Zowel bij de erkenning als behandeling van angststoornissen valt nog veel te verbeteren. Dit blijkt uit een internationaal onderzoek in opdracht van de World Health Organization.

Grote studie naar de behandeling van angststoornissen

De studie richtte zich op de behandeling van angststoornissen wereldwijd en omvatte meer dan 51.500 mensen uit 21 verschillende landen. De resultaten toonden aan dat 10% van de mensen lijdt aan een angststoornis. Hiervan heeft slechts 27,6% een behandeling ondergaan, die in slechts 9,8% van de gevallen de juiste was. Het is voor het eerst dat een onderzoek de gebreken in de behandeling van angststoornissen op internationaal niveau beschrijft.

Hoe vaak komen angststoornissen voor?

Geschat wordt dat angststoornissen voorkomen bij 10% van de wereldbevolking. Het gaat hierbij om ziektebeelden die vaak chronisch zijn, gepaard gaan met andere aandoeningen en kunnen zorgen voor een aanzienlijke beperking. Bovendien leverden ze in 2010 een kostenpost op van 74,4 miljoen euro voor dertig landen in de Europese Unie. Angststoornissen vormen dus een belangrijk probleem voor de volksgezondheid.

Hoe vaak een angststoornis voorkomt, verschilt sterk per land. Zo komen angststoornissen onder 5,3% van de Afrikaanse bevolking voor. Onder de Europese bevolking ligt dat percentage op 10,4%. Bepaalde varianten, in het bijzonder fobieën, sociale angst en verlatingsangst, openbaren zich al bij kinderen tussen de 5 en 10 jaar. Andere angststoornissen, zoals de gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis, treden gewoonlijk pas op tussen het 24ste en 50ste levensjaar.

Wat is de juiste behandeling?

Een angststoornis die twaalf maanden aanhoudt zou behandeld moeten worden met ofwel medicijnen en ten minste vier bezoeken aan de dokter, of ten minste acht bezoeken aan een psychotherapeut. Op deze manier wordt voorkomen dat de stoornis chronisch wordt en wordt het optreden van bijkomende geestesziekten als depressie voorkomen.

Dat zo weinig mensen de juiste behandeling ontvangen voor hun angststoornis, is te wijten aan verschillende factoren. In veel gevallen erkennen noch de patiënt, noch de gezondheidszorg dat iemand hulp nodig heeft. Slechts 41,3% van de mensen met een angststoornis zijn zich ervan bewust dat ze een behandeling nodig hebben. Wanneer hun angststoornis niet gepaard gaat met een andere stoornis ligt dit percentage zelfs op 26,3%. Andere factoren die een behandeling in de weg staan zijn hoge behandelkosten, zwakke plekken in de gezondheidszorg en de stigmatisering die mensen met een angststoornis voelen. Zelfs in landen met hoge inkomens wordt maar een derde van de mensen met een angststoornis behandeld.

Hoe kan het beter?

Om de behandeling van angststoornissen te verbeteren, raden de onderzoekers aan om het bewustzijn en de kennis over gezondheid te vergroten in landen waar het belang daarvan niet wordt erkend. Ook is het belangrijk om zorgverleners te stimuleren om klinische richtlijnen te volgen om de kwaliteit van de behandeling van angststoornissen te verbeteren.