Veel mensen doen aan de lijn, maar een dieet volhouden is voor de meeste mensen niet gemakkelijk. Behalve voor mensen met anorexia nervosa: zij zijn juist extreem goed in lijnen, zelfs als ze al ernstig ondergewicht hebben. Renate Neimeijer concludeert in haar promotieonderzoek dat er verschillen zijn in de aantrekkingskracht van voedsel. Zo hebben anorexiapatiënten nauwelijks de automatische neiging, die gezonde mensen wel hebben, om op voedsel af te gaan. Ook zijn er opmerkelijke verschillen tussen onsuccesvolle lijners en niet-lijners, die onder meer met stemming te maken hebben.

Neimeijer deed experimenten met een groep mensen met anorexia, een groep onsuccesvolle lijners en een controlegroep die niet aan de lijn doet. Zij moesten daarbij snel op plaatjes reageren van allerlei lekker eten, die verschenen op een computerscherm.

Sterke aantrekkingskracht van voedsel

Het experiment richtte zich onder meer op aandacht. Neimeijer wilde weten of mensen met anorexia misschien heel goed hun aandacht kunnen wegrichten van voedsel. Wanneer hun aandacht minder wordt gevangen door lekker voedsel, komen ze immers ook minder in de verleiding om te gaan eten. Deze aanname bleek niet te kloppen. Zowel de mensen met anorexia als de onsuccesvolle lijners bleken juist meer aandacht voor voedsel te hebben dan mensen die niet met de lijn bezig zijn. Neimeijer: “Blijkbaar is voedsel in beide groepen zo belangrijk dat het sterk de aandacht trekt. Dit houdt mogelijk verstoord eetgedrag – van zowel te veel als te weinig eten – in stand.”

Automatisch afgaan op voedsel

Vervolgens keek Neimeijer tijdens het experiment naar de automatische reactie op de voedselplaatjes, als het eenmaal onder de aandacht is. Hebben mensen met anorexia dezelfde neiging als mensen zonder eetstoornis om automatisch op voedsel af te gaan? Daarbij vond zij wèl verschillen tussen succesvolle en onsuccesvolle lijners. Anorexiapatiënten bleken nauwelijks de automatische neiging te hebben om op de voedselplaatjes af te gaan. Neimeijer: “Het zou goed kunnen dat ze daardoor gemakkelijker hun lijngedrag volhouden.” Onsuccesvolle lijners hadden juist wel een sterkere automatische neiging om op voedsel af te gaan. “Dit zou wellicht kunnen verklaren waarom ze elke keer verleid worden om meer te eten dan ze van plan zijn”, aldus Neimeijer.

Blije of sombere bui

Opmerkelijk was ook dat de automatische neiging om op voedsel af te gaan bij de onsuccesvolle lijners met name groot was wanneer ze zich blij voelden. Dat gold alleen bij deze groep en niet bij de niet-lijners. Bij de niet-lijners is zelfs het omgekeerde het geval: zij gingen juist meer op de voedselplaatjes af als ze zich somber voelden.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen