De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft landen opgeroepen om het aantal sterfgevallen veroorzaakt door het hepatitis-virus terug te dringen. Deze aansporing is zeker niet onterecht, en geldt ook voor Nederland. Uit recent onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum blijkt namelijk dat dit virus in Nederland veel meer dodelijke slachtoffers maakt dan aanvankelijk werd gedacht, terwijl er sinds een aantal jaar goedwerkende medicijnen beschikbaar zijn. Solko Schalm is em. Hoogleraar Interne Geneeskunde en Leverziekten en maakt zich onder andere hard voor het terugdringen van dit sterftecijfer.

Voorheen werd gedacht dat er zo’n veertig mensen per jaar sterven aan de gevolgen van hepatitis. Als je echter het aantal sterfgevallen door levercirrose en leverkanker meerekent, wat de gevolgen van chronische hepatitis B of C kunnen zijn, ligt dit aantal een stuk hoger: tussen de 300 en 650 slachtoffers per jaar. Net als de Gezondheidsraad pleiten specialisten daarom in samenwerking met het RIVM in het recent gepresenteerde Nationaal Hepatitis Plan voor het opsporen van nog niet geïdentificeerde dragers van het virus. Deze zoektocht zetten ze met name op onder risicogroepen zoals hiv-patiënten, mannen die seks hebben met mannen, (voormalig) drugsgebruikers, mensen die bepaalde beroepen in de zorg uitoefenen en immigranten die uit landen komen waar het virus vaker voorkomt dan in Nederland.

Georganiseerd systeem

Doel van het Nationaal hepatitisplan en de Gezondheidsraad is om het hepatitis-virus uit ons land te elimineren. Een wel erg ambitieus doel volgens Schalm. Als oud-leverarts is hij groot voorstander van de uitvoering van zowel het Nationale Hepatitisplan als het nationaal rapport van Gezondheidsraad om mensen met deze infectieziekte op te sporen. Maar chronische hepatitis B en C zijn ziekten die veelal jaren na de infectie tot uiting komen in de vorm van klachten en sterfte. Daarom vindt hij het op dit moment met name belangrijk dat de mensen die al zijn opgespoord en bekend zijn als hepatitis-patiënt in het zorgsysteem, de vernieuwde behandeling krijgen.

“In lang niet alle landen zijn deze schitterende medicijnen voor iedereen beschikbaar, maar in Nederland inmiddels wel. Dan moet je alleen wel de zorg dusdanig organiseren dat dit de huidige patiënten ten goede komt.” Daarom is Schalm vanuit de organisatie LiverDoc het zogenaamde BIBHep-programma gestart wat staat voor: Bewustzijn, Identificatie en Behandeling van hepatitis B en C. Hiermee worden zorgverleners, met behulp van moderne tools, niet alleen bewust gemaakt van de onnodige sterfte, maar krijgen ze ook de nodige informatie om een goede behandeling op te starten.

Alertsysteem en app

De tools die vanuit het BIPHep-programma aan artsen en specialisten worden aangereikt helpen bij case-finding (opsporing en eerstelijns diagnostiek) en case-management (selectie van de meest effectieve therapie bij cirrose). De case-finding ligt grotendeels bij huisartsen, en het alertsysteem dat voor hen is gemaakt is gekoppeld aan het huisartseninformatiesysteem. Als er een patiënt komt die afwijkende leverwaarden heeft of al bekend is als drager, krijgt de huisarts daar een alert voor. Daarnaast is er een app gemaakt waarbij de beschikbare literatuur over de behandeling van hepatitis C is samengevat, zodat je snel kunt zien wat de beste behandeling kan zijn voor een specifieke patiënt. Schalm: “Mijn missie is geslaagd als de sterftedaling in 2016 zichtbaar is en we in 2020 kunnen zeggen dat de sterfte met meer dan 50 procent gedaald is.”