Osteoporosepatiënten hebben tot 30% meer kans op het ontwikkelen van dementie. Dat suggereren wetenschappers van een onderzoeksinstituut in Frankfurt en de Université Paris-Descartes. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Alzheimer’s Disease.

Langlopende studie naar cognitieve gezondheid

Professor Karel Kostev van The Human Data Science Company analyseerde samen met zijn collega’s de gegevens van bijna 30.000 osteoporosepatiënten. Zij waren onder behandeling bij 1215 Duitse huisartspraktijken. De patiënten werden gedurende een periode van 20 jaar gevolgd. De vastgestelde gevallen van dementie in deze periode werden vergeleken met de cognitieve conditie van circa 30.000 gezonde personen.

Groter risico voor vrouwelijke osteoporosepatiënten

Over het algemeen bleken vrouwen met de aandoening 30% meer kans te hebben op het ontwikkelen van geheugenverlies. Bij mannen lag dit percentage op 20%.

Meer gedetailleerd wijzen de resultaten erop dat 20,5% van de vrouwelijke osteoporosepatiënten gedurende 20 jaar dementie ontwikkelde tegenover 16,4% van de gezonde personen. Van de mannen met osteoporose leed 22% geheugenverlies in vergelijking met 14,9% van de mannen zonder de aandoening.

Aanwezigheid APOE-ε4

Co-onderzoeker Louis Jacob (Université Paris-Descartes) vertelt dat het hoger risico gepaard ging met factoren als de aanwezigheid van APOE-ε4, een apolipoproteïne die betrokken is bij de vetstofwisseling. Dit eiwit speelt een belangrijke rol in de ziekte van Alzheimer. Overige factoren van invloed waren een lagere vitamine K-waarde, vitamine D-tekort, en de geslachtshormonen androgeen en oestrogeen.

De onderzoekers vonden geen levensstijlfactoren die een link aanduiden tussen de botaandoening en het risico op dementie.

Hoe vaak komt osteoporose voor?

Osteoporose treft ongeveer één op de vier vrouwen en één op de acht mannen wereldwijd. Vrouwen lopen meer risico omdat ze kleinere, dunnere botten hebben. Hun risico neemt na de menopauze toe als het beschermende hormoon oestrogeen afneemt. Dergelijke risicofactoren zijn onder meer bepaalde genetische mutaties, evenals vitamine- en hormoondeficiënties.