Patiënten die genezen zijn van baarmoederkanker lopen in de jaren hierna een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen als aderverkalking, aderontstekingen en boezemfibrilleren. Hierover publiceren Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of the National Cancer Institute.

Het team afkomstig van verschillende medische instellingen waaronder, University of Utah en Huntsman Cancer Institute, onderzocht ruim 3600 ex-baarmoederkankerpatiënten van 18 jaar en ouder. Allen werden in de periode van 1997-2002 gediagnosticeerd met deze kankervorm.

Onderzoeksresultaten

Uit het onderzoek blijkt dat 25,7% van de patiënten die genezen van kanker, in de 5 tot 10 jaar na hun diagnose met hartproblemen te maken krijgen. Voor baarmoederkankerpatiënten ligt dit percentage op 47% binnen 5 jaar na hun kankerdiagnose en op 33% tussen 5 en 10 jaar na diagnose.

Verhoogd risico binnen 5 jaar

Kijkend naar het risico op cardiovasculaire aandoeningen binnen 5 jaar na diagnose, betrof het onder meer perifere en vasculaire aderverkalking, hypotensie (lage bloeddruk), aderontsteking en tromboflebitis.

Voor baarmoederkankerpatiënten ging het om aandoeningen als tromboflebitis, veneuze trombose, pulmonale arteriële hypertensie, boezemfibrilleren en aandoeningen aan het lymfatisch stelsel. Het hoogste risico gold voor patiënten die naast een operatie ook een kankerbestraling of chemotherapie hadden ondergaan.

Screening ex-baarmoederkankerpatiënten

Dit is de eerste keer dat het risico op hart- en vaatziekten onderzocht is voor patiënten met baarmoederkanker, afgezet tegen het risico van kankerpatiënten in het algemeen. Omdat de kans voor ex-baarmoederkankerpatiënten groter is, zou het voor hen belangrijk zijn om in de 10 jaren vanaf diagnose gescreend te worden op hart- en vaataandoeningen.

Baarmoederkanker

Baarmoederkanker is een kanker van de baarmoeder die het vaakst voorkomt na de leeftijd van 55. Er zijn verschillende vormen. Bij 90 tot 95% gaat het om kanker van het baarmoederslijmvlies. Deze vorm ontstaat in de binnenste slijmvlieslaag van de baarmoeder. Bij ongeveer 5 tot 10% gaat het om kanker in het bindweefsel of in het spierweefsel van de baarmoeder.