Zodra Coen (51) een hartinfarct krijgt, begint de klok te tikken: binnen zes minuten moet hij geholpen worden, anders kan hij hersenschade oplopen. Zijn achterbuurvrouw en buurthulpverlener Marjan past binnen twee minuten hartmassage toe. Samen vertellen ze over de gebeurtenis, redder en geredde bij elkaar.

Het drukkende gevoel op de borst baarde Coen eerder weinig zorgen. Eventjes liggen, even rustig aan doen, en het nare gevoel zakte altijd wel weer weg. Eerder daarvoor bezocht Coen de huisarts met zijn klachten: geen reden tot zorgen, cholesterol iets te hoog, goed op de voeding letten en het gaat vanzelf over. Maar de pijn die hij op Prinsjesdag van 2013 voelde, was anders. Een ongekend zwaar gevoel op zijn borst, zo had hij het eerder niet meegemaakt. Hij zegt het tegen zijn vrouw, Marga, en zegt haar dat hij op bed gaat liggen. Ze vertrouwt het niet, ze laat de slaapkamerdeur op een kier. Het blijkt één van de cruciale factoren waarom Coen nu nog leeft.

Eerder die dag was er niets aan de hand. “Ik had een gewone werkdag, niets bijzonders”, vertelt Coen vanuit zijn woonkamer in Wateringen. “Maar toen ik net thuis was, kwam de pijn als een donderslag bij heldere hemel.” Het zal vast hetzelfde zijn als eerder, dacht Coen, even rusten en het trekt weer weg. “Het voelde een beetje als hyperventilatie”, zegt Coen, “er waren geen klachten waardoor ik gelijk in paniek raakte.” Coen gaat liggen. Zijn eerstvolgende herinnering zal pas van een week erna zijn, nadat hij ontwaakt uit een kunstmatige coma.

Burgerhulpverlening

Wanneer Coens dochter langs de open slaapkamerdeur loopt, hoort ze hem gorgelend ademen. Zijn gezicht is grauw. Hij heeft een zwaar hartinfarct. Zijn dochter roept Coens vrouw, Marga, die direct 112 belt. Tegelijkertijd wordt de buurvrouw, verpleegkundige van beroep, erbij gehaald door Coens dochter. In de meldkamer stuurt de centralist die Marga’s telefoontje aanneemt een automatische Eerste Hulp-oproep naar tientallen burgerhulpverleners. Nog geen honderd meter van Coens woning vandaan, staat het huis van burgerhulpverlener Marjan van der Enden. “Ik was thuis, net terug van werk, gewoon in huis een beetje aanrommelen. Toen kreeg ik het sms’je.” De boodschap luidde: ‘REANIMATIEOPROEP. Ga direct naar het slachtoffer op het volgende adres.’ “Je voelt onmiddellijk de adrenaline”, vertelt Marjan. “En ik heb nog nooit zo snel gerend als toen.” Ze sprint haar voordeur uit, door de poort van het steegje naast Coens huis, naar rechts de straat van Coen in. De buurjongen wijst naar de voordeur, geen twijfel mogelijk om welk huis het gaat. Eenmaal naar binnen gespurt ziet Marjan de vrouw van Coen staan, die druk naar de trap gebaart.

Training

Marjan rent de trap omhoog en treft daar de buurvrouw, die inmiddels bij Coen staat. “Hij was lijkbleek, je kan je amper voorstellen dat iemand er zo uit kan zien. We trokken hem van het bed, we moesten hem immers op een stevige ondergrond reanimeren. Het maakt dan niet zoveel uit als je hardhandig bent, als je Coen ‘au’ hoort zeggen, is het alleen maar goed. Toen begon ik met de hartmassage en de buurvrouw met de beademing.” Er zijn nog geen twee minuten verstreken tussen de 112-oproep en de start van de hartmassage. Wederom een cruciale factor waarom Coen nu nog in leven is.

Een half jaar voor het incident volgt Marjan de training tot burgerhulpverlener van HartveiligWonen. Daarvoor was zij al EHBO’er, sinds de geboorte van haar tweede dochter. “Na haar geboorte dacht ik: wat nou als er iets met haar gebeurt? Dan wil je toch iets kunnen doen. De keuze om de training te volgen was in feite hetzelfde: ik wilde er mensen mee helpen.” De training hielp Marjan om te handelen toen zij het sms’je kreeg. Ze wist wat ze moest doen, zonder dat ze er over na hoefde te denken.

Ervaringen delen

Terwijl Marjan hartmassage toepast, luistert ze alert of ze de sirenes van de ambulance al hoort. De opluchting is groot wanneer ze arriveren en de ambulancebroeders het overnemen. De weken erna blijft Marjan opschrikken zodra ze een sirene hoort. “Je bent dan gelijk alert, je denkt gelijk dat je iets belangrijks moet doen”, zegt ze. Uiteindelijk keert Marjan terug naar huis, nadat Coen met de ambulance naar het ziekenhuis wordt vervoerd.
Ze zit naast Coen aan de keukentafel, dit is zeker niet hun eerste gezamenlijke interview. Voor Coens hartinfarct kenden zij elkaar al van de jaarlijkse buurtbarbecue. “Toch was het in het echt wel heel anders dan hoe wij het oefenden op de pop”, vindt Marjan. “Vind je?” vraagt Coen aan haar. “Dat vond ik niet”. Hij kan er over meepraten. Na zijn herstel meldde Coen zichzelf ook aan als burgerhulpverlener. Ongeveer een jaar na zijn eigen hartinfarct werd hij opgeroepen voor reanimatie: zijn 88-jarige buurman had een hartstilstand. Ondanks de hartmassage die Coen toepaste, overleefde zijn buurman het niet.

De eerste dagen

Het blijft de dagen na Coens infarct erg spannend of hij het gaat redden. Zijn kransslagader wordt gedotterd en gestent, om hersenschade te voorkomen wordt hij tot 32 graden Celsius gekoeld en in een kunstmatige coma gehouden. Maar hij verkeert nog steeds in levensgevaar, vertellen zijn artsen. Ze raadden Coens familie aan om rekening te houden met zijn overlijden en afscheid te nemen. “Die dagen waren lastig”, vertelt Marjan. “Ik had veel contact met Marga, zij hield me vaak op de hoogte. Dat het onzeker was of Coen het zou redden, laat staan hoe hij zou zijn als hij bij zou komen. Het idee dat hij er slecht uit zou komen en mij de reanimatie misschien zelfs kwalijk zou nemen, vond ik erg zwaar.” Maar Coen komt bij. Enkele dagen na zijn infarct ontwaakt hij langzaam. Die eerste dagen heel vaag bij”, vertelt hij. “Ik blijk allerlei gekke dingen te hebben gezegd. De verpleegkundigen vertelden mij dat ik een hartinfarct gehad heb. Ik zei kennelijk iets als: ‘och ja, dat is volgens mij wel eens eerder gebeurd. Ik wil graag nu naar huis.’ Ook dacht ik dat het kastje dat om mijn nek hing – een medisch apparaatje – een MP3-speler was, ik zat er telkens aan te frunniken en was gefrustreerd dat ik geen muziek hoorde. Uiteindelijk hebben de verpleegkundigen hem maar achterstevoren omgehangen, zodat ik er niet meer bij kon.”

Leven na een infarct

Coen gaat met sprongen vooruit, en begint al vlug met zijn revalidatie. “De artsen waren verbaasd,” vertelt hij, “het komt weinig voor dat iemand zo snel weer herstelt.” Het heeft alles te maken met het snelle handelen van Marjan: na ongeveer zes minuten bestaat er een zeer grote kans op ernstige hersenschade, terwijl Marjan binnen twee minuten al hartmassage toepaste. Daarna gaat het leven verder, vertelt Coen. Toch is het niet helemaal zoals het daarvoor was. Niet alleen Coen is burgerhulpverlener geworden, ook zijn vrouw, dochter en een groot aantal buurtbewoners uit zijn straat zijn het inmiddels. “We zouden die week de jaarlijkse buurtbarbecue houden,” vertelt Marjan, “maar vanwege Coens hartinfarct moesten we die afzeggen. Toen we de reden vertelden, was er niet alleen schrik bij de buurtgenoten, maar ook het besef hoe belangrijk deze snelle hulp is. Ze hebben zich massaal aangemeld.”

Levend bewijs

Marjan heeft na Coens hartinfarct nog tientallen sms’jes voor burgerhulpverlening gekregen. “Er zat één jaar tussen dat ik er maar liefst zevenentwintig kreeg”, vertelt Marjan. Lang niet altijd was ze in de buurt, een aantal keer kon ze wel helpen door bijvoorbeeld het verkeer te regelen. Inmiddels neemt het aantal oproepen dat zij krijgt af. “Dat betekent niet zozeer dat mensen minder vaak een hartinfarct krijgen,” zegt Marjan, “maar vooral dat er steeds meer burgerhulpverleners zijn. Zodra genoeg mensen de oproep beantwoorden, worden er niet meer mensen gevraagd.” Het is een hoopvol teken: steeds meer mensen bieden zich aan om mensen als Coen te redden. Maar het kan altijd beter, vinden Coen en Marjan beiden.

“Vooral in de grote steden merk je dat er minder animo voor is”, zegt Marjan. “En dat terwijl er heel veel mensen bij elkaar in de buurt wonen.” Coen is het levende bewijs hoe waardevol burgerhulpverleners zijn. “Ik leef nog, zo simpel is het. En ik ben echt niet iedere dag bezig met wat er gebeurd is, maar soms denk je er toch aan. Zelfs bij de kleinste dingetjes, zoals iets simpels als het vuilnis bij de straat zetten, sta je er toch stil bij: ik leef.”