We worden allemaal steeds ouder. Dat is natuurlijk fijn als dat in goede gezondheid gebeurt. De voorbeelden van oude dames die keuvelend en kaartend hun laatste dagen slijten en probleemloos 100 jaar worden, zien we met enige regelmaat.

Daar tegenover staan in veel grotere mate de schrijnende gevallen van ouderen met soms onverklaarbare gezondheidsklachten. Gelukkig worden steeds meer artsen en specialisten zich bewust dat een slechte mondgezondheid de oorzaak kan zijn van gezondheidproblemen. Want een slecht gebit, ontstekingen, viezigheid in de mond en wondjes zijn niet zelden van invloed op andere algemene gezondheidsproblemen.

Hulpafhankelijke ouderen

Tandartsen zijn verantwoordelijk voor de gezondheid van de mond en een goede staat van het (kunst)gebit. Steeds vaker heeft de tandarts oudere patiënten in zijn stoel die nog in het bezit zijn van het eigen gebit, of een deel daarvan. “Ouderen die naar de tandarts gaan, zijn vaak erg bewust van de noodzaak van een gezonde mond of gaan uit gewoonte.

Om die groep maak ik me ook niet zo druk. Wel maak ik me zorgen om de groep ouderen in verzorgingscentra die hulpafhankelijk zijn, of ouderen die alleen wonen en amper hulp krijgen”, zegt dr. Anita Visser, tandarts geriatrie en lid van de Nederlandse Vereniging voor Geriatrische tandheelkunde. Samen met haar collega dr. Arie Hoeksema, eveneens tandarts geriatrie, bezoekt zij wekelijks verpleeghuizen en zien zij samen veel monden van ouderen. Waarom is het zo lastig voor ouderen die de zeventig jaar zijn gepasseerd hun gebit goed te blijven verzorgen? Visser heeft daar zo haar ideeën over.

Ouderen moeten veel en hebben weinig energie. “Als je jong bent, dan doe je alles even snel. Je springt onder de douche, je kleedt je aan, kamt je haar en poetst de tanden. Ouderen zitten in een lagere versnelling, zijn snel moe en krijgen een houding van ‘ach laat maar’. Ik heb er geen last van en niemand die mijn tanden ziet, zo belangrijk is dat toch niet?” Die mond is echter weldegelijk belangrijk, vindt hoogleraar Rien van Waas. Hij stelt dat de mond voor de patiënt zelf belangrijk is, maar ook voor de omgeving.

“Je wilt immers goed kunnen kauwen en er goed uitzien. Als je je mond niet goed verzorgt, dan ziet het er allemaal al snel slecht uit. Je krijgt kiespijn, kiezen breken af en de kans dat je een slechte adem krijgt, is groot”, stelt hij. Dat is voor de persoon zelf misschien geen probleem, maar voor diens omgeving wel. “Het stoot ontzettend af als je uit je mond ruikt. Een goed verzorgde mond geeft zoveel meer uitstraling.”

Richtlijn Mondzorg

In 2007 is de Richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen uitgebracht. Deze multidisciplinaire richtlijn is met betrokkenheid van verschillende partijen, waaronder tandartsen, tot stand gekomen. De Richtlijn beschrijft hoe de mondgezondheid geoptimaliseerd wordt. Zorgingsinstellingen weten van het bestaan van de Richtlijn Mondzorg, dat heeft Visser samen met haar collega verpleeghuistandarts Hoeksema onderzocht.

Tussen weten dat de richtlijn bestaat en er naar handelen, is volgens hen nog een grote slag te slaan. In hun wekelijks bezoeken aan de verschillende zorginstellingen zien zij waar het vaak foutgaat. Onlangs vroeg Visser bijvoorbeeld een bewoonster in het bijzijn van de verpleging of en hoe vaak ze haar prothese poetste. Deze zag er namelijk vies uit. De bewoonster vertelde dat ze twee keer per dag poetste en geen hulp nodig had van de verpleging.

Ze vond het geen probleem Visser te laten zien hoe ze dat deed. De dame schuifelde naar haar badkamer, pakte haar haarborstel en schuierde over haar gebit. “Zo’n bewoonster weet de verpleging te overtuigen dat ze poetst, maar er is niemand die controleert hoe”, aldus Visser.

Slinkend kaakbot

Dat mensen met een gebitsprothese nooit meer een tandarts hoeven te bezoeken, is een hardnekkig misverstand. Juist vanwege het slinken van het kaakbot, of wondjes in de mond veroorzaakt door een slechtpassend gebit, is het belangrijk de mond regelmatig te laten controleren.

Een slechte prothese en mondhygiëne kunnen ook voor grote problemen zorgen, zoals bijvoorbeeld een longontsteking, omdat de troep uit de mond in de longen komt. “Het gaat primair om een gezond lichaam, en een slecht (kunst)gebit daarin is een negatieve factor. Dit is vooral het geval als je al ziektes hebt, zoals diabetes en reumatische artritis, maar ook bij andere ziekten zijn relaties aangetoond”, stelt Hoeksema.

Maar, zo zegt hij, als je 75 bent, dan zijn er zoveel factoren die van invloed zijn op de gezondheid, dat je niet een-op-een kunt zeggen dat het gebit de oorzaak is van een slechtere gezondheid. Oudere mensen moeten zich realiseren dat hun eigen gebit, kunstgebit en implantaatprotheses op orde moeten blijven, maar hoe?

“Ouderen zouden zich bewuster moeten zijn van het feit dat ze hun eigen gebit niet meer zo goed zelf kunnen onderhouden, en dan besluiten juist vaker naar de tandarts te gaan”, oppert Visser.

Het blijkt alleen dat ouderen juist minder vaak naar de tandarts gaan. Hoeksema begrijpt wel waarom: ouderen zijn minder mobiel, moeten vervoer regelen en vinden het ook prettiger als iemand hen begeleidt. Ze hebben de puf er niet voor om dat allemaal te regelen en gaan niet meer naar de tandarts. Bovendien denkt een groot deel dat de tandarts duur is.

Toch hameren Hoeksema en Visser erop dat mensen gemotiveerd moeten blijven om hun mondgezondheid op peil te houden. Mensen realiseren zich niet dat er een grote kans op gezondheidsrisico’s bestaat bij een slechte mondgezondheid, aldus Hoeksema. “Als iemand een doorligwond heeft, wordt hulp gezocht om die wond te bestrijden. Als iemand een slecht gebit heeft, wat dus eigenlijk een zelfde gezondheids belasting geeft op het lichaam wat afweer en ontstekingslast betreft, dan doet men daar niets aan omdat ze er de ernst er niet van inzien.”

Morele plicht

Heeft een tandarts de morele en wettelijke plicht de tandheelkuidge zorg te blijven geven als de oudere het niet meer kan opbrengen? “Ik vraag me af of een tandarts die ziet dat een patiënt afhaakt, deze niet actief zou moeten benaderen. Of hij dat volgens de huidige wetgeving verplicht is, weet ik niet, maar moreel valt er veel voor te zeggen”, vindt Van Waas.

Bovendien vindt de hoogleraar dat de regelgeving met betrekking tot de tandheelkundige zorg in het verpleeghuis ook geregeld moet worden voor alle thuiszorgenden. Dat houdt in dat verpleeghuisartsen, maar ook tandartsen die in de geriatische tandheelkunde in verpleeghuizen werken, hun veld moeten uitbreiden naar dit gebied.

Belangrijk is om ouderen te informeren over mondgezondheid, en dat de tandarts het contact met de steeds oudere patiënt in stand houdt en actief optreedt wanner dit verloren dreigt te gaan. Dat moet de koers worden voor de komende jaren als steeds meer Nederlanders tot op hoge leeftijd hun eigen tanden en kiezen nog hebben.