Er vindt momenteel een soort evolutie plaats op het gebied van herstel in de psychische gezondheidszorg. Jarenlang stonden vooral de ziekte, stoornis en symptomen centraal, maar langzaam verschuift dat naar een blik op herstel. Professionalisering op dit gebied staat nog in de kinderschoenen, maar is in volle gang. Mensen die psychisch niet in orde zijn, woonden vroeger in psychiatrische ziekenhuizen. Dit waren grote woongemeenschappen waar bewoners hun eigen gemeenschap vormden, los van de wereld daarbuiten. Vanaf de jaren zestig kwam daar verandering in.

Volgens een nieuw gezondheidsideaal kwam de nadruk te liggen op therapieën zoals psychotherapie en sociotherapie, met het idee dat mensen zouden genezen en konden terugkeren naar de samenleving. In de tachtiger jaren werd het credo ‘vermaatschappelijking van de zorg’. Psychiatrische ziekenhuizen moesten worden afgebouwd en RIBW (voor de ‘uitbehandelde doelgroep’) en RIAGG (ambulante hulpverlening) kwamen als alternatief. Naast of in plaats van begeleiding door beroepskrachten wordt de afgelopen tien jaar ingezet op vrijwilligers, mantelzorgers en ervaringsdeskundigen. Er wordt een sterk beroep gedaan op de zogenaamde eigen kracht van de patiënt. Volgens directeur van faculteit Sociaal Werk en Toegepaste Psychologie van Hogeschool Leiden Nico van Tol zitten we momenteel in de fase van ontdekken welke kennis en verbanden nodig zijn om als beroepskracht, psychisch wankele mensen te ondersteunen om zo goed mogelijk te functioneren. De bevindingen van lector psychische gezondheidszorg Jaap van der Stel en de lesprogramma’s van onder meer docent bij Hogeschool Leiden Hennie Smit, dragen hieraan bij.

Doelgericht dankzij herstelondersteuning

Herstel was altijd al onderdeel van de ggz, maar sinds een aantal jaar is het volgens Van der Stel meer een strijdwoord geworden, omdat tot nu toe altijd de aandacht was gericht op behandeling van de ziekte. “Met name in onze sector is de focus op de ziekte een beetje flauwekul, omdat veel psychische aandoeningen chronisch zijn. Genezing is dus een woord dat we heel weinig gebruiken.” Daarom wordt er nu vooral gekeken naar de mogelijkheden op het gebied van maatschappelijk, persoonlijk en functioneel herstel, zodat mensen ondanks hun aandoening toch bepaalde doelen kunnen bereiken. Wat Van der Stel betreft moet herstelondersteuning vanaf het begin van een behandeling worden geboden. Alleen waren er tot nu toe nog geen goede werkwijzen en methodieken om professionele herstelondersteuners op te leiden. Van der Stel: “We hebben nog veel achterstand weg te werken.”

Nieuwe opleidingen

Onder andere Hogeschool Leiden ontwikkelt, vanwege de nieuwe inzichten over herstel, nu opleidingen die de focus hierop als uitgangspunt nemen. Hennie Smit is docent op deze school en stelt diverse lesprogramma’s samen. Ze probeert de grotere concepten in te delen in kleinere onderdelen, compleet met trainingen, colleges en samenwerkingsopdrachten. Smit: “Ik leer toekomende of huidige ondersteuners onder andere hoe ze patiënten deel laten uitmaken van de gewone maatschappij. Niet door dwang, maar door participatie.” Daarbij moeten ondersteuners continu in het oog houden met wat voor een persoon ze te maken hebben. Wat wil en kan iemand? In welke fase zit hij/ zij en waar is diegene nu aan toe? Als voorbeeld geeft ze iemand met autisme die goed met computers is en mensen uit de buurt helpt met problemen met hun apparatuur en software. De diagnose doet er tijdens de lesprogramma’s niet zozeer toe. Natuurlijk wordt er rekening mee gehouden of iemands klachten bijvoorbeeld uit een verslaving of psychose komen, maar de vraag is vooral wat mensen wél kunnen.