Marije Klein (43) kreeg in 2011 de diagnose borstkanker. Ze werd geopereerd en onderging een volledige borstamputatie. Na een zwaar traject van chemotherapie en bestralingen was haar huid zwaar beschadigd. Twee jaar na de operatie was de wond nog steeds niet gesloten en de huid rondom zo goed als dood. Het bleek een typisch geval van late bestralingsschade.

Voorlopige borstreconstructie

Het gaat naar eigen zeggen nu goed met Marije, maar daar is wel het een en ander aan vooraf gegaan. Het begon al tijdens de operatie. Tegelijk met operatief verwijderen van de tumor, werd ook een voorlopige borstreconstructie geplaatst. Iets dat ze achteraf gezien beter niet hadden kunnen doen. “Toen we de uitslag van de kweek kregen, bleek het om een behoorlijk agressieve tumor te gaan, waardoor ik een zware nabehandeling kreeg met chemotherapie en bestralingen. Dan is een reconstructie geen goed idee.” Maar omdat de borstreconstructie eenmaal geplaatst was en die er weer uit halen een heel gedoe zou zijn, besloten ze het te laten zitten. Marije kreeg eerst een traject van chemo’s, waarbij de huid en de spieren rond het operatielitteken werden opgerekt door het implantaat steeds een beetje verder op te blazen. Daarna volgden vijfentwintig bestralingen.

Huid zo goed als dood

Het ging allemaal redelijk goed, totdat de voorlopige prothese in 2013 vervangen werd door een definitieve. Daarna wilde de operatiewond niet meer dicht. Het huidweefsel was na vijfentwintig bestralingssessies te zeer beschadigd en de huid was zo goed als dood. Omdat de prothese in feite open lag, werd hij verwijderd, maar dat gaf helaas geen verbetering. De wond wilde niet meer helen en raakte geïnfecteerd. Schoonmaken hielp niet en Marije was ten einde raad. “Wat ik vooral erg vond was dat het telkens leek of het allemaal goed zou komen, maar dat ik steeds weer werd teruggeworpen in het medische circuit. Je krijgt eindelijk de definitieve prothese, het wordt je laatste operatie – denk je – je bent het eindelijk achter je aan het laten en dan ben je weer terug bij af. Dat vond ik psychisch erg zwaar.”

Het effect van de hyperbare zuurstoftherapie

Intussen bleef de wond open en wist ook de plastisch chirurg geen oplossing meer; die kwam niet verder dan nog maar een keer opereren. Daar had Marije geen vertrouwen meer in. Uiteindelijk kreeg ze van haar bestralingsarts het advies om een behandeling met hyperbare zuurstof te proberen. Dat is een therapie waarbij mensen in een speciale cabine onder druk worden gebracht, zodat ze lucht met 100 procent zuurstof in kunnen ademen. Dat bleek een gouden tip. “Ik kreeg dertig behandelingen en na een aantal weken merkte ik al verbetering. Uiteindelijk is de wond helemaal dicht gegaan, en dat is fantastisch”. De behandeling zelf vond Marije goed te doen, al was het een bijzondere ervaring. “Je zit samen met negen anderen twee uur in een afgesloten cabine, met een speciaal kapje voor je neus en mond, en je kunt er niet uit. En dat zes weken lang, vijf dagen per week”. Marije is er uiteindelijk maar wat blij mee. Haar huid is genezen en de wond geheeld, dankzij hyperbare zuurstoftherapie.