Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen, zoals borderline; narcistische of vermijdende persoonlijkheidsstoornissen, moeten sneller en beter opgespoord worden. Dan kunnen ouderen in de laatste fase van hun leven beter behandeld worden, stelt bijzonder hoogleraar Klinische Ouderenpsychologie Bas van Alphen. In Wijerode, een specialistische kliniek voor ouderen-psychiatrie in Heerlen, wordt daar hard aan gewerkt.

Waarom is het belangrijk om persoonlijkheidsstoornissen vast te stellen?

“Zo kun je er in de behandeling rekening mee houden en er beleid op maken. In de ouderenpsychiatrie komen mensen niet bepaald binnen met ‘ik heb psychiatrische hulp nodig voor mijn persoonlijkheidsstoornis’. Ze zijn angstig, verward, psychotisch of depressief en kunnen daarvoor hulp vragen. Een onderliggende persoonlijkheidsstoornis kan de oorzaak van de depressie of angststoornis blijken te zijn en deze in stand houden.”

Lange tijd werd gesteld dat persoonlijkheidsstoornissen als borderline uitdoven naarmate je ouder wordt. Klopt dat?

“Om vast te stellen of iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft, werkt de ggz met criteria uit de DSM. Dat is een alles-of-niets-model voor het vaststellen van persoonlijkheidsstoornissen. Je moet aan vijf criteria voldoen om bijvoorbeeld de diagnose borderline te krijgen. Als je er vier hebt, heb je het niet. Bij ouderen is de DSM daarom niet altijd goed toepasbaar terwijl we weten dat psychiatrische problematiek onder ouderen wel degelijk aanwezig is. Denk aan depressies of angststoornissen maar ook persoonlijkheidsstoornissen.”

Hoe kijkt u naar de groep ouderen die lange tijd gewoon hebben kunnen leven maar bij wie het op late leeftijd misgaat?

“Veroudering doet een enorm beroep op je flexibiliteit. Je gaat met pensioen, je moet je huis uit, je status neemt af, je partner sterft. Mensen met ingewikkelde karaktertrekken kunnen zich al dan niet gestut door hun omgeving in hun ‘jongere jaren’ redelijk staande houden maar komen in de problemen wanneer lichaam en geest verouderen. Ze raken depressief of gaan zich claimend gedragen. Als deze groep opgespoord en gericht behandeld wordt, verbetert voor hen de kwaliteit van leven maar wordt ook de familie veelal minder belast.”

Hoe werkt u aan het verbeteren van opsporingsmethoden?

“We ontwikkelen nieuwe vragenlijsten en bekijken of bestaande vragenlijsten geschikt zijn om persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen op te sporen. Ook geven we hierover onderwijs aan onder meer huisartsen, psychologen en psychiaters. Het is immers complexe materie. Je moet bijvoorbeeld andere psychiatrische ziekten zoals dementie uitsluiten.”

Een nieuwe kliniek voor ouderen psychiatrie. Is dat nodig in een tijd waarin ouderen juist langer thuis wonen?

“De druk op de ouderenzorg zal de komende decennia toenemen. We vergrijzen. Meer ouderen betekent ook meer ouderen met ernstige psychiatrische problematiek. De zorg voor deze groep is zeer complex. Vaak spelen naast psychische ook somatische klachten en is er een andere behandeling nodig. Goed onderzoek doen en gericht behandelen is hierbij belangrijk.”

Zitten hoogbejaarden nog op therapie te wachten?

“Niet iedereen heeft er behoefte aan. Toch zien we in Wijerode mooie resultaten en profiteren ouderen met persoonlijkheidsstoornissen wel degelijk van therapie. We zijn gestart met een promotieonderzoek naar EMDR-therapie bij ouderen met psychotrauma’s en daarbij een persoonlijkheidsstoornis. We werken ook met mediatietherapie om via het systeem van verpleging, broers, zussen of kinderen gedrag te veranderen door de karaktereigenschappen van de patiënt centraal te stellen.”