De term gaming roept bij sommige Nederlanders een weinig flatteus beeld op: een nerd die in een muffige slaapkamer de virtuele fantasieheld uithangt of een huisvrouw die zich dag in dag uit vergaapt aan een digitale variant van drie-op-een-rij. Hoewel dit beeld ongetwijfeld niet helemaal uit de lucht is gegrepen, betreft het een bevooroordeelde en onvolledige weergave van de werkelijkheid. Want dat in de wereld van gaming meer schuilgaat dan heldhaftige nerds en verveelde huisvrouwen wordt nergens zo goed duidelijk als in de gezondheidszorg. Daar vormen serious games en virtual reality een belangrijk onderdeel van de dagelijkse werkpraktijk, bijvoorbeeld bij het bevorderen van therapietrouw onder patiënten of het trainen van zorgprofessionals.

Serious gaming: spelenderwijs leren

Marlies Schijven is hoogleraar chirurgie aan de Universiteit van Amsterdam en is gespecialiseerd in serious gaming en simulaties. Zij ziet dat digitale toepassingen langzaamaan gemeengoed worden en heeft daar een boeiende verklaring voor: “Waarom spelen we Candy Crush of voeren we onze virtuele kippen? Het heeft te maken met de nieuwsgierige en onderzoekende aard van de mens. En je kunt in zo’n game makkelijk een stukje kennis verstoppen, zonder dat het ten koste gaat van het spelplezier.”

Dit beaamt ook Jurriaan van Rijswijk, oprichter van stichting Games for Health Europe. “Als baby leren we spelenderwijs. Dat zit al vroeg in ons systeem en daar moeten we ook op latere leeftijd gebruik van maken.” Hij bespeurt echter nog wat terughoudendheid in de acceptatie van zorggames en vermoedt dat enkele vooroordelen hieraan ten grondslag liggen. “Over gaming bestaan een hoop misvattingen. Zo zijn er meer gamende vrouwen dan mannen, terwijl het omgekeerde vaak wordt verondersteld. Bovendien zijn 80-plussers verrassend genoeg de meest fanatieke gebruikers van zorggames.”

Ook bij Schijven is dit fanatisme onder gamende senioren niet onopgemerkt gebleven. Zij ziet dat competitiedrang ook op hoge leeftijd nog aanwezig is. “Het leuke is dat een serious game het mogelijk kan maken om tegen vrienden of familieleden te spelen. Zo kan het zijn dat een kleindochter nog een spelletje tegen opa wil spelen en hij zo gestimuleerd wordt om met de game bezig te blijven.” Door de leuke vorm van competitie wordt soms vergeten dat het eigenlijk om een vorm van behandelen gaat, legt Schijven uit. “Om te herstellen moet een patiënt soms een beetje pijn of ongemak ondervinden. Een serious game maakt dat proces een stuk aangenamer.”

Behulpzaam voor patiënten en medewerkers

Het nut van games lijkt voor Schijven en Van Rijswijk buiten kijf te staan, maar hoe kunnen ze in de praktijk worden toegepast? De pijlen lijken vooral gericht op therapietrouw: de toewijding van een patiënt aan het volgen van de voorgeschreven behandeling. Schijven ziet dat patiënten vaak overschat worden in hun vermogen om zelf de regie te voeren over hun eigen behandeling. Ze constateert dat therapietrouw binnen verschillende zorgdisciplines een structureel probleem vormt en denkt dat games hier uitkomst kunnen bieden. Zo kan een spel bijdragen aan de revalidatie bij een polsblessure (door patiënten met een mobiele telefoon oefeningen uit te laten voeren) en kan het kinderen op een speelse wijze herinneren aan hun diabetesprikje. De mogelijkheden lijken eindeloos.

En dat geldt niet uitsluitend voor patiënten. Van Rijswijk vertelt dat games ook voor het personeel van waarde kunnen zijn. “Neem een escape room voor verpleegkundigen: het stimuleert hen te investeren in de persoonlijke relatie met de patiënt.” Uit de kamer kan namelijk alleen ‘ontsnapt’ worden als de medewerkers voldoende te weten komen over de achtergrond van de patiënt. “Met deze kennis en vaardigheid kunnen verpleegkundigen gemakkelijker een informatief of meelevend gesprek voeren. In hun werk is die menselijke maat cruciaal.” Van Rijswijk legt uit dat een deel van de protocollaire werkzaamheden in de toekomst kan worden geautomatiseerd en er daardoor meer tijd overblijft voor persoonlijke aandacht. Sociale vaardigheden maken daarbij logischerwijs het verschil en games vormen een innovatief onderdeel van de communicatieve training.

Virtual reality heeft geen vlucht genomen

Ook VR heeft dergelijke trainingsdoeleinden, hoewel dat in de praktijk nog met de nodige uitdagingen gepaard gaat. Zo ziet Schijven een enorme potentie bij het geven van landelijke reanimatietraining. Geen overbodige luxe, aangezien driekwart van de Nederlanders niet goed weet wat te doen als iemand een hartstilstand krijgt. “Eigenlijk zou iedereen moeten kunnen reanimeren. Toch blijkt het volgen van een cursus voor veel mensen een enorme drempel.” Schijven denkt dat er een simpele en leuke oplossing bestaat, waar elke Nederlander met een mobiele telefoon de vruchten van zou kunnen plukken. “Waarom sturen we iedereen niet een kartonnen VR-bril toe, waarmee zij thuis via een bestaande smartphoneapp leren welke stappen zij moeten volgen bij een reanimatie? Daarmee zou het probleem ‘niet weten wat te doen’ bij een reanimatie in één klap voor een groot deel opgelost zijn.”

Ook onder zorgprofessionals ziet Schijven dat de potentie van virtual reality nog niet volledig tot wasdom komt. “VR heeft in de zorg nooit de vlucht genomen die experts hadden voorspeld. Voor piloten is simulatie een belangrijk onderdeel van de opleiding. Dat kan ook, omdat een vliegtuig een machine is en in principe steeds exact hetzelfde gebouwd. Bovendien worden piloten ermee gecertificeerd en mogen ze de lucht niet in zonder dit certificaat. In de zorg is dat toch echt wel anders. Geen patiënt is hetzelfde. Een operatie simuleren is mede daardoor toch een stuk moeilijker dan een vlucht in een vliegtuigsimulator waarbij het vliegtuig altijd gelijk is.”

Schijven denkt wel dat VR een belangrijke aanvulling kan zijn binnen de opleiding, want bepaalde zorgsituaties kunnen prima worden gesimuleerd. Toch heeft ze aan den lijve ondervonden dat de intrinsieke motivatie onder medewerkers vaak tegenvalt. Zo ontbreekt het aan belangstelling van artsen om spontaan te oefenen met een simulator en blijkt het lastig andere zorginstellingen van het nut van VR te overtuigen. Waar serious gaming dus wel al een vlucht heeft genomen, blijft VR vooralsnog met oponthoud aan de gate.