Naar schatting heeft zestien procent van de Nederlandse bevolking een IQ-score lager dan 85. Voor sommigen een reden om hen het label ‘licht verstandelijke beperking’ te geven. Maar LVB is meer dan alleen een intelligentiescore. Ook het vermogen om zich aan dagelijkse situaties aan te passen, vormt een belangrijke indicator. Een vaardigheid waar in de digitale samenleving een steeds groter beroep op wordt gedaan.

Een reis met het openbaar vervoer, het doen van de belastingaangifte en een bezoek aan een gemeenteloket. Het zijn voor de meeste mensen de normaalste zaken van de wereld. Maar voor degenen met een LVB kunnen ze veel stress opleveren. Er is een bepaald niveau van redzaamheid voor nodig en het vergt onder meer lees-en rekenwerk. En wie deze vaardigheden niet bezit,
moet veel moeite doen om mee te komen.

Bewust worden van een LVB

Volgens Xavier Moonen, hoogleraar Kennisontwikkeling over Jeugdigen en Jongvolwassenen met Licht Verstandelijke Beperkingen en Gedragsproblemen aan de Universiteit van Amsterdam, draait het in de tegenwoordige maatschappij om zelfredzaamheid en adaptieve vaardigheden. Hierbij vormen normaal begaafde burgers het uitgangspunt. Volgens hem pretendeert de Nederlandse overheid op een toegankelijk taalniveau met zijn burgers te communiceren, terwijl het in de praktijk op een hoger niveau opereert. “Als al 20 tot 30 procent van de mensen niet in staat is om overheidsbrieven te begrijpen, betekent dit dat ze niet geïnformeerd worden. In die zin worden mensen met een LVB uitgesloten.”

Gemeenten dienen dan ook meer rekening te houden met de mogelijkheid dat klanten aan de balie minder cognitief flexibel zijn, zegt hij. “Als iedereen op dezelfde manier wordt aangesproken, staat al vast dat één op de zes niet goed wordt bediend. Er zou gezocht moeten worden naar een basisniveau van bejegening dat ook voor degenen met een LVB begrijpelijk is.”

Ook Robert Didden, hoogleraar Verstandelijke beperking, Leren en Gedrag aan de Radboud Universiteit, onderstreept het belang van participatie. Volgens hem begint het allemaal met het bewustzijn dat er mensen zijn die moeite hebben met het begrijpen van informatie. Veel instanties hebben niet door hoe adviezen kunnen worden gegeven aan degenen met een LVB. Deze hoeft niet direct op te vallen, wat al snel resulteert in miscommunicatie. “Maar het is de gemeente die zich zou moeten aanpassen, en niet andersom. Gelukkig begint dit steeds meer bij instanties door te dringen.”

Aandacht voor taalgebruik

Een LVB is echter niet altijd even gemakkelijk te herkennen. Didden: “Aan het uiterlijk is niets te zien en daar begint het probleem. Daarbij kunnen de mensen zich verbaal dikwijls redelijk goed presenteren.” Het vergt dan ook kennis en ervaring om te zien of sprake is van een LVB. Volgens Moonen kunnen met name een mindere flexibiliteit en rigide houding duiden op een LVB. “De groep heeft geregeld moeite met bepaalde woorden of blijft hangen in bepaalde spreekwijzen. Vaak zijn echter wel andere talenten aanwezig, waarmee de lagere intelligentie kan worden verbloemd.”

Komt de beperking eenmaal aan het licht, dan is het een kwestie van weten hoe te handelen. Over het algemeen komt dit neer op aangepaste communicatie, legt Moonen uit. Harder praten en voorbeelden geven, hebben hierbij geen zin. Het gaat vooral om langer de tijd nemen, voldoende herhalen, minder praten en meer doen. Ook controleren of de informatie is begrepen, kan helpen. Didden is het met hem eens. “Het is daarbij de kunst je taal op zo’n wijze te vereenvoudigen dat het niet kinderlijk wordt. Duidelijke communicatie, die niet neigt naar die van een kleuter.”

Richting een inclusieve samenleving

Wil Nederland werken aan een inclusieve maatschappij, dan is het zaak om niet enkel de gemiddelde burger, maar ook degenen met een mindere flexibiliteit als uitgangspunt te nemen, concludeert Moonen. Nu wordt nog vaak gedacht in een wij-zij-sfeer, maar iedereen heeft er belang bij dat er een maatschappij ontstaat waarin iedereen aan zijn of haar trekken kan komen. “Zie het als een uitdaging om op een andere manier met elkaar om te gaan, zodat een zesde van de Nederlandse bevolking niet hoeft te worden uitgesloten.” Didden sluit zich hierbij aan. “Het betekent niet dat de samenleving moet worden afgeremd, maar dat moet worden gehandeld op een wijze dat ook mensen met een LVB kunnen meekomen. Communiceren en opereren op een manier die voor iedereen begrijpelijk is.”