Wetenschappers van de KU Leuven hebben een onderzoeksmodel ontdekt om de menselijke variant van het norovirus te kweken en bestuderen. Tot nu toe kon men het virus enkel onderzoeken via een variant bij muizen. Het nieuwe onderzoeksmodel, dat beschreven wordt in ‘PLOS Pathogens’, moet het op termijn mogelijk maken om buikgriep te behandelen.

‘Massale buikgriepuitbraak op cruiseschip’, ‘Buikgriep slaat toe in basisschool’, geregeld duiken er nieuwsberichten op over buikgriep en vaak is de boosdoener het norovirus. Het is een erg besmettelijk virus dat vaak van mens op mens wordt overgedragen, bijvoorbeeld via contact met de handen of via besmet voedsel. Plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals scholen, woonzorgcentra of kinderdagverblijven, zijn daarom extra gevoelig voor mogelijke uitbraken.

“Beide zijn dan wel infectieziekten, maar eigenlijk hebben griep en buikgriep niets met elkaar te maken”, verduidelijkt viroloog Johan Neyts. “Bij de ene gaat het in de eerste plaats om een infectie van de luchtwegen, bij de andere van de darmen. Wat virussen zoals influenza en het norovirus wel met elkaar gemeen hebben, is dat ze snel evolueren. Telkens weer duiken er nieuwe varianten op en dat maakt het moeilijk om je ertegen te beschermen.”

Norovirus bij mensen

Nu heeft het team van professor Neyts en dr. Joana Rocha Pereira, in samenwerking met een ander onderzoekscentrum een belangrijke stap gezet in dit onderzoeksdomein. “Voor het eerst hebben we een efficiënt model kunnen ontwikkelen om het menselijke norovirus te bestuderen”, zegt professor Neyts. “Tot nu toe was het zeer moeilijk om het virus te kweken in het labo. Bij de dierlijke variant, bijvoorbeeld bij muizen, lukte dat wel, maar dat virus verschilt toch nog behoorlijk van het menselijke virus.”

“De oplossing vonden we bij de larven van zebravissen, die overigens wel vaker gebruikt worden voor andere vormen van biomedisch onderzoek”, aldus professor de Witte. “Eerst isoleren we het norovirus uit de stoelgang van besmette personen. Vervolgens wordt een minieme hoeveelheid van het virus geïnjecteerd in de larven.”

Het onderzoeksmodel heeft verschillende voordelen, zegt professor Neyts. “We kunnen op één dag bijvoorbeeld honderden van deze minuscule larfjes injecteren. In enkele dagen tijd gaat het virus zich heel efficiënt vermenigvuldigen. De larven zijn bijna doorzichtig en met microscopie en andere technieken kunnen we de infectie op de voet volgen”

Uitbraak voorkomen

Deze methode is belangrijk om de biologie van het norovirus te bestuderen, maar ook voor de ontwikkeling van mogelijke geneesmiddelen. De eerste testen tonen aan dat bepaalde moleculen de vermenigvuldiging van het virus afremmen in de larven.

Op termijn kan dit leiden tot een therapie om een uitbraak van buikgriep te voorkomen, aldus dr. Rocha Pereira. “Zeker op plaatsen waar veel personen met een verzwakte gezondheid verblijven, zoals ziekenhuizen of woonzorgcentra, kan dit zeer belangrijk zijn. Het doel van een antivirale therapie is om de uitbraak zo efficiënt mogelijk in te dijken. Het idee is om zodra buikgriep opduikt bij één of enkele van de bewoners, de anderen te beschermen door hen medicatie toe te dienen nog voor ze ziek worden. De ontwikkeling van een therapie zal nog veel onderzoek vergen, maar met dit nieuwe model hebben we wel een belangrijke stap gezet.”

Bron: KU Leuven