Jaarlijks hebben meer dan 5 miljoen mensen te maken met een vorm van (chronische) rhinitis. Rhinitis betekent ontsteking van het neusslijmvlies. Hoe komt het dat zo’n grote groep hiermee te maken heeft? KNO-arts Bas van den Borne (CWZ) vertelt dat dit onder meer te maken heeft met de volgende factoren:

    1. Klimaatverandering. De bloeiseizoenen duren langer
    2. Betere hygiëne en minder ziekte op jongere leeftijd verhogen de kans op het ontwikkelen van meer allergieën
    3. Meer vaccinaties
    4. Industrialisering. Er zitten meer stofdeeltjes in de lucht

Volgens rhinoloog prof. dr. Wytske Fokkens (AMC) is bij 50 tot 60% van de mensen met chronische rhinitis “allergie” de boosdoener. De overige 40 tot 50% wordt veroorzaakt door een verscheidenheid aan factoren. Ondanks dat de aandoening zo’n grote groep treft, leeft bij hen nog vaak de gedachte dat er niks aan te doen is. Dit terwijl er uiteenlopende behandelingsmogelijkheden zijn voor de aandoening.

Rhinitis: allergie vs. niet-allergie

De meest voorkomende vorm van rhinitis is neusverkoudheid. Daar heeft iedereen weleens mee te maken. Dit wordt veroorzaakt door een virus. Op de tweede plaats staat hooikoorts. Dit is een seizoensgebonden variant die bij circa 30% van de bevolking voorkomt. Deze allergische vorm kan bijvoorbeeld ontstaan door een reactie op:

  • Boompollen die vooral in maart en april in de lucht voorkomen
  • Graspollen, voornamelijk in mei en juni
  • Huisstofmijt. Hier kan het hele jaar door last van worden ondervonden, met als piek de wintermaanden

Naast de allergische variant heeft een deel van de mensen rhinitis die ontstaat door verscheidene oorzaken. Denk hierbij aan overgevoeligheid voor medicijnen, zwangerschap en roken. Bij roken is er sprake van self-inflicted agony, deze groep is er bij gebaat hiermee te stoppen. Fokkens: “Daarnaast staat bij een deel van de patiënten met niet-allergische rhinitis de gevoelszenuwen in de neus te strak afgesteld, waardoor willekeurige triggers een reactie kunnen uitlokken. Dit kan behandeld worden met een peperspray.

Hoe herken je de symptomen van (allergische) rhinitis?

Doorgaans houdt een gewone neusverkoudheid gemiddeld een week aan. Deze is te herkennen aan symptomen als niezen, snotteren en een neusverstopping. Bij allergische rhinitis worden de problemen aan de neus, keel en bijholten veroorzaakt door een reactie op allergenen. Om erachter te komen wat per individu de oorzaak is moeten bepaalde factoren worden uitgesloten. Allergie kan worden vastgesteld door middel van bloedtesten en prikken in de huid met allergenen. De uitslag van de test moet in overeenstemming zijn met de klachten van de patiënt.

Impact rhinitis vergelijkbaar met astma

Van den Borne noemt het opvallend dat de aandoening nog altijd onderschat wordt. “Geregeld zullen mensen te horen krijgen dat hun klachten toch wel meevallen. Dit terwijl de kwaliteit van leven enorm verslechterd kan zijn. Factoren als weerstandsvermindering, conditieverslechtering en een verstoord slaap-waakritme beïnvloeden de dagelijkse activiteiten zoals werk of school.”
Fokkens voegt hieraan toe dat de impact op kwaliteit van leven vergelijkbaar is met die van astmapatiënten. Maar vreemd genoeg zullen zij niet gauw een opmerking krijgen als ze ademtekort hebben en letterlijk en figuurlijk lopen te piepen.

Reactievermogen als van iemand met een borrel op

Fokkens: “We weten dat de werk- en schoolprestaties behoorlijk kunnen lijden onder de aandoening. Onderzoek van de universiteit van Maastricht laat bijvoorbeeld ook zien dat het rijgedrag van allergische patiënten net zo slecht is als van iemand met een paar borrels op. Uit een andere studie is gebleken dat de kosten die de aandoening met zich meebrengt rond de 15 miljard zijn.”

“Je hoeft niet met klachten rond te blijven lopen”

Zowel Fokkens als Van den Borne constateren dat er sprake is van terughoudendheid bij zowel patiënten als behandelaren, waardoor er te lang met klachten wordt rondgelopen. Enerzijds komt dit omdat patiënten slechts in 10% van de gevallen naar de dokter gaan. Anderzijds, als ze dan besluiten naar een dokter te gaan, krijgen ze vaak niet het gewenste resultaat, waarna ze geen verdere behandeling zoeken. Fokkens: “Hierin kan verandering komen door allereerst patiënten te motiveren. Je hoeft niet met klachten rond te blijven lopen. Binnen de eerstelijnszorg moet er meer aandacht komen voor de herkenning van signalen en moeten patiënten vaker geëvalueerd worden.”

Van den Borne: “Bij deze aandoening geldt dat een geïndividualiseerde aanpak nodig is om de symptomen te verhelpen. Gebeurt dit niet dan kan het gevolg van jarenlang geen behandeling zoeken voor klachten leiden tot chronische rhinosinusitis. Dit is een chronische ontsteking van de neusslijmvliezen en de neusbijholten.”

Welke behandelmethoden zijn er voor allergische rhinitis?

Als men eenmaal een traject ingaat is het allereerst de taak om de oorzaak van de (allergische) rhinitis vast te stellen. Op basis hiervan kunnen behandelaren de patiënten goede voorlichting geven over de aandoening en de behandelingsmogelijkheden.

Volgens Van den Borne bestaat de eerste behandeling uit het vermijden van allergenen waarop men reageert en het gebruik van medicatie. Vervolgens vindt er een evaluatie plaats via de zogenoemde VAS-score liniaal. Hierbij geven patiënten aan in hoeverre de klachten verminderen. Blijkt dit niet afdoende dan volgt er een verwijzing naar een KNO-arts. Die zal op basis van verder onderzoek de medicatie hoger inzetten. Als ook dit geen resultaat oplevert is in sommige gevallen immunotherapie een optie.

Allergische rhinitis behandelen met immunotherapie

Immunotherapie is een zeer intensieve behandelingsvorm die geschikt is voor een selecte groep patiënten. Veelal mensen met een of twee allergieën kunnen gericht behandeld worden op het specifieke allergeen waarop ze reageren. Bij deze therapie heeft 60 tot 70% minder klachten na gemiddeld 3 tot 5 jaar behandeling. Van den Borne: “Immunotherapie is een veelbelovende manier van behandeling om in de toekomst globaal de toename van patiënten met allergische rhinitis te beïnvloeden en terug te dringen.”