Inge (31) is de trotse moeder van Indy (5) en Levy (3). Ze woont samen met haar vriend Bart in het mooie Den Bosch. Inge heeft met de jaren veel te verduren gehad: een postpartum depressie en veel bekkenpijn.

Hoe heb je postpartum depressie ontwikkeld?

“Mijn klachten zijn begonnen in juli 2010. Ik was toen ongeveer 22 weken zwanger van mijn oudste en ik was werkzaam in de zorg. Ik werkte als verzorgende IG op een PG afdeling in een verpleeghuis.

Ik begon wat lage rugpijn te krijgen, iets wat ik niet herkende. Soms straalde het uit naar mijn benen. Ik ging naar de bekkenfysio en had het volste vertrouwen erin dat het na de zwangerschap wel over zou gaan. De laatste 10 weken ervaarde ik ernstige pijn en kon ik bijna niet lopen.

Ik werd ingeleid met 39 weken vanwege gebroken vliezen. Ik had een vlotte bevalling, maar moest wel naar de OK vanwege manuele placentaverwijdering. Ook na de bevalling bleef de pijn nadrukkelijk aanwezig. Men vertelde dat het negen maanden kon duren voordat je lijf ontzwangert was.

Indy was een huilbaby, ik wist haast zeker dat er iets niet in orde was met haar. Ze huilde bijna de hele dag en spuugde altijd heel veel. Met 6 weken is ze gestikt in haar eigen maagzuur. Ik heb haar moeten reanimeren, ze is uiteindelijk opgenomen en daar kwamen ze erachter dat ze verborgen reflux had. Ze kreeg medicijnen en toen ging het een stuk beter met haar. Maar met mij niet. Ik had een postpartum depressie ontwikkeld, ik was verre van gelukkig. Ik sliep slecht, had constant pijn en durfde mijn dochter geen seconde alleen te laten. Ik kreeg psychoses en heb alle scenario’s voorbij zien komen dat mijn dochter doodging. Door het vele huilen draaide ik door.”

Wanneer heb je hulp gezocht?

“Op het moment dat ik met een kussen boven de box stond heb ik aan de bel getrokken. Een gedwongen opname zou de oplossing moeten zijn. Dat wilde ik absoluut niet. Dus kwam er een heel familieschema dat ik niet meer alleen thuis zou zijn samen met Indy. Ik kreeg medicatie en kwam op de POP-poli terecht. Dit is een poli speciaal voor zwangere of recent bevallen vrouwen met psychische klachten. Ik kreeg EMDR-therapie om het trauma van de reanimatie van mijn eigen dochter te verwerken. Ik heb lange tijd niks met mijn dochtertje willen doen, wilde haar niet eens vasthouden, ik wilde mij niet hechten aan haar. Bang dat ze ineens dood zou gaan. Ook kreeg ik begeleidende thuiszorg en die vond het noodzakelijk dat ik ook huishoudelijke hulp kreeg, ze zag mij door het huis strompelen.

De pijn nekte mij elke dag. Wat is het frustrerend dat je niet eens je eigen baby kan verzorgen. Je ziet je familie en vrienden heel gezellig je kleintje in bad doen, handje vasthouden met de eerste stapjes. De huisarts vond dat het zo niet langer kon en vroeg me zelf research te doen.

Via via kwam ik bij het S&J centrum. Hier ben ik gestart in november 2011. Psychisch ging het iets beter, maar toch was het emotioneel zwaar, zoals opkomen voor je zelf. Ik voelde mij zo schuldig tegenover mijn dochtertje, ik had tijd in te halen.

Bij het S&J centrum zijn ze er wel achter gekomen dat ik bekkenpijn had door een scooterongeluk op mijn zestiende. Door het stuur in mijn kruis te krijgen was de symfyse beschadigd geraakt.

De revalidatie leverde mij niks op, alleen het deel van ‘proberen te accepteren’.”

Wat is er toen gebeurd?

“Ondertussen liep ik tegen de muur bij het UWV, ik was tijdens mijn zwangerschap in de ziektewet gekomen en uiteindelijk mijn baan kwijtgeraakt. Ik kreeg een ZW-uitkering via het UWV en tijdens het eerste gesprek was ik gechoqueerd. De arts zei: ‘bekkenstabiliteit is een kwestie van conditieverbetering en het bleek dat een postpartum depressie niet zou bestaan’. Ik heb toch echt maanden geknokt om er een beetje bovenop te komen. Ik ben in hoger beroep gegaan, de arts heeft ooit telefonisch gezegd dat hij dit niet had mogen zeggen en dat ik daadwerkelijk wel iets mankeerde, maar goed dat stond niet op papier. Dus had ik geen poot om op te staan. Vechten tegen het UWV was noodzakelijk, terwijl ik dit er helemaal niet bij kon hebben.”

Wanneer kreeg je je tweede kind?

“Ondanks de bekkenpijn en de postpartum depressie hebben mijn vriend en ik toch gekozen voor een tweede zwangerschap. In december 2012 had ik een positieve test in mijn handen. Ik was weer zwanger.

De pijn kwam al vrij snel in alle heftigheid terug, daarvoor was het aanwezig maar redelijk te handelen. Ik liep met deze zwangerschap onder controle via de POP poli. Ze wilden proberen te voorkomen dat ik weer een postpartum depressie zou ontwikkelen. Ik werd goed in de gaten gehouden, zowel psychisch als lichamelijk.

De laatste tien weken waren een hel, ik kon nauwelijks lopen. Dat was mijn eerste kennismaking met meneer rolstoel. Uiteindelijk ben ik weer ingeleid. En ik heb ook weer een manuele placentaverwijdering gehad. Na deze zwangerschap liet mijn lichaam mij echt in steek. Ik wilde alles op alles zetten om ‘beter’ te worden.
Ik heb opnieuw bekkenfysio gehad, manuele therapie, chiropractor, ergotherapie en osteopaat. Ik kreeg zelfs een heel psychisch onderzoek of de pijn niet tussen mijn oren zat. Begin 2014 ben ik bij de neuroloog terechtgekomen. Daar kwamen ze door middel van een MRI erachter dat er slijtage aan mijn bekken was door de bekkeninstabiliteit, en er meerdere hernia’s zaten. Wat een domper was dit, 29 jaar en dan al slijtage. Ik werd weer depressief.

Mijn man werkt in de horeca, is veel van huis. Ik krijg veel hulp van mijn ouders en schoonfamilie, maar dan zeggen ze: ‘bel maar als je iets nodig hebt, of als we moeten helpen’. Tja, dat doe je niet gauw. Als ze hier zijn dan zien ze wel dat het echt niet gaat. Ik heb nog een beetje zelfrespect, dus dan bel ik maar niet.”

Ging het wel weer een stuk beter met je?

“Via de huisarts heb ik een verwijzing gekregen naar professor Van Vugt. Mijn eerste ontmoeting met hem was in maart 2014. Wat een held was die man, wat fijn dat er iemand was die mij begreep. Hij zei dat ik een bikkel was en echt daadwerkelijk alles had gedaan om van de pijn af te komen. Er was wel één maar: ik was veel te zwaar. Door de zwangerschappen, het minder kunnen bewegen, antidepressiva, en alle andere troep was ik dertig kilo aangekomen. Ik woog 130 kilo. Hij adviseerde mij om af te vallen en verwees mij door naar een obesitaskliniek.

Ik heb me hier aangemeld omdat ik er alles voor over had om maar van de pijn af te komen. Na een lang traject ben ik geopereerd. Ik kreeg een gastric bypass (GBP) en viel maar liefst zeventig kilo af. Dit is ook niet vanzelf gegaan. Ik kon nauwelijks eten en moest overgeven bij elke maaltijd. Ik dacht dat er iets niet goed zat, maar volgens de kliniek zat het tussen mijn oren. Tja, eens psychische patiënt, altijd een psychische patiënt. Uiteindelijk kwamen ze er na anderhalf jaar achter dat de fobie-ring die ze tijdens de GBP hadden geplaatst eraf was geschoten en in mijn slokdarm en maag aan het groeien was. Geen wonder dat ik niet kon eten. Ik kreeg een stent in mijn slokdarm en ik kon ineens weer eten. Zo fijn! Ik woog nog maar 55 kilo en kreeg bijvoeding sterker te worden.”

Hoe ging het toen met de bekkenpijn?

“In januari belde ik naar professor Vugt dat ik op mijn ‘operatie’-streefgewicht zat en de pijn nog steeds niet minder werd. Na een aantal afspraken ben ik op 27 oktober 2015 geopereerd aan een totale bekkenfixatie. Na deze operatie voelde ik dat mijn bekken vastzaten. Zo’n fijn gevoel was dat, maar de pijn in mijn linkerbeen bleef aanhouden. Een zenuw was geschampt.

Ik ben na deze operatie drie maanden met mijn gezin bij mijn ouders ingetrokken. Het was bikkelen en ik heb echt pijn gehad maar ik heb alles over voor mijn kinderen. Op 1 maart ben ik opnieuw onder het mes geweest. Links kreeg ik implantaten. Inmiddels is mijn huis aangepast met allerlei hulpmiddelen.

Het is nog zeker niet verbeterd, maar door het slecht kunnen eten is mijn lijf in zeer slechte conditie. Alles heeft meer tijd nodig, momenteel loop ik op de pijnpoli vanwege een gebroken stuitje. Ik heb nu een injectie gehad bij mijn stuitje en een zenuwblokkade op mijn SI-gewricht. Hoogstwaarschijnlijk krijg ik nog een operatie aan mijn stuitje. Ik ben er dus nog lang niet. Inmiddels weet ik dat ik 28 maart weer opnieuw geopereerd ga worden, ditmaal krijg ik rechts implantaten.”

Hoe ziet je leven er nu uit?

“Mijn leven bestaat nog steeds uit overwinnen en elke dag vechten. Dat begint al met het opstaan, het gevecht om uit bed te komen. Soms duurt dit wel een uur, soms helpt mijn dochter mijn benen uit bed te halen omdat dit niet lukt.

Het gevecht van de dag door zien te komen. Het gevecht tegen de pijn, het gevecht tegen de pijnstillers, het gevecht tegen het onbegrip, het gevecht tegen mezelf, het gevecht tegen het schuldgevoel, het gevecht van de onzekerheid, het gevecht tegen het UWV, het gevecht tegen de omgeving. ‘Waarom kun je niet eens langs komen… Waarom zie ik je weleens met je kinderen leuke dingen doen?’ Het gevecht tegen alles.

Ik heb gekozen voor mijn kinderen en ik wil dat ze zo weinig mogelijk ongemak ervaren van mijn ‘slechte lichaam’. Daar betaal ik keer op keer de hoogste prijs voor. Leven met bekkenpijn gun ik niemand, je ziet het niet aan de buitenkant. Ik blijf maar lachen, maar van binnen huil ik vaak.
Ik ben iemand die heel slecht nee kan zeggen en daarmee val ik letterlijk steeds op mijn ‘bek’.”

Wat wil je meegeven aan lotgenoten?

“Mijn dagen duren ontelbaar lang, en er zijn dagen bij dat ik het echt niet meer zie zitten, maar ik probeer positief te blijven. Ik hou me vast aan de gedachte dat het ooit beter zal gaan worden. Gelukkig heb ik lieve kinderen, die me steeds de kracht geven om door te gaan. Ik wil lotgenoten het volgende meegeven: ‘Accepteer de situatie zoals het is en blijf geloven in wat zal komen’.”