Het begrip e-health is inmiddels bij de meeste Nederlanders bekend. Het digitale equivalent van traditionele gezondheidszorg verschijnt in steeds uiteenlopendere variaties, van smartphoneapps tot volledige behandeltrajecten in videovorm. Uit onderzoek blijkt echter dat nog veel artsen en consumenten terughoudend zijn bij het gebruik van digitale zorg. Zij zien het als een mooie aanvulling, maar geen vervanging van traditionele middelen. Toch vermoeden experts dat deze vernieuwing wel degelijk noodzakelijk is om wachtlijsten en tekorten in de zorg te kunnen terugdringen.

Onder hen is hoogleraar Huisartsengeneeskunde Niels Chavannes, werkzaam bij het Leids Universitair Medisch Centrum en gespecialiseerd in de werking van e-healthtoepassingen. Hij legt uit dat een digitaliseringsinitiatief vaak geboren is uit noodzaak. “In veel ziekenhuizen werden cardiologen vroeger overspoeld met consulten. Sinds de introductie van e-health gaat een aanzienlijk aandeel van de afspraken digitaal.” Een besluit dat gepaard gaat met beduidend minder wachtlijsten en een prettigere werksfeer voor artsen en verpleegkundigen.

Samenwerken met de doelgroep

Voorwaarde voor succes is een goedwerkende techniek, stelt Chavannes. Want als de logistiek het laat afweten, verliezen zowel behandelaren als behandelden de interesse in de digitale mogelijkheden. Hiervoor acht hij het noodzakelijk de functionaliteiten zorgvuldig af te stemmen, het liefst in nauwe samenwerking met de doelgroep. “Veel artsen hebben een blinde vlek op professioneel gebied: we realiseren ons vaak niet hoe oersaai de onderwerpen kunnen zijn voor een buitenstaander. Bovendien is onze doelgroep behoorlijk divers. Daar zitten ook lager opgeleiden tussen.” Dat samenwerking van fundamenteel belang is voor de acceptatie van e-health, realiseert ook Ralph Bouman zich. Als verkenner innovatie bij het Albert Schweitzer ziekenhuis, benadrukt hij het belang van afstemming tussen de zorgverlener en de patiënt, maar ook diens persoonlijke omgeving.

Om te zorgen dat iedereen goed geïnformeerd aan het behandeltraject begint, is het belangrijk deze informatie op een toegankelijke en relevante wijze aan te bieden. Bouman illustreert die noodzaak aan de hand van een voorbeeld. Hij vertelt dat patiënten voor wie een heupoperatie staat ingepland, voorheen een heel dossier aan informatief papierwerk mee naar huis kregen. Papierwerk dat bij thuiskomst ongetwijfeld snel in een lade verdween. “Tegenwoordig gaat die voorlichting via een applicatie, die notifi caties stuurt op het moment dat de informatie er echt toe doet. De app herinnert hen er bijvoorbeeld aan niet te eten de avond voor een operatie. Of het vraagt hen na afloop naar de heling van de wond.”

Internet is een vluchtig middel

Voor het ontwerp van dit soort toepassingen is een belangrijke rol weggelegd voor psychologen en designers, vertelt Chavannes. Want hoewel e-health veel voordelen heeft, kent het ook een belangrijke keerzijde. Internet is een heel vluchtig middel, terwijl bepaalde zorg – zoals cardiologie – gedurende langere tijd de aandacht van een patiënt vereist. “In het begin kunnen mensen heel enthousiast zijn, maar na verloop van tijd treedt de verveling in. Door de toepassingen te ontwerpen als een soort computerspel, met punten en high scores, blijft het voor hen veel langer interessant.”

Toch waarschuwt Bouman dat niet iedereen gebaat is bij digitale zorg. Hij haalt daarvoor een voorbeeld aan om digitale zorg te bieden aan mensen met COPD. Deze longziekte maakt lichamelijke inspanning vaak tot een crime en zou zich daarom perfect lenen voor digitale zorg op afstand. Althans, dat is de gedachte. Bouman: “Het blijkt dat lang niet iedereen deze vorm van zorg op prijs stelt. Sommige mensen vinden het ziekenhuisbezoek wel fijn. Het is voor hen een soort sociaal uitje. Met die groep moet je ook rekening houden bij digitaliseren.”

Enthousiasme onder zorgverleners

Als uiteindelijk genoeg specialisten en patiënten de meerwaarde zien van e-health, heeft digitale zorg een reële kans van slagen, denkt Chavannes. “Uiteindelijk is het belangrijk dat de kwaliteit van e-health op z’n minst gelijkwaardig is aan de traditionele vorm van zorg. Bovendien helpt het als ook de kosten worden gedrukt.” Dat het een flinke duit kan schelen, bewijst een recent onderzoek naar de zorg voor hartfalen. Het disfunctioneren van de hartpomp kan digitaal namelijk vroegtijdig worden voorspeld, waardoor eerder kan worden ingegrepen. “Dit kan de kosten aanzienlijk verminderen en scheelt de patiënten een hoop ongemak en stress”, zegt Chavannes.

Hij vermoedt dat dit soort cijfers bijdragen aan de groeiende acceptatie van e-health onder specialisten. “Zij vragen zich terecht af: ‘what’s in it for me?’ Als je ziet dat de huisartsenwebsite
Thuisarts sinds de introductie heeft gezorgd voor 650.000 minder consulten per maand, dan is het antwoord dat veel eenvoudige zorgvragen door de mensen zelf worden opgelost.” Bouman voegt daaraan toe dat deze acceptatie ook wordt ingegeven door de bekostiging. Hij legt uit dat het besluit voor het vergoeden van videoconsulten het mogelijk maakt om het middel op veel bredere schaal in te zetten. Die algemene acceptatie en interesse is essentieel voor het slagen van digitale zorg. In het bijzonder onder zorgverleners, want zij zijn diegenen die digitale zorg aan de zorggebruiker kunnen ‘verkopen’. Als huisarts is Chavannes zich bewust van zijn rol: “Het enthousiasme van een arts werkt aanstekelijk. Hoe positiever hij of zij is over digitale zorg, hoe meer digitalisering dat mogelijk maakt.”

Meer tijd voor persoonlijk contact

Bouman stelt vast dat in deze digitalisering veel potentie schuilgaat. Hij vertelt dat innovatie in de zorg een bloeiende sector is, waar steeds meer technologiebedrijven interesse in tonen. Zo onderzoekt Apple de mogelijkheden voor een eigen ziekenhuis en begeeft ook Google zich al op de zorgmarkt. Bouman hoopt dat de wereldwijde belangstelling van technologiebedrijven en het enthousiasme van enkele initiatiefnemers de koudwatervrees onder zorgverleners en patiënten kan wegnemen. “Sommige mensen denken dat e-health de warmte uit de zorg zal halen, omdat veel zaken via internet gaan. Ik geloof in het tegenovergestelde: zorgverleners zullen juist meer tijd overhouden voor persoonlijk contact.”