Jannie (66) maakte sinds 1984 verschillende hernia’s door. Ze onderging verschillende operaties, maar de pijn werd er niet veel minder door. Na acht jaar met een neurostimulator, gebruikt ze sinds enkele jaren een medicijnpomp. Dat helpt.

Jannies klachten dateren van haar tweede zwangerschap in 1984, toen ze een acute hernia opliep. Naderhand onderging ze een operatie om de hernia te verhelpen, maar het loste niets op: ze bleek nóg een hernia te hebben. “Daarna heb ik alles geprobeerd, zoals fysio- en ergotherapie. Het hielp allemaal niet veel. Uiteindelijk ben ik vijf keer aan een hernia geopereerd. Bij de voorlaatste operatie kwam ik voor controle en bleek ik zelfs een dubbele hernia te hebben. Dus zes weken na de operatie onderging ik nog een operatie.” Een gebed zonder end en in de loop der jaren heeft Jannie inderdaad alles geprobeerd. De laatste operatie dateert inmiddels van zo’n elf jaar geleden. “Ik ben toen bij een andere neuroloog geweest voor een second opinion, maar zelfs die sloeg op een goed moment mijn dossier dicht en verwees me naar de pijnpoli.”

Verschillende therapieën

Het zorgpad zag er vanaf dat moment nog kronkelig uit. “Je moet een hele lijst afwerken met allerlei soorten pijnstillers en therapieën”, vertelt Jannie. “Ik ging van de ene therapeut naar de andere. Uiteindelijk kwam ik op de pijnpoli in Zeist terecht en daar was ik duidelijk op mijn plek.” Jannie kreeg een neurostimulator, een apparaat dat in de rug kleine stroomstootjes afgeeft. Op die manier kan de pijn gereguleerd worden. Dit werkte acht jaar goed. “Maar toen ging mijn lichaam er te veel aan wennen en werkte het niet meer afdoende. Sinds twee jaar heb ik een medicijnpomp en dat helpt. Pijnvrij ben ik niet, maar ik kan weer functioneren.”

Medeleven

Wat Jannie wel hielp, is dat haar huisarts én apotheker ten aanzien van de medicatie een strikte vinger aan de pols hielden. “Ik kreeg zware medicijnen om de pijn te bestrijden, maar zij bleven me goed begeleiden. Af en toe maakte ik stennis bij de apotheek, omdat ik meer medicatie wilde dan wat op het recept stond”, lacht ze. “Maar dan kreeg ik het niet. En zo hoort het eigenlijk ook.” Anderzijds vindt ze het jammer dat het medeleven soms ontbrak. “Ik heb alle ziekenhuizen van Amsterdam wel gehad. Het is een prik hier en een prik daar, ook door mensen in opleiding, en dan zijn er weer artsen die het beter denken te weten. Terwijl ik natuurlijk niet pas een half jaar klachten had. Dan werd ik weer naar de fysiotherapeut verwezen. Maar als een fysiotherapeut me had kunnen helpen, had ik er echt elke dag gezeten. Na zoveel jaar ervaring met pijn weet ik wel ongeveer wat me kan helpen. Het is een hele kunst om uit te vogelen wat het beste is en ik moet ermee leren leven. Soms is het moeilijk. Aan de buitenkant is het niet te zien en dan is het lastig om begrip te krijgen.”

Bekijken wat ik nog kan doen

De medicijnpomp helpt Jannie momenteel goed. De pomp brengt de pijnstillers op de plek waar het nodig is en dat scheelt de helft aan pijnstillers in vergelijking met orale medicijnen. De pomp is zo groot als een ouderwetse poederdoos en zit onderhuids. Met een dunne naald kan hij af en toe bijgevuld worden. “En verder is het bekijken wat ik nog wel kan doen. Ik maak zelf schema’s qua tijd en ik doe veel vrijwilligerswerk. Maar een lange wandeling? Nee, dat zit er niet meer in”, aldus Jannie.