Wereldwijd overlijden jaarlijks 250.000 vrouwen aan de gevolgen van baarmoederhalskanker. Daarmee is het bij vrouwen de op één na dodelijkste vorm van kanker: alleen borstkanker kent meer sterfgevallen. Bijna 90% van de sterfte vindt plaats in ontwikkelingslanden, waar tot wel twintig op de 100.000 vrouwen eraan overlijden.

In vergelijking ligt het sterftecijfer in Nederland laag: hier krijgen ongeveer 700 vrouwen per jaar de diagnose, waarvan er 250 overlijden. Dit is te danken aan een combinatie van georganiseerde screening en goede behandelmogelijkheden. Toch zijn dit er 250 te veel, aldus Willem Melchers, hoofd laboratorium voor klinische microbiologie in het Radboudumc, en Ruud Bekkers, gynaecologisch oncoloog in het Radboudumc en Catharina Ziekenhuis Eindhoven.

Hoe ontstaat baarmoederhalskanker?

Bekkers: “Baarmoederhalskanker ontstaat wanneer bepaalde typen van het humaan papillomavirus (HPV) cellen in de baarmoederhals zodanig aantasten dat deze zich abnormaal ontwikkelen. Als dit proces lang genoeg doorgaat, ontstaan er kankercellen.”

Melchers: “Er bestaan veertien hoog-risico HPV-typen die geassocieerd worden met het veroorzaken van het voorstadium van baarmoederhalskanker. Met name HPV 16 komt veel voor en zien we dus ook vaker terug in kankercellen. HPV 18 komt minder vaak voor, maar brengt een groter risico op baarmoederhalskanker met zich mee. Wanneer een hoog-risico type zich in de baarmoederhals nestelt en niet door het lichaam wordt opgeruimd, duurt het tien tot vijftien jaar voordat de infectie zich ontwikkelt tot kanker.”

Besmetting met HPV is dus niet altijd gevaarlijk?

Melchers: “Nee. Om te beginnen zijn er honderden typen. Sommige hiervan zijn met ziekte geassocieerd en sommige niet. Zo worden hand- en voetwratjes ook veroorzaakt door HPV, maar dat zijn typen 2 en 4. Nog eens zestien andere HPV-typen kunnen de drager goedaardige afwijkingen zoals genitale wratten bezorgen. De kans dat iemand ooit in zijn leven wordt geïnfecteerd met een HPV-variant is 80%, maar dat hoeft geen hoog-risicovariant te zijn. Bovendien is de kans dat je lichaam het virus zelf opruimt binnen twee jaar na infectie heel groot.”

Bekkers: “Daar staat tegenover dat je ook weer een groot risico loopt het opnieuw op te lopen. HPV is heel makkelijk overdraagbaar via huid-op-huidcontact. Ben je op een feestje en begroet je een aantal mensen, dan zit het virus misschien al op je handen of wang. Het heeft echter geen pootjes: om de baarmoederhals te bereiken moet het daarnaartoe worden gebracht. Dit gebeurt veelal via seksueel contact, maar ook het inbrengen van een tampon of een medisch onderzoek kunnen HPV overbrengen. Dat betekent dat zich ook in een langdurige monogame relatie nieuwe varianten van het virus kunnen voordoen.”

Dragers van hoog-risico HPV-typen ervaren geen symptomen. Hoe kan voorkomen worden dat het virus zich ontwikkelt tot baarmoederhalskanker?

Bekkers: “Nederland kent sinds 1988 een georganiseerd bevolkingsonderzoek met als doel het vroegtijdig detecteren van baarmoederhalskanker. Tegenwoordig worden vrouwen tussen hun dertigste en zestigste in totaal vijf keer uitgenodigd hieraan deel te nemen. Tijdens het onderzoek wordt een zogeheten uitstrijkje gemaakt, waarbij cellen van de baarmoederhals worden afgenomen om te onderzoeken. Bij minder dan twee op de honderd vrouwen worden HPV en afwijkende cellen gedetecteerd die op het voorstadium van baarmoederhalskanker kunnen wijzen. Door dit tijdig te behandelen is baarmoederhalskanker meestal te voorkomen.”

Waarom worden vrouwen pas vanaf hun dertigste uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek?

Melchers: “Het uitgangspunt is dat het ongeveer tien tot vijftien jaar duurt voordat HPV zich eventueel ontwikkelt tot (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Tegelijkertijd kan het gebeuren dat iemand het virus wel twee jaar bij zich draagt en het lichaam het dan alsnog vanzelf opruimt. Vanuit die wetenschap heeft het minder nut om er al op jongere leeftijd op te screenen. Doe je dat wel, dan gaat de kosteneffectiviteit van het onderzoek flink omlaag omdat je meer vervolgonderzoek moet doen bij jonge vrouwen die wel HPV, maar geen baarmoederhalskanker blijken te hebben. Dat wil
niet zeggen dat het geen dilemma is, want ik zie ook een toename van het aantal gevallen van baarmoederhalskanker bij vrouwen onder de dertig.”

Bekkers: “Ik zou graag zien dat vrouwen vanaf hun vijfentwintigste worden uitgenodigd, maar dan moet je het anders aanpakken. Van de vrouwen van dertig jaar en ouder die momenteel meedoen heeft ongeveer 9% HPV. Dat houdt in dat bij één op de elf vrouwen nader onderzoek nodig is. Wanneer je vrouwen van vijfentwintig laat meedoen, moet je misschien wel bij een op de vijf onderzoek doen. Dat gaat dan al snel over veel extra belastinggeld. De oplossing daarvoor is simpel: het risico ontstaat op het moment dat het lichaam een HPV-infectie niet vanzelf opruimt. Dus wanneer iemand van vijfentwintig HPV blijkt te hebben, stuur je haar een jaar later een zelftest. Pas wanneer ook die weer positief is, is er reden om tot vervolgonderzoek over te gaan.”

Sinds 2017 wordt het bevolkingsonderzoek op een nieuwe manier uitgevoerd. Wat zijn hiervan de gevolgen?

Bekkers: “Tot en met 2016 werden de baarmoederhalscellen eerst door een patholoog onderzocht op afwijkingen die op een voorstadium van kanker kunnen duiden. Wanneer er iets gevonden werd, volgde een doorverwijzing voor vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van HPV. Het lastige hierbij was dat iedere lichte celafwijking als potentieel voorstadium van baarmoederhalskanker werd gezien, ook bij vrouwen die achteraf geen HPV bleken te hebben.”

Melchers: “Sinds 2017 is de methode radicaal veranderd. Vrouwen worden nog steeds uitgenodigd om een uitstrijkje te laten maken bij de huisarts, maar in plaats van deze te onderzoeken op afwijkende cellen, wordt er eerst getest op de aanwezigheid van hoog-risico HPV-typen. Dit gebeurt met behulp van een door Roche Diagnostics geleverd systeem dat in staat is veertien hoog-risico HPV-typen te detecteren in een analyse. Alleen bij de HPV-positieve uitstrijkjes kijkt men vervolgens of er ook afwijkende cellen aanwezig zijn. Is dat het geval, dan volgt een doorverwijzing naar de gynaecoloog. Dankzij de nauwkeurigheid van deze nieuwe manier van testen worden meer voorstadia van baarmoederhalskanker opgespoord. Daarnaast kunnen vrouwen de eerste stap van dit onderzoek thuis uitvoeren met behulp van een zelftest, waardoor de drempel om mee te doen lager ligt. Tot slot is de analyse van de HPV-test volledig geautomatiseerd en dus veel minder arbeidsintensief. Waar er vroeger tachtig laboratoria nodig waren om het bevolkingsonderzoek uit te voeren, zijn het er nu nog maar vijf.”

Is er een toekomst zonder baarmoederhalskanker?

Bekkers: “Daarvoor moeten nog wat stappen gezet worden, om te beginnen bij de spookverhalen rondom het HPV-vaccin dat 13-jarige meisjes sinds 2009 aangeboden krijgen. Deze inenting beschermt tegen HPV-typen 16 en 18 die 70% van de voorstadia van baarmoederhalskankers veroorzaken. Dankzij geruchten rondom bijwerkingen laten veel ouders hun dochters echter niet inenten. Dat terwijl een combinatie van effectieve inenting – van zowel meisjes als jongens – en een nog verder verbeterde screening 100% van overlijdensgevallen aan baarmoederhalskanker kan voorkomen.”

Meer informatie?
roche-diagnostics.nl/