Personalized medicine bij kanker is een op de individuele patiënt afgestemde benadering van therapie. Voor de keuze van de behandeling maakt men gebruik van specifieke moleculaire kenmerken van de tumor, zoals een verandering in een gen of een overmatig aanwezig eiwit. Door toegenomen kennis over kanker en door de ontwikkeling van doelgerichte medicijnen kan voor steeds meer geneesmiddelen via een test vooraf worden bepaald of een kankerbehandeling veel of weinig kans van slagen heeft.

Veel behandelingen worden tegenwoordig echter nog ingezet op basis van het tumortype. Als voor een bepaalde kanker bijvoorbeeld een behandelmethode bestaat met een kans van 70 procent op baat, zal die op basis van dat relatief gunstige percentage bij elke patiënt worden toegepast, ongeacht de genetische kenmerken van diens tumor. Personalized medicine kan in de toekomst nauwkeuriger informatie geven over wanneer en bij welke patiënten een therapie zal aanslaan, en steeds vaker ook behandelingsalternatieven kunnen bieden.

Moleculaire markers

Mariette Labots doet als oncoloog bij het VUmc onderzoek naar de biologische achtergrond van kanker. Men ontdekt steeds meer over moleculaire markers, kenmerken van iemands genen of eiwitten die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling of het gedrag van kanker, legt zij uit. De eigenschappen van deze markers kunnen de respons op bepaalde therapieën bepalen. Door bijvoorbeeld genen van tumorcellen te vergelijken met het DNA van gezonde cellen, is informatie te vinden over genmutaties die de groei van kankercellen stimuleren. Selectieve middelen kunnen de tumorgroei in een aantal gevallen zeer goed afremmen. In die zin maakt personalized medicine zijn belofte waar, stelt Labots. “Er is alleen nog een lange weg te gaan, want de invloed van genetisch materiaal op tumorgroei en effectieve behandeling zijn nog lang niet voor elke patiënt duidelijk.”

Kwaliteiten en begrenzingen

Volgens Jan Schellens, oncoloog en farmacoloog in het Antoni van Leeuwenhoek, is laboratoriumonderzoek van kankercellen inmiddels een belangrijke bouwsteen geworden in de therapiekeuze. “Biologisch onderzoek helpt perspectief en levensverwachting van een patiënt in te schatten, en te voorspellen welke behandeling het beste resultaat zal geven.” Als men in staat is een gerichte kankerbehandeling te geven, dan is de kans groter dat die werkt. Patiënten bij wie uit genetisch celonderzoek blijkt dat een therapie niet zal werken, hoeven er ook niet aan te beginnen, wat ze vervelende bijverschijnselen kan besparen.

“Het reduceert ook kosten als je een middel alleen geeft aan mensen met grote kans op werkzaamheid.” Ook Schellens vindt dat er nog een lange weg te gaan is: “Men zoekt naarstig verder naar antwoorden op de vraag waarom bepaalde kankersoorten ongevoelig zijn voor bestaande behandelingen.” Nader onderzoek wordt echter begrensd doordat er ander onderzoek aan vooraf moet gaan. Het is nog niet voldoende onderzocht welke biologische factoren bijvoorbeeld geneesmiddelresistentie verklaren, legt Schellens uit. Een andere begrenzing ligt op het bedrijfsmatige vlak. Personalized medicine ontwikkelt doorgaans dure geneesmiddelen voor steeds kleinere groepen patiënten. “Het is de vraag of er draagvlak is om deze middelen in de standaardzorg toe te laten.”

Toekomstperspectief kankerbehandeling

Over de toekomst van personalized medicine zijn zowel Schellens als Labots optimistisch. Zonder op genetica gerichte middelen denkt Schellens dat er geen belangrijke medicijnen voor de oncologie meer kunnen worden ontwikkeld. Labots verwacht dat er naast de introductie van nieuwe middelen ook nog een hoop zal worden gewonnen door trefzekerder gebruik van al bestaande middelen.