Zodra er iets misgaat in de zorg wordt dit vaak groot uitgemeten. Dit is begrijpelijk, maar niet terecht, legt zorgbestuurder Hetty de With uit. “Mensen dragen de zorg van hun geliefde aan iemand anders over. Dit leidt soms tot een gevoel van schuld of tekortschieten, en daardoor tot een grotere nadruk op het goedgaan van deze zorg. Wat men echter niet moet vergeten, is dat het dagelijks leven gewoon doorgaat, ook binnen een zorginstelling.”

Hebben mensen een onrealistisch beeld van zorg?

Ja, dat denk ik wel. Hoe goed de zorg ook is, incidenten zullen altijd voorkomen. De realiteit die thuis kan gebeuren, kan ook in zorginstellingen gebeuren. Een voorbeeld: een cliënt komt geagiteerd terug van zijn dagbesteding. Zijn begeleider probeert de man te kalmeren en te achterhalen waarom hij zo boos is. Volgens de dagbesteding en de chauffeur die de cliënt heeft vervoerd zijn er geen bijzonderheden opgetreden. Na een uur blijkt dat het batterijtje van zijn gehoorsysteem leeg is. Betekent dit dan slechte zorg omdat hij een uur geagiteerd was? Nee, want zijn begeleider heeft er alles aan gedaan om erachter te komen wat er aan de hand was.”

Hoe kun je (leren) omgaan met problemen als agressief gedrag?

“Kijkende naar het voorkomen van incidenten, hebben wij gemerkt dat het geven van onvoorwaardelijke steun aan diegene die je begeleidt van groot belang is. Als je daartoe in staat bent, neemt de kans op agressie af, simpelweg omdat je dan beter aansluit bij de ander. Daarnaast moeten de behoeften van het individu en diens mogelijkheden leidend zijn bij het geven van zorg en ondersteuning, en niet protocollen of standaarden. Elke persoon is anders, evenals de situatie en de voorkeuren.”

Wat kunnen mensen van zorg verwachten?

“Wat belangrijk is om te realiseren, is dat zorg maandenlang goed kan gaan en dan ineens een keer niet. Zorg draait daarom om de puzzel die je elke keer met elkaar, met de cliënt, diens familie en het team, moet maken om te komen tot de beste zorg op dat moment. Dat gesprek moet je blijven voeren om te kunnen komen tot realistische zorg.”