Kwaliteitsregistraties door medisch specialisten zijn ontstaan om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Informatie die uit registraties voortkomt is van groot belang voor patiënten en artsen. Tegelijkertijd klinken geluiden over de grote administratieve last die registreren op zou leveren. Maar, zo stelt vicevoorzitter Federatie Medisch Specialisten (FMS) Huib Cense, er is een belangrijk verschil tussen administratieve last in het algemeen en registratielast in het bijzonder. “Het is niet zo zwart-wit als vaak wordt voorgesteld.”

Hoe zijn kwaliteitsregistraties eigenlijk ontstaan?

“In het verleden kwamen dokters bij elkaar om te bespreken hoe zorg eruit moet zien. Een aantal zaken werden geregistreerd om uitkomsten van zorg te vergelijken. Dit is geëvolueerd tot uitvoerige overlegstructuren, waarbij ook patiënten input hebben over wat men wil registreren en wat in een registratie moet komen. Historisch gezien bestaan dit soort initiatieven al heel lang; honderd jaar geleden registreerden artsen al informatie over de kwaliteit. In Nederland is het in mijn vakgebied begonnen met de colorectal audit – de DSCA, waarbij alle geopereerde patiënten met darmkanker worden geregistreerd.”

Hoe worden kwaliteitsregistraties door medisch specialisten ingezet?

“Vanuit de arts draaien kwaliteitsregistraties om één ding: het continu verbeteren van de kwaliteit van zorg voor patiënten. Dat kan alleen door heel goed te bespreken wat je wilt registreren, de registraties daarna goed uit te voeren en tot slot de resultaten goed te laten interpreteren door artsen die dat kunnen. De informatie die daaruit volgt, moet vervolgens worden teruggekoppeld aan de artsen zelf, zodat die zien wat ze kunnen verbeteren.”

Verbetert de kwaliteit van zorg hierdoor inderdaad?

“Ja absoluut. Het duurt meestal even voordat een registratie goed loopt, maar we zien enorme kwaliteitsverbeteringen voortkomen uit het goed registreren en terugkoppelen van zorgkwaliteit. Er worden drie soorten kwaliteitsinformatie gemeten: ‘harde’ kwaliteit, zoals morbiditeits- en mortaliteitscijfers, ‘zachte’ kwaliteit – hoe beoordelen patiënten de zorg, de behandeling, het ziekenhuis? – en tot slot doelmatigheid, zoals de kosten per ingreep of per behandeltraject. De combinatie tussen harde kwaliteit, zachte kwaliteit en doelmatigheid zorgt voor verbeteringen. Een verhoogde harde kwaliteit heeft vrijwel altijd effect op de doelmatigheid, want goede zorg is vaak doelmatige zorg. Met een focus op kwaliteit dalen ook vaak de kosten. In chirurgentaal: het mes snijdt aan twee kanten. Neem de DSCA, deze bestaat nu een jaar of acht en in de colorectale chirurgie in Nederland is in die tijd een enorme kwaliteitsverbetering gerealiseerd, doordat chirurgen terugkrijgen hoe ze het doen en wat ze kunnen verbeteren.”

Zijn medisch specialisten volgens u overtuigd van het nut van kwaliteitsregistraties?

“Zodra de arts ziet dat met de informatie uit een registratie de kwaliteit van zorg kan verbeteren, zal hij overtuigd zijn van de meerwaarde van de registratie – de primaire drijfveer is immers het leveren van goede zorg. Uiteraard zijn verbeterpunten zinvol om te zien, maar het werkt ook motiverend om te zien wat er al goed gaat. Zien waar je het goed doet geeft voldoening. Dat kan op allerlei niveaus zijn: hoe Nederland het doet ten opzichte van het buitenland, hoe jouw instelling het doet binnen Nederland en hoe jouw vakgroep ervoor staat in vergelijking met anderen.”

Hoe zit het met de hoge administratielast die vaak in relatie wordt gebracht met kwaliteitsregistraties?

“De vraag is of het probleem bij administratieve lasten in het algemeen ligt of bij kwaliteitsregistratielasten in het bijzonder. Als ik naar mijn eigen werkdagen kijk, is er ontzettend veel om te noteren en in te voeren: in het elektronisch patiëntendossier (EPD), elektronische portfolio’s voor arts-assistenten, voor de verzekeraars, protocollen, noem maar op. Dit alles zorgt voor een hoge administratielast, maar die heeft niet alleen met kwaliteitsregistraties te maken. Wij zijn met de FMS bezig te onderzoeken waar precies het probleem ligt. We willen door middel van een enquête objectiveren waar artsen vooral tegenaan lopen. De hoeveelheid administratieve handelingen zijn voor veel artsen een dagelijkse ergernis. De werkdruk wordt vaak als hoog ervaren, burn-outs zijn een groot probleem onder artsen. Dat willen we niet. Maar het is te kort door de bocht te stellen dat dit alleen door de kwaliteitsregistraties komt. Het is breder.”

Waar ligt volgens u de grootste administratieve last voor artsen?

“Dat heeft vaak te maken met dubbelregistraties. Voor artsen is goede verslaglegging essentieel, maar vaak hebben ze het gevoel dat het dubbelop gebeurt en dat ze er te weinig voor terugkrijgen. Informatie overbrengen van het ene dossier naar het andere zou veel beter moeten. Uit eenmaal ingevoerde informatie zou automatisch data voor kwaliteitsregistratie gehaald moeten worden. Een andere ergernis is dat verschillende partijen over hetzelfde onderwerp aparte informatie opvragen. Je zou willen dat de koppeling tussen verschillende systemen of dossiers verbeterd wordt.”

Waarom gebeurt dit nog niet?

“ICT is nu eenmaal complex qua regelgeving, beveiliging, privacy en koppeling tussen systemen. Daar zijn artsen niet per se experts in. EPD’s zijn bovendien eerder ontstaan dan de meeste registraties. Bij de nieuwste registraties wordt vaak een koppeling ingebouwd met bestaande EPD’s. Een voorbeeld is het implantatenregister: een kwaliteitsregistratie over implantaten. Een voorwaarde voor deze registratie was een minimum aan administratieve lasten. Idealiter door implantaten ‘bleepable’ te maken, zodat je ze alleen hoeft te scannen om ze direct in de verschillende systemen te zetten.”

Waar moeten kwaliteitsregistraties volgens u aan voldoen?

“Je moet heel duidelijk voor ogen hebben met welk doel iets geregistreerd wordt. Heeft de registratie echt meerwaarde voor de patiënt? De registratie moet in dienst staan van de kwaliteit van zorg. Daarbij moet de administratieve last zo laag mogelijk zijn. Logistieke of financiële systemen mogen niet ingezet worden voor kwaliteitsdoeleinden. De gegevens uit een voorraadbeheersysteem kun je bijvoorbeeld niet zomaar gebruiken om conclusies te trekken over kwaliteit. ICT en administratie moeten faciliterend zijn en niet in de weg staan van de tijd tussen dokter en patiënt. De patiënt heeft recht op een arts die voldoende tijd heeft en continu werkt aan kwaliteitsverbetering. Hieraan moeten kwaliteitsregistraties ondersteunend zijn.”

Wat verwacht u van de toekomst van de kwaliteitsregistraties?

“Er bestaat in Nederland een heel overlegcircuit om registraties te evalueren en in het oog te houden dat de administratieve last niet te groot wordt. Het verbeteren van kwaliteit blijft het belangrijkste. Ik verwacht dat er in de toekomst veel meer informatie over kwaliteit en doelmatigheid ‘automatisch’ uit de systemen komt en beter wordt teruggekoppeld aan de artsen. Daarvoor moeten artsen samen met patiënten bespreken wát ze willen registreren en hoe de gegevens geïnterpreteerd worden. De resultaten moeten nauwlettend geanalyseerd worden, om geen onjuiste causale verbanden of overhaaste conclusies te trekken. Daarmee ondermijn je het vertrouwen. Daarom moeten alleen mensen die er verstand van hebben de uitkomsten beoordelen.”

Wat moet er gebeuren om dit te bewerkstelligen?

“Nederland levert al heel goede zorg, maar in 2025 willen we met de medisch-specialistische zorg aantoonbaar tot de meest innovatieve, doelmatige en kwalitatief beste ter wereld behoren. Daarvoor is een sfeer van vertrouwen en intensieve samenwerking noodzakelijk. Samenwerking tussen medisch specialisten, ziekenhuizen en patiëntenverenigingen is essentieel. Ook met zorgverzekeraars moeten we een vijandige of wantrouwende sfeer voorkomen. De laatste twee jaar gaat dit de goede kant op. Er is meer vertrouwen gekomen, er wordt goed samengewerkt. Goede registraties en een goed kwaliteitssysteem kosten nu eenmaal geld. Daarom wil ik waarschuwen voor onvoldoende investeringen in ICT in ziekenhuizen. Daar moeten zowel verzekeraars als de overheid middelen beschikbaar voor stellen. Zonder investeringen in ICT zie ik geen grote stappen in registratieverbetering. Ook de knowhow over de koppelingen tussen systemen en ziekenhuizen moet verbeterd worden. Er wordt nu nog gefaxt tussen ziekenhuizen! Hier zit niet de kennis van medisch specialisten, maar we willen wel dat het goed geregeld wordt. Kwalitatieve ICT die goede en makkelijke communicatie faciliteert, maakt netwerkgeneeskunde mogelijk. Dat is sterk in het belang van de patiënt en zal op lange termijn de kosten weer naar beneden kunnen halen.”

Wat kan op korte termijn beter?

“Op de korte termijn roep ik medische staf op om op een laagdrempelige wijze met elkaar in gesprek te gaan over kwaliteit. Wat gaat goed, wat kan beter? Het hierover hebben werkt erg goed, dat wil ik dan ook stimuleren. Wat ook beter kan op korte termijn is het inzichtelijk maken van alle informatie die al aanwezig is in de bestaande systemen. Het goed zichtbaar en bruikbaar maken van alle data die al in de verschillende systemen besloten zit, zou snel kunnen bijdragen aan verbeteren van kwaliteit van de patiëntenzorg. Het gestructureerd met elkaar praten over de gegevens die er zijn, gebeurt al, maar mag op korte termijn nog meer. Om de kwaliteit te verbeteren moet je dit blijven benadrukken.”