “Met de intrede van de robot-geassisteerde laparoscopie in de urologie, behoeft de aanbeveling uit 2009 een aanpassing. Een belangrijk hoofdstuk is weggelegd voor onderwijs: hoe is het georganiseerd, gevalideerd en wat zijn de doelen?”

Onderwijs over urologie

Samen met uroloog Ad Hendrikx heeft uroloog Barbara Schout gewerkt aan meer structurering van het onderwijsaanbod. “Daar is de projectgroep Training In Urology uit voortgekomen”, vertelt ze.

“Wat voor de urologie in Nederland uniek is, is dat er zulke nauwe contacten zijn tussen de SWEN en NVU en Training In Urology. De NVU heeft cursussen van de SWEN verplicht gesteld om de noodzakelijke uniformiteit aan te kunnen bieden en alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.” Een voorbeeld voor andere specialismen. “Daarnaast is het gebleken dat het heel belangrijk is om ook in de eigen kliniek te trainen, om beter aan te sluiten bij de praktijk. Daaruit is het Urologisch Vaardigheids Onderwijs ontstaan, waarin lokale én herhaalde training van belang zijn.”