Mannen bespreken prostaatklachten niet snel met hun vrienden of huisarts. Terwijl het zaak is er op tijd bij te zijn.

Een vergrote prostaat

De prostaat groeit vanaf de puberteit. Bij dertig procent van de mannen leidt dit tot een dusdanig vergrote prostaat dat ze er last van krijgen. Dit gebeurt meestal vanaf het vijftigste levensjaar en wordt een goedaardige prostaatvergroting genoemd. De kwaadaardige vorm heet prostaatkanker. Uroloog Frans Debruyne van de Andros Mannenkliniek licht de symptomen toe: “De prostaat is een klier die vlak onder de blaas om de urinebuis zit. Vandaar dat er plasklachten kunnen ontstaan zoals moeilijk kunnen plassen, een zwakkere straal, frequenter plassen, nadruppelen en ‘s nachts vaker plassen. Meestal schenkt een man hier eerst geen aandacht aan, omdat het langzaam optreedt.”

‘Shared care’ bij prostaatklachten

Mannen zoeken niet snel naar zorg bij prostaatklachten. Vaak stellen ze een bezoek aan de arts uit, maar de vergroting van de prostaat gaat intussen door. En een goedaardige vergroting gaat vaak gepaard met seksuele klachten zoals erectiestoornissen. Debruyne bestempelt dit als het taboe van de moderne vijftiger. Hij vindt ook dat de huisarts in een vroeg stadium van de prostaatklachten moet doorverwijzen naar de uroloog. “Nederland loopt op dit gebied achter in het ‘shared care concept’, terwijl een goedaardige vergroting ook kwaadaardig kan worden. In Nederland wordt dit nog steeds te laat ontdekt; in de ons omringende landen is de mortaliteit aan prostaatkanker duidelijk lager.”

Diagnose van prostaatkanker

Prostaatkanker is de grootste oorzaak van kanker bij mannen en kan vroeg ontdekt worden met een bloedonderzoek genaamd PSA (Prostaat Specifiek Antigeen) en een lichamelijk onderzoek, meestal aangevuld met een echo en zo nodig speciale testen. Dat vroeg diagnostisch onderzoek bij risicogroepen nodig is, blijkt uit het feit dat er in ons land nog ieder jaar meer dan drieduizend mannen sterven aan de gevolgen van prostaatkanker.

Wees er op tijd bij!

Er zijn verschillende risicofactoren. Denk aan het al erfelijke voorkomen van prostaatkanker, overgewicht, roken, het werken met zware metalen, mogelijk het eten van vlees en natuurlijk het ouder worden. “De levensvreugde van mannen tussen de zestig en tachtig jaar hangt sterk samen met de kwaliteit van hun urogenitale functies. Erectiestoornissen, impotentie, plasproblemen; we kunnen het allemaal voorspellen en bovendien kunnen we er iets aan doen. Voorheen was het vooral opereren, die ingreep kan nu vaak voorkomen worden. Als je maar op tijd naar een uroloog of mannenkliniek gaat.”