De diagnose niet-kleincellige longcarcinoom kan een ontwrichtend effect hebben op het leven van de patiënt en zijn of haar directe omgeving, en dit is ook vaak niet het laatste slechtnieuwsgesprek. Het is dan ook zaak dat de patiënt tijdens het hele behandeltraject de juiste emotionele ondersteuning krijgt. Marcel de Ruiter, senior oncologieverpleegkundige bij het Erasmus MC, vertelt over zijn rol in dit proces.

Hoe wordt een slechtnieuwsgesprek voorbereid?

“Wij kunnen ons niet goed voorbereiden op een slechtnieuwsgesprek, omdat het bij ons zo geregeld is dat de patiënt op dezelfde dag als de CT scan de uitslag krijgt. Ook voor ons is het dan spannend of de uitslag longcarcinoom uitwijst. De reden hiervoor is dat onze patiënten vanuit het hele land komen en het dus niet ideaal is om ze heen en weer te laten reizen. Daarnaast willen we de patiënt niet te lang laten wachten, omdat patiënten het wachten als zeer vervelend ervaren. Dit heeft tot gevolg dat we ons niet heel uitvoerig kunnen voorbereiden op een slechtnieuwsgesprek, maar onze patiënten weten dat de kans groot is dat ze slecht nieuws kunnen ontvangen. We zijn namelijk een academisch ziekenhuis en zien veel patiënten in een vergevorderd ziektestadium. In veel gevallen hebben deze patiënten al een lang traject achter de rug en hebben zij de ziekte al enigszins een plekje kunnen geven.”

Wat is de rol van de oncologieverpleegkundige in deze fase?

“De verpleegkundig specialist is zelf niet aanwezig bij het slechtnieuwsgesprek, maar speelt wel een belangrijke rol erna. Zo nemen wij na een aantal dagen contact op met de patiënt om te informeren of er nog vragen zijn en er extra behoefte is aan uitleg. Wij fungeren in principe als eerste aanspreekpunt voor de patiënt en door onze ervaring kunnen we veel vragen beantwoorden. Dit proberen wij altijd zo eerlijk mogelijk te doen; als er geen hoop meer is dan zullen wij dat eerlijk vertellen.”

Met welke emotionele problemen heeft deze specifieke groep patiënten met niet-kleincellige longcarcinoom doorgaans te maken?

“Een stukje angst, veel toekomstvragen en onzekerheid of de behandeling gaat aanslaan of niet. Angst is veelal terug te zien in vragen als: zal ik pijn gaan krijgen? Zal ik toenemend benauwd worden en mogelijk stikken? En de onzekerheid maakt het heel moeilijk om toekomstplannen te maken. Daarom geven we ook aan bij onze patiënten dat ze moeten genieten op de momenten dat dat kan. Ik kwam toevallig vanmorgen een patiënt op de kliniek tegen die een paar dagen met haar man in Düsseldorf was geweest, en daar een geweldige tijd heeft gehad. Dat had ze dan ook echt even nodig: even de blik op iets anders in een andere omgeving. Proberen naar het positieve te kijken hoe moeilijk dat ook is.”

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Takeda. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Takeda heeft geen invloed op de inhoud gehad.