Steeds meer mensen in Nederland kampen met oogaandoeningen. Deze stijging komt onder andere door de vergrijzing en de groei in het aantal mensen met diabetes. Wanneer iemand last heeft van beginnende klachten, of erfelijk belast is met oogaandoeningen, is tijdig professionele hulp zoeken essentieel. Hiermee kan namelijk een hoop leed voorkomen worden.

Veelvoorkomende aandoeningen

Doordat mensen steeds ouder worden, is de kans op ouderdomsoogaandoeningen groter. Een voorbeeld hiervan is staar, vertelt Anneke Jansen, adviseur Oogzorg bij de Oogvereniging. Staar zorgt ervoor dat de ooglens troebel wordt, waardoor het licht het netvlies minder goed kan bereiken en men wazig gaat zien. Staar is te verhelpen met een simpele operatie, waarbij de lens vervangen wordt. Een andere oogaandoening die gekoppeld is aan ouderdom is leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Hierbij gaat het gezichtsvermogen steeds verder achteruit door slijtage aan de macula, het deel van het netvlies dat kleuren en contrast waarneemt. Maculadegeneratie kan voorkomen in droge en natte vorm. De natte variant ontstaat door lekkende bloedvaten. Dit kan behandeld worden met ooginjecties, die het bloeden stoppen, legt Jansen uit. Beide vormen zijn niet te genezen, maar leiden ook niet tot blindheid.De toename in diabetespatiënten heeft ook geresulteerd in meer oogproblemen. Jansen: “Er zijn 1,2 miljoen mensen in Nederland met diabetes en iedere week komen daar 1200 mensen bij. Al die mensen hebben kans diabetische retinopathie (een netvliesafwijking) te ontwikkelen, waardoor zij klachten kunnen krijgen van minder zicht.” De afwijkingen kunnen voorkomen zonder klachten, maar kunnen wel blindheid tot gevolg hebben. Om deze reden worden mensen met diabetes regelmatig gecontroleerd door een oogarts.

Steeds minder zien

Een vierde veel voorkomende oogaandoening is glaucoom. Bij deze oogziekte raakt de oogzenuw beschadigd, vaak door verhoogde oogdruk, waardoor delen van het gezichtsveld verdwijnen. In Nederland kampt ongeveer 2 tot 4 procent van de mensen boven de 40 jaar met deze aandoening. De helft daarvan ervaart geen klachten en weet dit dus niet, aldus Jansen. De problemen die glaucoom veroorzaakt, worden veelal pas opgemerkt bij schade. Hierdoor is er vaak weinig meer aan te doen. Dit gold voor Angela van den Hout (75 jaar) bij wie ruim tien jaar geleden glaucoom gediagnosticeerd werd. “Bij mij begon het met dubbelzien wanneer ik overschakelde van dichtbij kijken op de computer naar verder weg de kamer in.” Angela ging allereerst naar de opticien, die dacht aan accommodatiespasme. Toen de klachten verergerden is ze naar de huisarts gegaan. Deze dacht aan een neurologische aandoening en verwees haar naar de neuroloog, die op zijn beurt dacht aan een oogaandoening en de oogarts inschakelde. De oogarts zag een forse beschadiging van de oogzenuw, waardoor haar gezichtsveld aanmerkelijk kleiner was geworden. De oogarts concludeerde dat ze de oogziekte al veel langer moest hebben.

Leven met een oogaandoening

De oogzenuwvezels die zijn afgestorven kunnen niet geregenereerd worden, maar door middel van een oogboldrukverlagende behandeling wordt getracht de achteruitgang te vertragen. Deze behandeling bestaat uit het toedienen van verschillende soorten oogdruppels en drukverlagende operaties. Angela heeft deze ondergaan aan beide ogen. Toch neemt haar gezichtsvermogen steeds verder af. Ze ziet niet meer alles en het beeld wordt vertekend. “Hoewel je met glaucoom bepaalde delen niet meer ziet, vullen je hersenen dat missende deel zelf aan. Hierdoor lijkt het alsof ik alles zie, terwijl ik gedeelten mis.” Dit maakt dat ze vaak schrikt van mensen of objecten in de publieke ruimte die pas heel laat in haar gezichtsveld komen en zorgt ervoor dat ze bepaalde dingen niet meer doet, zoals fietsen.

Ellen van Herk, medewerker Ooglijn (de informatieverstrekker van de samenwerkende oogpatiëntenorganisaties), vertelt dat veel mensen met een oogaandoening veelal redelijk goed kunnen functioneren met behulp van verschillende technologieën. “Teksten op smartphones en tablets kunnen vergroot en uitgesproken worden en dankzij spraak- en vergrotingssoftware op de computer kunnen mensen langer aan het werk blijven. Ook is er veel mogelijk met allerlei andere hulpmiddelen. Zo kunnen veel mensen (grotendeels) hun zelfstandigheid behouden.” Waar Angela het meest mee worstelt, nu ze chronisch patiënt is, is dat ze voor de rest van haar leven periodiek op controle moet bij haar oogarts. Een goede band met de oogarts is dus erg belangrijk voor chronische patiënten, maar niet altijd makkelijk te verwezenlijken. Daarbij komt nog dat hij of zij veelal weinig tijd beschikbaar heeft.

Angela benadrukt dat het goed is om zelf op zoek te gaan naar informatie, dan wel bij de arts, dan wel elders. “Er is binnen de patiëntenverenigingen steeds meer aandacht voor de eigen regie van de patiënt. Uit onderzoek blijkt dat een actieve, vragende patiënt vaak een betere behandeling krijgt dan een passieve patiënt.” De meeste mensen die naar de Ooglijn bellen, kampen met een drietal vragen, weet Van Herk. Allereerst willen zij advies over hoe om te gaan met de lichamelijke beperking, daarnaast over de geestelijke gevolgen hiervan en tot slot over welke hulpmiddelen tot hun beschikking staan.

Tijdig aan de bel trekken

Niet alle oogaandoeningen zijn altijd direct merkbaar en niet altijd wordt slechter zicht toegewezen aan een oogziekte. Toch is het belangrijk om snel hulp te zoeken, zodat verergering wellicht voorkomen kan worden. “Wanneer mensen slechter zien, is de eerste stap de opticien. Wanneer een bril niet voor verbetering zorg, komen mensen bij de huisarts en kunnen ze doorverwezen worden naar de oogarts”, licht Jansen toe. Mensen die acuut slechter of lichtflitsen zien, moeten direct naar de huisarts, zodat die hen met spoed kan doorverwijzen naar de oogarts. Bij staar is dit tijdig aan de bel trekken van minder grote zorg, omdat deze aandoening altijd behandeld kan worden, maar bij bijvoorbeeld glaucoom is een snelle diagnose essentieel. Omdat veel patiënten veelal niet weten dat zij glaucoom hebben, raadt Jansen alle 40-plussers aan om jaarlijks hun oogdruk te laten meten, zeker wanneer glaucoom voorkomt in de familie. Dit kan in eerste instantie bij de opticien of optometrist, hoeft niet in het ziekenhuis. Als er eenmaal schade ontstaan is, zal dit niet gerepareerd kunnen worden. Door een vroege diagnose kan de schade beperkt worden.

Meer aandacht en urgentie

Jansen en Van Herk zijn van mening dat er niet voldoende awareness bestaat in Nederland wat betreft oogproblematiek. Mensen met een oogaandoening blijven wellicht te lang onbehandeld. Om dit te verbeteren zou de zorg dichterbij moeten komen, stelt Jansen. Net zoals dat een psycholoog en fysiotherapeut aanwezig kunnen zijn bij een huisarts, ziet zij ook de meerwaarde in van een inhouse optometrist. “Als het mogelijk is om bij de huisarts je ogen te laten controleren, dan doen mensen het wel.” Daarnaast moeten zorgprofessionals mensen informeren over oogaandoeningen. Dit kan proactief – in de vorm van websites, lezingen en beurzen – en reactief. Tot slot moet ook de overheid een deel van de verantwoordelijkheid dragen, stelt Jansen. Zij moet oogzorg in de eerste lijn aanbieden en de lange wachttijden voor oogzorg verkorten. Het aantal mensen dat oogzorg nodig heeft in de toekomst zal alleen maar groeien. “Om dit aan te kunnen, moeten alle partijen met elkaar in gesprek: de zorgprofessionals, zorgverzekeraars en patiënten. Enkel dan kunnen we klaar zijn voor de toekomst.”