Na een hersenvliesontsteking raakte Cindy de Boer-Dexel (nu 36) langzaam doof in beide oren. Slechthorendheid was een restverschijnsel van de ontsteking. Tien jaar lang ‘modderde’ ze aan met hoortoestellen, tot ze in 2004 in aanmerking kwam voor een cochleair implantaat (CI).

Cindy’s doofheid

“Het slakkenhuis in mijn oren is ontstoken geweest. Gelukkig geen littekenweefsel, maar wel beschadigingen aan de zenuwvezels, waardoor ik in tien jaar tijd langzaamaan aan beide zijden doof werd”, vertelt Cindy. De impact van de doofheid was groot. Cindy was met haar tweede baan bezig, maar door de doofheid liep ze vast. Telefoongesprekken voeren of vergaderingen bijwonen was onmogelijk. “Daardoor raakte ik mijn baan kwijt. Contact met andere mensen was heel moeizaam en ik kwam in een soort isolement terecht. Heel moeizaam en vermoeiend.”

Wat deed het cochleair implantaat?

Cindy kwam in aanmerking voor een cochleair implantaat, waarbij als het ware een elektrode in het slakkenhuis wordt geplaatst die de functie van de zenuwvezels overneemt. Op voorhand zag Cindy op tegen de ingreep (“Je weet niet wat je ervoor terugkrijgt”), maar na de eerste proefaansluiting, een week na de operatie, was de beleving enorm. “Bizar. Je zit in een stille kamer, maar het lijkt wel een kermis. Dan ga je in twintig minuten door een achtbaan van emoties.”

De invloed van het implantaat op het dagelijks leven

“Ik kan nu weer bijna alles, al blijft het beperkt. Het implantaat zit in één oor, het andere oor is doof. Het is zo normaal dat ik soms moet nadenken met welk oor ik de telefoon moet opnemen. Ik kan gewoon een gesprek voeren, werken, zwemmen en sporten. Alles kan. Muziek luisteren is apart. Ik heb een muziekherinnering van voor ik doof werd, ik kan niet zeggen dat muziek nu mooi klinkt. Ik loop hard met muziek aan, ik sluit mijn telefoon op mijn processor aan en de muziek gaat rechtstreeks mijn hoofd in. Geen gedoe met oordopjes.”

Voor het slapen gaat de processor af en is Cindy doof. Ze realiseert zich dat ze afhankelijk is en blijft van techniek. Altijd opgeladen accu’s mee bijvoorbeeld. Maar het elektronische implantaat hoort bij de dagelijkse routine. En: “Ik heb met het cochleair implantaat heel veel teruggekregen. Het is een groot geluk dat ik nu ook mijn kinderen kan horen en verstaan.”