De burn-out van Kees kwam niet als donderslag bij heldere hemel. Een eigen bedrijf. Lange dagen die steeds meer gevuld werden. Een druk sociaal leven. “Op een gegeven moment gingen jonge mensen aan me vragen hoe ik dat toch allemaal volhield. Het is waar, met een eigen bedrijf verleg je je eigen grenzen gemakkelijker. Mijn tempo lag hoog en ik vond dat mijn omgeving te langzaam ging. Achteraf gezien was het natuurlijk andersom.”

De voortekenen

Op een gegeven moment ontdekte Kees dat hij ‘s avonds, na het werk, vaak somber was. En erg moe. Aanvankelijk ontkende hij zijn klachten. “Ik was soms wat duizelig. Na het weekend niet opgeladen. Ik maakte inschattingsfouten tijdens het autorijden. Ik ging ook regelmatig uit mijn dak. Tijdens een korte vakantie kreeg ik vlammende ruzies met mijn vrouw, zocht echt de confrontatie om het minste of geringste. Toen wist ik dat het niet goed met mij ging.”

Van ontkenning naar herkenning

Kees maakte een lijstje met dingen die hij voelde en wilde en ging daarmee naar zijn huisarts. Die wist direct dat het om een burn-out ging. “Hij verwees me naar een psycholoog.” Door de psycholoog en begeleiding van de verzekeringsmaatschappij begon Kees met het navolgen van leefregels. “Pauzes nemen bijvoorbeeld. Elk uur moest ik verplicht tien minuten gaan lummelen. Dat viel me niet zwaar, want op het moment dat ik wist dat er iets aan de hand was, wist ik ook dat ik er iets mee moest. Van ontkennings- naar herkenningsfase dus.”

Hoe ging Kees om met zijn burn-out?

De klik met de psycholoog was er gelukkig en dat heeft Kees mede geholpen van zijn burn-out af te komen. Aanvankelijk praatte hij wekelijks met de psycholoog over zijn persoonlijkheid en paste de leefregels toe. “Cognitieve gedragstherapie wordt het genoemd. Mijn psycholoog raadde me aan om betrokken te blijven op mijn werk en niet thuis te gaan zitten. Ik begon met drie uur per dag, maar was er wel. Dat bouw je langzaam weer op. Maar het duurt wel een paar jaar.”

“Voor een deel sta ik nu anders in het leven. De kunst is om betrokken te zijn bij het werk, maar het moet geen fanatisme worden. Ik ben bevlogen, maar versta nu de kunst om de zaken te relativeren. Ik ben gelukkig niet meer de oude.”

De naam van de geïnterviewde is op verzoek gefingeerd.

Wat is jouw ervaring met een burn-out?