Ouderenpsychiatrie onderscheidt zich op meerdere vlakken van reguliere volwassenenpsychiatrie. Dat vertaalt zich onder meer in een andere aanpak van verschillende ziektebeelden. Twee experts geven een toelichting.

Ouderenpsychiatrie apart specialisme

Dr. Arjan Videler is als onderzoeker verbonden aan Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van de Universiteit van Tilburg, met als aandachtsgebied persoonlijkheids- en autismespectrumstoornissen bij ouderen. Hij constateert dat met de differentiatie ouderenpsychiatrie als afstudeerrichting in 2012 erkenning kwam voor dit subspecialisme. “Maar de laatste paar jaar is dat weer ter discussie komen te staan. Veel ggz-instellingen hebben hun afdeling voor ouderenpsychiatrie opgedoekt en ondergebracht bij de volwassenenpsychiatrie”, vertelt hij. Een gevolg van bezuinigingen en verschuiving van een deel van het budget naar de eerste lijn.

“Jammer, want ouderenpsychiatrie onderscheidt zich wel degelijk van reguliere volwassenenpsychiatrie. Oudere mensen hebben meer lichamelijke problemen, meer kans op dementie, ervaren sociale veranderingen en ze gaan anders in het leven staan. Dat maakt dat op zich bekende aandoeningen als depressie en angststoornissen er op andere leeftijd echt anders uitzien.” Persoonlijkheidsstoornissen bijvoorbeeld kunnen getriggerd worden door het wegvallen van het werk of de partner of door lichamelijke achteruitgang.

Hoogleraar Ouderenpsychiatrie Frans Verhey van het MUMC in Maastricht onderschrijft de visie van zijn collega. “Oud worden hangt niet per se samen met het krijgen van psychische stoornissen, maar het ervaren van beperkingen qua geheugen en cognitie en comorbiditeit gaat wél samen met psychiatrische problemen”, vertelt hij. Het is dan ook goed dat ouderenpsychiatrie zich ontwikkelt als apart specialisme, de vraag is simpelweg anders dan in de reguliere volwassenenpsychiatrie. Maar: “Uiteraard is er overlap, dus je moet het ook niet té exclusief maken.”

Anders behandelen

De andersoortige problematiek zorgt dan ook voor een andere behandeling. De co- of multimorbiditeit en het daarmee gepaarde arsenaal aan medicijnen zorgt voor een zorgvuldige afweging van medicijnen tegen psychische klachten, om de simpele reden dat al deze medicijnen niet even goed samengaan. “Een sterk gepersonaliseerde aanpak”, beschrijft Videler. “Het vraagt om veel kennis van psychische, lichamelijke en sociale problemen.” Depressie bijvoorbeeld kan voor deze specifieke doelgroep goed worden behandeld met een Life Review. Ouderen kunnen soms moeilijk bij specifieke herinneringen. In deze therapievorm krijgen ze daar beter toegang toe en dat blijkt een positief effect op de stemming te hebben.

Als het gaat om dementie en de ziekte van Alzheimer, vindt Verhey het interessant om die aandoening vanuit de psychiatrie te benaderen. “Ik krijg regelmatig de vraag of het geen neurologische ziekte is. Maar daar kom je ten eerste niet verder mee, en ten tweede denk ik dat het beschouwen van alzheimer als uitsluitend een ziekte van de hersenen de verwachtingen de afgelopen jaren niet heeft waargemaakt.”

Verhey doelt daarbij op de geringe resultaten van onderzoek ten opzichte van twintig jaar geleden. In het onderzoek naar alzheimer zijn de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd, maar de grote doorbraak is vooralsnog uitgebleven. “We zijn wel verder gekomen met het inzicht dat de ziekte nog ingewikkelder blijkt en dat aspecten als levensstijl en risicofactoren, zeg maar alle factoren die op de hersenen werken, een rol spelen.” Het is een andere manier van kijken en als neuroloogpsychiater juicht Verhey het samenbrengen van al die facetten toe.

Alzheimerpatiënten hebben bovendien een grotere kans op het krijgen van andere psychiatrische aandoeningen. “De winst zit in het onderkennen van deze bijkomende problemen en het leren omgaan met deze aandoeningen. Meer accepteren in plaats van problematiseren.”

Ontwikkelingen

De ontwikkelingen voor de komende jaren zullen dan ook vooral in die richting zijn, verwacht Verhey. Het bijstellen van de algemene visie en insteken op positieve gezondheid. E-health modules voor mantelzorgers kunnen ondersteuning bieden. Intussen gaat het biologisch onderzoek door en wie weet komt die doorbraak alsnog. “Maar ik verwacht dat de vooruitgang vooralsnog bescheiden zal zijn”, aldus Verhey.