‘Het laagste van het laagste’: zo voelde de aan drank en cocaïne verslaafde Michael (52) zich toen hij zes jaar geleden dakloos werd. De Amsterdammer verzorgde zichzelf niet meer goed, mensen gingen niet meer naast hem zitten in de tram en zelfs zijn ouders wilden geen contact meer met hem. “Iedereen kent wel iemand die veel drinkt of drugs gebruikt. Maar een dakloze willen mensen niet kennen.”

‘Wij’ en ‘zij’-samenleving

Stigmatisering is een veelvoorkomend maar onderschat probleem voor mensen met een psychiatrische aandoening. Er bestaan allerlei negatieve vooroordelen waarmee zij te maken hebben: mensen met een verslaving zouden onbetrouwbaar zijn; wie een psychotische stoornis heeft, is agressief en gevaarlijk; iemand met een angststoornis is onberekenbaar; iemand die depressief is, is incompetent. Zulke stigma’s verdelen de samenleving in ‘wij’ en ‘zij’, vertelt Jaap van Weeghel, wetenschappelijk directeur bij Kenniscentrum Phrenos en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Van Weeghel is een van de auteurs van een handboek over destigmatisering bij psychische aandoeningen. Stigma’s hebben consequenties voor mensen met een psychische aandoening: ze worden genegeerd of gediscrimineerd. Ook al denken veel mensen dat in sommige vooroordelen een kern van waarheid zit, in onderzoek worden ze vaak onderuitgehaald. Zo kan agressie een rol spelen bij een acute psychose, maar vaker zijn het andere factoren die de agressie verklaren, bijvoorbeeld leeftijd (jong), geslacht (man) en alcohol- of drugsgebruik. Het pijnlijke van stigma’s is dat ze vooral aan het licht komen wanneer mensen dichtbij komen. Van Weeghel: “Stel, je dochter krijgt een relatie met iemand met een drugsverslaving of je babysitter blijkt een borderline persoonlijkheidsstoornis te hebben. Vanuit angst en onwetendheid creëren mensen juist dan sociale afstand.” Het gevolg is dat mensen die met vooroordelen te maken hebben, zich steeds meer gaan terugtrekken uit het sociale leven, omdat ze bang zijn voor afwijzingen. Ze zijn constant op hun hoede in sociale contacten en worden steeds eenzamer. Dat overkwam Michael ook. “De mensen waarvan ik hield en die ik nodig had, had ik weggejaagd. Ook toen het beter met me ging – ik ben inmiddels twintig maanden clean – kwamen zij maar langzaam terug.”

Vooroordelen in de hulpverlening

Ook hulpverleners in de ggz kunnen laten merken dat hun cliënten een andere status hebben in de maatschappij, ook al gaat dat vaak onbewust en onbedoeld. Van Weeghel: “Cliënten voelen zich bijvoorbeeld niet serieus genomen, worden ‘klein’ gemaakt of er wordt te veel gekeken naar en geredeneerd vanuit de ziekte in plaats van vanuit iemands mogelijkheden.” De gevolgen kunnen ernstig zijn: behandelresultaten worden tenietgedaan of cliënten kunnen behandeling gaan mijden. Ook kunnen ggz-cliënten zelf in die vooroordelen gaan geloven. Dit ‘zelfstigma’ komt heel vaak voor, aldus Van Weeghel. Cognitieve gedragstherapie en zelfhulpgroepen kunnen daartegen helpen. Maar als mensen zich waardeloos en minderwaardig voelen, hebben ze een grotere kans op terugval of verergering van hun klachten. Daarom is het zo belangrijk dat stigma’s worden aangepakt, stelt Van Weeghel. Hulpverleners kunnen een deel van de oplossing zijn. Juist professionals kunnen hun cliënten maken of breken. Focus op wat iemand wél kan, en hoe hij of zij een goed leven kan hebben, adviseert Van Weeghel professionals in de ggz. “Maak vooroordelen bespreekbaar en werk samen aan iemands weerbaarheid en veerkracht, zodat je cliënt er beter mee kan omgaan.”

Vooroordelen bestrijden

Hoe kunnen vooroordelen bij het algemene publiek het beste worden bestreden? Natuurlijk door middel van voorlichting waarmee mythes worden ontzenuwd. Dat is vooral effectief als ervaringsdeskundigen hun verhaal doen, zoals ex-verslaafden die op scholen vertellen hoe zij hun leven weer op de rit hebben gekregen.
De meest succesvolle benadering om publiek stigma te bestrijden is de zogeheten contactstrategie, vertelt Van Weeghel. Als mensen, zowel met als zonder psychische aandoening, in een positieve context met elkaar samenwerken – bijvoorbeeld in een gemeenschappelijke moestuin, een werkplaats voor reparaties of als collega’s in een bedrijf – leren ze elkaar kennen. “Daardoor beseffen ze dat psychiatrische patiënten ook heel gewone mensen zijn; hun aandoening is maar één deeltje van de hele persoon.” Een van de voorwaarden voor het doorbreken van taboes, is open zijn over psychiatrische aandoeningen. Voor de mensen wie dit aangaat, is dat vaak een lastige beslissing. Want hoe open wil je zijn, wanneer en tegen wie? Openheid over psychiatrische aandoeningen Een gebied waarop de keuze voor openheid veel dilemma’s met zich mee kan brengen, is het werk. Vertel je je baas, direct leidinggevende of collega’s over je psychiatrische problemen of heeft dit gevolgen voor je carrière? Vertel je het bij een sollicitatie of kun je die baan dan wel vergeten?

Om mensen hierbij te helpen, is in Engeland een hulpmiddel ontwikkeld: Coral (Conceal or Reveal, in het Nederlands ‘Verzwijgen of vertellen’). Kenniscentrum Phrenos heeft Coral naar Nederland gehaald en wil de vertaalde brochure in opdracht van de organisatie Samen Sterk zonder Stigma uitbreiden tot een module met een instructieprogramma voor hulp- en dienstverleners en een trainershandleiding. Catherine van Zelst van Kenniscentrum Phrenos werkt mee aan deze doorontwikkeling van Coral. “Het is een goede zaak dat er steeds meer openheid is over psychiatrische aandoeningen. Maar we moeten erkennen dat voor cliënten openheid niet altijd logisch of gewenst is, bijvoorbeeld vanwege schaamte of wens voor privacy. Toch kun je als cliënt tegen situaties aanlopen die je confronteren met de vraag: ben ik er wel of niet open over? Voor hen is er deze beslissingshulp.” De folder Coral laat cliënten nadenken over verschillende aspecten die meespelen bij de beslissing over openheid. Zo wordt er opgesomd welke argumenten er bestaan voor en tegen openheid (bijvoorbeeld ‘eerlijk kunnen zijn’ versus ‘minder kans op promotie’, welke behoeften mensen kunnen hebben op het werk (bijvoorbeeld aangepaste werktijden of extra verlof) en welke waarden een rol spelen bij openheid (zoals ‘jezelf kunnen zijn’). Ook worden de voor- en nadelen besproken van verschillende momenten van openheid en van verschillende onthullingsstrategieën.

Ervaringen delen

Michael is heel open over zijn verleden met verslaving en dakloos zijn. Sinds een jaar heeft hij weer een eigen woning in Amsterdam en het contact met zijn ouders is weer hersteld. Ook helpt hij anderen die in een soortgelijke situatie zitten. “We organiseren maandelijkse bijeenkomsten waarbij we ervaringen uitwisselen en elkaar ondersteunen. De periode na een ggz-traject is voor veel mensen heel moeilijk. Je bent eenzaam, moe, misschien boos. Je wilt geen hulp meer, maar helemaal op eigen benen staan is eng. Dit helpt tegen terugvallen in oude gewoontes.”