Dagelijks sterven in Nederland 57 vrouwen aan hart- en vaatziekten, onder meer omdat de signalen, anders dan bij mannen, niet goed begrepen worden. Zo blijken vrouwen met milde kransslagaderverkalking een slechtere kwaliteit van leven te hebben, leven ze met meer angst en zijn ze negatiever gestemd dan mannen met dezelfde aandoening.

Dat concluderen onderzoekers van Tilburg University in een speciale uitgave van het wetenschappelijke tijdschrift Circulation: Cardiovascular Quality and Outcomes van de American Heart Association.

Reeds bekend was dat mensen met milde vernauwingen van de kransslagader gemiddeld meer stressklachten (angst, depressie, negatieve stemming) hebben dan mensen zonder deze hartklachten. Maar zijn er ook verschillen tussen mannen en vrouwen, wilden de onderzoekers weten.

Niet-obstructieve hartziekten

Daartoe werd het verband tussen niet-obstructieve hartziekten en stressklachten onderzocht bij 523 patiënten (tussen de 35 en 85 jaar) en 1347 mensen uit de ‘gewone’ bevolking met dezelfde leeftijds- en sekseverdeling.

Bij niet-obstructieve hartziekten is de kransslagader, die het hart van zuurstofrijk bloed voorziet, gedeeltelijk vernauwd, wat een grotere kans betekent op een hartinfarct en overlijden.

Deelnemers vulden vragenlijsten in over hun fysieke en mentale kwaliteit van leven, stressklachten, welbevinden en hun karakter (waren ze te typeren als Type D i.c. een persoonlijkheid die sociaal geremd is en een negatieve kijk op het leven heeft).

Dr. Paula Mommersteeg, hoofdonderzoeker van de studie en universitair docent Medische en Klinische Psychologie aan Tilburg University: “Kwaliteit van leven, stress en persoonlijkheid zijn van invloed op het beloop van hartziekten.

Daarom hebben we die aspecten onderzocht als mogelijke indicatie voor toekomstige hartklachten. We waren verrast en hadden niet verwacht dat de sekse- en genderverschillen zo duidelijk zouden zijn.”

Meer vermoeid, meer angst, minder positief

Uit het vergelijkende onderzoek bleek namelijk dat vrouwen met een niet-obstructieve hartziekte in vergelijking met mannelijke patiënten, een slechtere kwaliteit van leven hadden, vermoeider, angstiger en minder positief waren, en meer negatieve emoties hadden.

Statistische analyses lieten zien dat deze verschillen tussen vrouwen en mannen verklaard konden worden door biologische verschillen (sekse) en sociaal-culturele normen (gender). Denk daarbij aan: leeftijd, opleiding, burgerlijke staat, loopbaan en alcoholgebruik. Het is nog onduidelijk of deze bevindingen ook gelden voor andere patiënten met (andere) hartziekten.

Bron: Tilburg University