Toen Petra Rietveld op haar 21e voor het eerst last kreeg van een trombosebeen, waren haar klachten na een halfjaar verdwenen. Toch bleef de aandoening haar achtervolgen. Later kwam het tweemaal terug en op haar 43e resulteerde het in een longembolie. Maar hier bij stilstaan, doet ze niet.

Wat waren je eerste klachten?

“Op mijn 21e brak ik mijn middenvoetsbeentje, waarna ik vier weken in het gips zat. Al snel werd toen een trombosebeen vastgesteld. Klachten had ik verder niet. Het enige wat ik merkte was dat ik me grieperig voelde.”

Waaruit bestond de behandeling

“Ik kreeg bloedverdunners en moest dagelijks steunkousen dragen. Na zes maanden mocht ik hiermee stoppen.

Hierna ging het eigenlijk prima en had ik nergens meer last van. Tot ik op mijn 28e beviel van mijn dochter. Na de bevalling kreeg ik opnieuw last van een trombosebeen. En wederom volgden medicatie en steunkousen. Na 6 maanden mocht ik ermee stoppen.

Veertien jaar later kreeg ik veel last van stress. Ik werd op een ochtend wakker en had spontaan een trombosebeen gekregen. Ik wist deze inmiddels meteen te herkennen. De artsen besloten toen dat ik de bloedverdunners voor altijd moest blijven slikken. Maar desondanks kreeg ik 1 jaar later een longembolie. Na een tenniswedstrijd kreeg ik het verschrikkelijk benauwd en belde mijn vriendin die op de spoedeisende hulp werkte. Ze haalde me op en eenmaal in het ziekenhuis wisten ze direct wat er aan de hand was. Erna heb ik nog zwaardere bloedverdunners gekregen.”

Wat deed het met je?

“Eigenlijk niet zo veel. Toen ik 21 was en de medicatie slechts een halfjaartje hoefde te gebruiken, vond ik het wel prima. Ook na mijn bevalling heb ik er weinig problemen mee gehad. En nu hoort het gewoon bij mijn dagelijks leven. Ik sta er heel nuchter in.”

Heeft het impact op je dagelijkse leven?

“Nee, helemaal niet. Mijn leven is niet heel anders dan dat van andere mensen. Ik moet alleen wekelijks mijn bloedwaarden controleren en dit via de e-mail doorgeven aan de trombosedienst. Dit doe ik altijd thuis. Op mijn werk weten sommige collega’s niet eens dat ik trombose heb. Je merkt helemaal niets aan mij. Ook heb ik in de auto een trombosepasje liggen, voor het geval ik een ongeluk krijg. Dit is belangrijk om mensen te laten weten dat ik door de bloedverdunners een lagere stollingsfactor heb.

De enige situatie waar ik er wel mee geconfronteerd wordt, is wanneer ik op vakantie ga. Zo moet ik er in het vliegtuig op letten dat ik naast het gangpad zit, omdat het dan makkelijker is om regelmatig even te lopen. Ook drink ik uitsluitend water en neem mijn apparaat mee om mijn bloedwaarden te controleren. Hier moet ik wegens de naalden toestemming voor vragen.”

Ben je weleens bezig met de risico’s van trombose?

“Door het prikken van mijn bloedwaarden en het slikken van de medicatie heb ik het idee dat ik goed beschermd ben. Maar de artsen hebben me wel verteld dat nieuwe trombose niet volledig uit te sluiten is. Ik sta hier echter niet teveel bij stil.

Bovendien ben ik van mening dat ik geen keuze heb. Als ik de medicatie niet slik, volgen er immers risico’s. Daarbij kan ik er wel een heel drama van maken, maar dat is voor niemand leuk. Ik ben blij dat het bij medicatie blijft en ben me ervan bewust het nog veel erger had kunnen zijn. Ik kan gewoon 100 worden en dat ben ik ook zeker van plan!”