Een bloedtest die maar liefst acht verschillende kankersoorten in een vroeg stadium kan aantonen: het eerste onderzoek naar de zogeheten CancerSeek is veelbelovend. Het zou de mogelijkheid bieden om in de toekomst preventief op kanker te screenen. Patholoog Gerrit Meijer (AVL) en het KWF noemen het onderzoek veelbelovend, maar willen nog niet van een doorbraak spreken.

Met veel hoop en opwinding werd gereageerd op een onderzoek naar preventieve kankerscreening via een bloedtest. De test, CancerSeek genaamd, zou maar liefst acht verschillende soorten kanker kunnen aantonen in het bloed. Onder deze acht soorten zijn er vijf die eerder erg moeilijk te detecteren waren, zoals eierstok-, lever, en slokdarmkanker. Vroege detectie is cruciaal, schrijven de onderzoekers in hun publicatie in Science: gelokaliseerde tumoren zijn vaak goed chirurgisch te verwijderen, wanneer de kanker uitzaait is het vaak ook nodig om chemo toe te passen. Dankzij CancerSeek zou het mogelijk zijn om patiënten te diagnosticeren voordat de ziekte uitzaait, waardoor hun kansen drastisch toenemen. De onderzoekers opperen voorzichtig dat CancerSeek in de toekomst een preventief routineonderzoek zou kunnen zijn.

Bevolkingsonderzoek

De conclusie dat CancerSeek een doorbaak betekende, werd vlug getrokken. Gerrit Meijer, hoofd Pathologie (AVL), vindt het een belangrijke technische ontwikkeling, maar wil nog niet van een doorbraak spreken. Meijer was nauw betrokken bij het bevolkingsonderzoek darmkanker, en ziet met de bloedtest dezelfde uitdagingen die toentertijd speelden bij het bevolkingsonderzoek. “Wanneer je op zo’n grote schaal gaat onderzoeken, moet je ook op andere onderdelen opschalen. Als je bijvoorbeeld meer gevallen ontdekt, zal je ook de capaciteit moeten hebben om deze gevallen verder te onderzoeken en te behandelen. Daarom hebben wij het bevolkingsonderzoek darmkanker gefaseerd geïmplementeerd.”

Wenselijk

Maar al zou het logistiek mogelijk zijn om een kanker-screening op bevolkingsschaal uit te voeren, dan heeft Meijer alsnog zijn twijfels bij de wenselijkheid hiervan. “Je zou kunnen zeggen dat het iets weg heeft van een full-body scan,” zegt Meijer. “Het kan leiden tot onnodige onrust, of een valse zekerheid bieden. Dat je op de dag van het onderzoek niets hebt, betekent immers niet dat je daarna niet alsnog ziek kan worden. Wat beter werkt, is een gerichte doelgroep onderzoeken, zoals bij darmkanker.” Wat belangrijk is, zo vindt Meijer, is dat er afgewogen en genuanceerd gekeken wordt naar dergelijke screenings.

Nauwkeurig

Ook het KWF ziet het als een heel belangrijke ontwikkeling, maar is net als Meijer voorzichtig. “We zien veel van dit soort onderzoeken, maar we moeten vooral letten op het percentage juiste diagnoses,” aldus een woordvoerder. “Soms lijkt dit heel hoog, dan noemen onderzoeken bijvoorbeeld tachtig procent, maar dat betekent dat nog steeds bij twintig procent de ziekte niet wordt opgemerkt. Soms gebeurt het zelfs dat de test positief is bij een gezonde persoon: een vreselijk en zenuwslopend bericht voor deze gezonde mensen.”

Door naar zowel proteïne- als DNA-markers te kijken, is het mogelijk om nauwkeurig het type tumor te bepalen, schrijven de onderzoekers. Toch verschilt de nauwkeurigheid behoorlijk bij verschillende types. Bij leverkanker heeft de test een slagingspercentage van ongeveer zestig procent, bij borstkanker ligt dit tegen de honderd aan. In de tweede en derde fase van de ziekte was het gemiddelde slagingspercentage van de test respectievelijk 73 en 78 procent, in de eerste fase lag dit op 43 procent.

“Wat we moeten doen,” zegt Meijer, “is verder kijken dan alleen deze papers. Het onderzoek is zeer veelbelovend, maar bij de praktische uitwerking komt veel kijken. Hoe goed de onderzoeken ook zijn: reken jezelf er niet te snel mee rijk.”