De kunst om uitzonderlijke geheugenprestaties te leveren is aan te leren. Een zesweekse geheugentraining van 30 minuten per dag verandert een ‘normaal’ brein in dat van een geheugenkampioen. Proefpersonen konden na de training twee keer zoveel woorden onthouden als daarvoor. De effecten zijn tot vier maanden na de training merkbaar. Dat schrijven onderzoekers van het Radboudumc op 8 maart in Neuron.

Brein van een geheugenkampioen

Hersenscans voor en na het volgen van een zesweekse geheugentraining laten zien dat verbindingen in de hersenen gaan lijken op die van geheugenkampioenen. Hoe meer iemands patroon op dat van een geheugenkampioen lijkt, hoe beter iemand was op de geheugentesten. “Dit laat zien dat mensen het breinnetwerk zoals dat van een geheugenkampioen kunnen ontwikkelen door een zesweekse training. Het effect blijft aanwezig tot vier maanden na de training,” zegt onderzoeker Martin Dresler.

Drie netwerken

Met fMRI-technieken bekeken onderzoekers van het Radboudumc de breinfuncties en -structuur van 23 geheugenatleten uit de top vijftig van de wereld. Deze geheugenkampioenen zijn onder meer in staat om zo’n honderd woorden in vijf minuten te onthouden. De onderzoekers zagen bij de geheugenatleten een patroon van verbindingen tussen drie netwerken in de hersenen: het netwerk dat vooral actief is in rust, het netwerk in de visuele hersengebieden en het netwerk in de mediotemporale cortex, dat een belangrijke rol speelt bij geheugenvorming. Een supergeheugen ontstaat door veranderingen in de verbindingen tussen deze drie netwerken.
 

Plaatsmethode

De onderzoekers vergeleken daarna mensen die een zesweekse geheugentraining volgden met mensen die geen training kregen. Een deel van de groep trainde de zogenaamde plaatsmethode. Hierbij koppel je een reeks willekeurige informatie langs bijvoorbeeld de weg van huis naar het werk. Deze methode gebruikt het feit dat mensen visuele informatie beter onthouden dan abstracte informatie. Een ander deel volgde een korte termijngeheugentraining.
 

Beter presteren

De proefpersonen die de plaatsmethode trainden, gingen aanzienlijk beter presteren op geheugentaken. Voor de training konden de proefpersonen 26 tot 30 woorden onthouden. Na de training in de plaatsmethode kwamen daar 35 woorden bij. De korte termijngeheugentraining zorgt voor 11 extra woorden. De groep die niet trainde, kon slechts 7 extra woorden onthouden. Hersenscans lieten zien dat de hersenverbindingen bij de proefpersonen die de plaatsmethode hadden getraind het meest gingen lijken op die van geheugenkampioenen.

Bron: Radboudumc