De impact van het hebben van kanker is nog tamelijk onderbelicht. Een keten van zorgverleners kan helpen. “Er is relatief weinig ruimte in de medische praktijk om de psychische impact van het hebben van kanker te bespreken”, legt internist-hematoloog-oncoloog Aart Beeker van het Spaarne Ziekenhuis de vinger op de zere plek.

Het belang van een nauwe samenwerking

Bespreken kan juist een grote toegevoegde waarde hebben. Beeker is ervan overtuigd dat een nauwere samenwerking tussen huisarts, ziekenhuis én inloophuis een leemte kan vullen. “De psycho-oncologische zorg is in deze regio goed verzorgd, maar ook hier is nog onvoldoende verbinding. Oncologen en verpleegkundig specialisten kunnen mensen met kanker verwijzen naar een inloophuis of psycho-oncologisch centrum, maar of die mensen daadwerkelijk gaan weten we niet.”

De drempel van psycho-oncologische zorg

Door het directe contact hoopt Beeker dat de spreekwoordelijke drempel om een inloophuis binnen te stappen verlaagd wordt. Het belang van goede psycho-oncologische zorg is enorm, maar Beeker ervaart dat patiënten het vaak moeilijk vinden om bij de oncoloog om psychische hulp te vragen. “Er is een drempel door de volle wachtkamer en om dingen bespreekbaar te maken. En ze voelen dat bij een oncoloog niet direct de expertise op dit gebied zit. Zonder goed maatschappelijk werk, de inzet van een psycholoog, seksuoloog en de inloophuizen kunnen we geen goede zorg bieden. Ook de huisarts is een belangrijke schakel in de keten rondom de patiënt.”

Maar de tijd van de huisarts is ook niet oneindig, zodat nauw contact tussen oncoloog en de betreffende huisarts van groot belang is. “Het is goed om de huisarts te kennen om samen in de keten de best mogelijke zorg voor de patiënt te kunnen bieden.” Door de psychische ondersteuning ervaart Beeker meer rust bij zijn patiënten. “En ze komen met concretere vragen.”

Combinatie van ‘care’ en ‘cure’

Huisarts Jos Mulders stelt zich actief op bij de begeleiding van mensen met kanker. “Het gaat om een combinatie van ‘care’ en ‘cure’. Iedereen hoopt dat de kanker te genezen is en doet zijn best om de ‘cure’ te verwezenlijken. Daarbij speelt ‘care’ ook een belangrijke rol: hoe zit de zorg in elkaar? Hoe ziet de mantel er uit? Je krijgt een gecombineerd beeld waarbij je als basis naast de patiënt blijft staan, hem volgt en vraagt hoe en wat hij denkt.”

Mulders durft te beweren dat de patiënt die zich geborgen en veilig voelt minder medicatie nodig heeft voor de bestrijding van bijvoorbeeld angst en pijn. “In mijn praktijk gaat iedereen met kanker in een speciale map, die ik elke maand met de medici doorneem om te kijken of we contact met hem of haar hebben gehad. Tijdens de behandeling verdwijnt een patiënt vaak uit het zicht van de huisarts en ik denk dat we juist daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Ik pleit dan ook voor een heel vooraanstaande rol voor de huisarts in het zorgteam rondom een patiënt. Ja, dat vraagt veel persoonlijke inzet van de huisarts, maar het is absoluut de moeite waard.”

Vanuit het ziekenhuis wordt in ieder geval enthousiast gereageerd op de inzet van Jos Mulders. “Ik kan de specialistische taal vertalen naar de thuissituatie. Andersom kan ik bepaalde vragen namens de patiënt aan de oncoloog stellen. Dat hele circuit gaat zich steeds meer sluiten, met oncologen, oncologisch verpleegkundigen, inloophuizen, psycho-oncologische centra en andere specialisten.”