Steeds vaker nemen huisartsen op het gebied van de cardiovasculaire zorg taken over van cardiologen. Het is van groot belang dat goede afspraken worden gemaakt tussen de eerste en tweede lijn op het gebied van overdracht, patiëntenzorg en wederzijdse communicatie. Als die afspraken goed tot stand komen, kan een verbetering in de zorg voor hartpatiënten ontstaan. Daarnaast draagt het verminderen van consulten bij de specialist bij aan het beheersen en verminderen van de zorgkosten. Al eerder hebben huisartsenpraktijken het ‘cardiovasculair risicomanagement’ overgenomen van de tweede lijn. Hierdoor kunnen hartpatiënten voortaan bij hun huisarts terecht voor de periodieke controles. Sinds kort is ook de richtlijn voor het voorschrijven van NOAC’s (antistollingsmiddelen) aangepast en kunnen huisartsen deze middelen zelf voorschrijven. Opnieuw is dit een verbetering van de zorg voor hartpatiënten. De zorg wordt dichtbij huis geboden, in de huisartspraktijk als het kan, en iets verder weg, in het ziekenhuis, als dat moet. Het vereist extra kennis van de huisarts en een andere aanpak van de cardioloog. Die zal, als patiënten eenmaal stabiel zijn, hen niet langer zelf onder behandeling houden maar terugverwijzen naar de huisarts.

Cardiologen in dienst van huisartspraktijken

In Amsterdam hebben honderdtachtig huisartsen die binnen de ROHA (Regionale Organisatie Huisartsen Amsterdam) samenwerken, medisch inhoudelijke transmurale samenwerkingsafspraken gemaakt met de cardiologen om de kwaliteit van de zorg te kunnen garanderen. Ook werken drie cardiologen een aantal uur per week voor de ROHA. Zij zijn beschikbaar voor e-consultatie, beantwoorden inhoudelijke vragen, verzorgen scholingen op maat en komen indien gewenst langs bij praktijken om dieper in te gaan op vragen op CVRM-gebied.

Contactmogelijkheden en regionale afspraken

Veel huisartsen hebben al bijscholingen gevolgd op het gebied van cardiovasculaire zorg en zijn prima in staat diagnoses te stellen als het gaat om boezemfibrilleren, angina pectoris en andere cardiovasculaire aandoeningen, stelt Nancy Colman, cardioloog en verbonden aan de ROHA. Toch is het belangrijk dat er directe contactmogelijkheden zijn met cardiologen. “Hoog-complexe cardiovasculaire patiëntenzorg vergt veel kennis op het gebied van bijvoorbeeld hartmedicatie. Die kennis zit nu nog vooral bij cardiologen.” Landelijke richtlijnen zijn prima, maar om de zorg voor hartpatiënten goed te organiseren, zijn regionale afspraken nodig. “Je moet steeds meer de grenzen tussen de eerste en tweede lijn loslaten en door de keten heen met elkaar samenwerken”, stelt Mascha Bevers, huisarts en medisch directeur van de ROHA. “Het doel is een gezamenlijke taakverantwoordelijkheid voor de patiënt waarbij zorg in principe in de eerste lijn wordt geboden en de specialist alleen in beeld komt als het echt nodig is.”

Voorlichting en gedragsverandering

Het is belangrijk dat patiënten goed geïnformeerd worden over het feit dat specialistische zorg steeds vaker dichtbij huis wordt geboden. Cardiologen moeten eraan wennen dat hun patiënten na de acute fase weer teruggaan naar de huisarts. En huisartsen moeten zich realiseren dat van hen wordt verwacht dat zij voor hartpatiënten meer specialistische zorg leveren. Voorlichting, overleg, kennisoverdracht en samenwerking zullen uiteindelijk resulteren in een gedragsverandering bij alle partijen. In Amsterdam zijn de resultaten positief. “Wij werken efficiënter en leveren betere zorg”, melden Bevers en Colman.