De tekorten aan hbo-verpleegkundigen in de ouderenzorg moeten aangepakt worden met een interprofessionele aanpak, waarbij disciplines samenwerken in onderwijs en praktijk, betogen Carin de Boer en Marjolein Albers, beide docent aan de opleiding Verpleegkunde van Inholland.

Waarom is het belangrijk dat onderwijs en praktijk goed bij elkaar aansluiten?

De Boer: “Onderwijs moet dichtbij de praktijk, daar waar zorg plaatsvindt, staan. Kennisdelen en van elkaar leren zijn essentieel in een met elkaar gecreëerde krachtige leeromgeving. Studenten hebben daar veel aan maar ook de cliënten vinden het fijn en verfrissend dat het onderwijs betrokken is. Studenten leren van de praktijk, wijkverpleegkundigen krijgen nieuwe inzichten en docenten gebruiken recente praktijksituaties en werkwijzen in het onderwijs. Dit ‘leven lang leren’ is erg belangrijk omdat het beroep ook steeds verandert. Om hbo’ers beter op te leiden voor de steeds complexer wordende ouderenzorg hebben wij samen met zorginstellingen leer- en innovatienetwerken (LIN) ontwikkeld, waar studenten goed in de praktijk kunnen leren. Instellingen, zoals Zonnehuisgroep Amstelland, leren hierin van ons en wij van hen.”

Hoe ziet een interprofessionele aanpak eruit en welke voordelen heeft dit?

De Boer: “In onze aanpak staat de mens centraal en bevorderen we zelfmanagement en empowerment, in nauwe samenwerking met de praktijk. Zo hebben wijkverpleegkundigen meegedacht bij het ontwikkelen van een wijkzorgmodule en daarvoor ook casussen aangeleverd die wij in de les gebruiken. Dat verbetert op lange termijn de verbinding en verwachtingen tussen diverse disciplines.

Deze module is interprofessioneel: meerdere opleidingen zijn betrokken, zoals onze vernieuwde opleiding Social Work. Het LIN is nauw verbonden met het lectoraat Gezondheid en welzijn van kwetsbare ouderen. Studenten voeren daarbinnen praktijkgericht onderzoek uit.”

Wat zijn andere voorbeelden van hoe jullie dit in de praktijk brengen?

De Boer: “Studenten krijgen verschillende opdrachten om in de praktijk uit te voeren. Ze doen voorstellen om bijvoorbeeld efficiëntie in wijkteams te vergroten. Wijkverpleegkundigen verzorgen gastcolleges, of gaan speeddaten met studenten. Door het betrekken van wijkverpleegkundige in de lessen, brengen we de wijk naar school en maken we veel studenten enthousiast voor werken in de wijk.”

Albers: “Vanuit het lectoraat ‘Gezondheid en welzijn van kwetsbare ouderen’ werk ik één keer per week in een verpleeghuis waar onderzoek, onderwijs en praktijk samenkomen. Medewerkers bereiden samen met de stagiaires klinische lessen voor, over onderwerpen als mondzorg of diabetes. Zij coachen en onderwijzen collega’s en studenten op dat onderwerp. Ook zoeken studenten en medewerkers samen thema’s om te onderzoeken of daar verbetering mogelijk is. Bijdragen aan een lerende en onderzoekende houding is stap één. Hier hoort ook intervisie bij en wekelijks delen wat iedereen wil leren.

Onderzoek dat studenten en medewerkers doen gebeurt op basis van evidence based practice, dus ook het cliëntperspectief is belangrijk. Daarnaast worden best practices van de verzorgenden gebruikt. Zij weten het beste wat uit ervaring werkt.”

Welke uitdagingen komen jullie in de praktijk tegen?

Albers: “Het is een uitdaging om een lerende organisatie neer te zetten, waarin je van elkaar leert en fouten mag maken. Ook de financiering van een leer- en innovatiewerk is ingewikkeld. Studenten kiezen daarnaast nog niet spontaan voor de ouderenzorg, omdat zij daar vaak nog een vertekend beeld van hebben, terwijl die zorg veel interessanter is geworden. In de praktijk werken we samen om oplossingen te vinden voor deze uitdagingen. Als ik zie hoe gedreven onze studenten zijn, met hart voor de zorg, dan heb ik daar vertrouwen in, al gaat het met kleine stapjes. Laten we in ieder geval onze successen vieren.”

Meer informatie
Interesse in de Open Avond Verpleegkunde? Meld je aan op inholland.nl/open-avond-verpleegkunde/