In Limburg, waar beide heren werkzaam zijn in de ouderenpsychiatrie, zien ze het bijna dagelijks: ouderen die in een crisis binnen worden gebracht. Vijf jaar terug kwam het merendeel van hen nog zelfstandig en op afspraak naar de kliniek, nu komt een derde met de ambulance. Ook het aantal ouderen dat met een rechterlijke machtiging of een inbewaringstelling opgenomen wordt stijgt. De reden? De samenleving vergrijst, dus het aantal ouderen met psychiatrische klachten neemt toe. Nu al telt Nederland circa 2,7 miljoen 65-plussers. In 2041 wordt een piek van 4,7 miljoen bereikt. Bovendien komen er niet alleen méér ouderen, de gemiddelde leeftijd neemt ook toe. Bij 14 procent van de ouderen boven de tachtig jaar speelt psychische ongezondheid. Daar komt bij dat ouderen langer thuis wonen omdat verzorgings- en verpleeghuizen krimpen. Hierdoor wordt mogelijke psychiatrische problematiek minder snel gezien waardoor klachten juist verergeren. De ouderenpsychiatrie verdient kortom meer geld, meer aandacht en meer onderzoek stellen Frans Verhey, neuropsychiater bij Maastricht UMC, en klinisch ouderenpsycholoog Noud Engelen.

Relatief duur

Het is nog maar vijf jaar geleden dat in Nederland de eerste ouderenpsychiaters afgestudeerd zijn en het in de opleiding een aparte specialisatie is geworden. Dat is essentieel omdat de groep vraagt om een specifiekere blik, stelt Verhey. Omdat er bij ouderen ook vaak somatische klachten spelen, moet goed gekeken worden of medicatie niet botst. De wensen, verlangens en behoeften van ouderen zijn anders. Behandeling die bij volwassenen aanslaat, hoeft niet te werken bij ouderen. Bovendien speelt de sociale context bij ouderen een grotere rol. “Wat kan het netwerk samen opvangen en wat niet? Ouderenpsychiatrie vraagt dus om een integrale en multidisciplinaire aanpak.” Dergelijke zaken maken klinische ouderenpsychiatrie relatief duur, in vergelijking met volwassenpsychiatrie. Ziektekostenverzekeraars houden daar in de financiering onvoldoende rekening mee, stelt Engelen. De maximale hoogte van diagnose-behandelcombinatieprijzen voor behandeling van ouderen zijn hetzelfde als voor volwassenen. “Dat is wrang, want het gaat om vaak doodzieke mensen die ook somatische behandelingen nodig hebben en langere tijd nodig hebben om weer beter te worden.”

Geen antwoord

De ouderenzorg in Nederland is nog te veel opgedeeld in sectoren, vindt Verhey. Mensen met een ernstige vorm van dementie komen terecht in het verpleeghuis, terwijl ouderen met een depressie in de ggz terechtkomen. “Maar bij een derde van de mensen met dementie is er sprake van psychiatrische klachten. En tien procent van de verpleeghuizen zegt geen antwoord te hebben op de psychiatrische problematiek van hun bewoners.” Zo is de ggz nog vaak te huiverig om somatische klachten te behandelen of om te dealen met verslavingsproblematiek. De sector zelf heeft nog een slag te maken als het gaat om intensievere samenwerking, het overbrengen van kennis en het verder ontwikkelen van nieuwe, efficiëntere behandelmethoden.

Duurkoop

Zowel in de ouderenzorg als in de ggz is er jarenlang bezuinigd. Een deel van de middelen is verschoven naar de eerstelijnszorg: huisartsen kregen praktijkondersteuners, de wijkverpleging kreeg een boost. Maar Engelen stelt dat er grenzen zijn aan ambulante ggz-zorg voor ouderen. “Bij ouderen met psychiatrische problematiek spelen meer zaken. Ze hebben meestal ook lichamelijke gezondheidsproblemen en een zwakker sociaal netwerk. Dan keer je het onheil niet met twee keer in de week behandeling thuis.” Er is een groep ouderen die zich veilig voelt in een verzorgingshuis. Dat was een beschermde omgeving waar goed gelet werd of iemand op tijd medicatie innam en op tijd zijn eten kreeg. Maar de verzorgingshuizen zijn wegbezuinigd. Goedkoop kan weleens duurkoop blijken, meent Engelen.