Gedragsgenetici van VU en VUmc onderzochten, onder leiding van Sophie van der Sluis, de genetische gelijkheid van 12 symptomen van neuroticisme. Hiervoor analyseerden zij genen van ruim 375.000 mensen die deelnamen aan het grote UK Biobank onderzoek. Het onderzoek laat zien dat de symptomen genetisch van elkaar verschillen en dat onderzoek naar individuele symptomen interessante biologische informatie oplevert.

Neuroticisme

Neuroticisme is een persoonlijkheidseigenschap die gekenmerkt wordt door emotionele instabiliteit. Mensen die hoog scoren op neuroticisme zullen gemiddeld vaker last hebben van angst, verslaving, en depressie. De onderzoekers vonden sets van genen die voor bijna alle symptomen voorspellend waren, maar ook genen die echt symptoom-specifiek waren. Van der Sluis: “Deze studie illustreert de relevantie van onderzoek naar de genetische vergelijkbaarheid van symptomen.”

Verschillende symptomen

Veel psychologische eigenschappen worden gemeten als de som van verschillende symptomen. Om bijvoorbeeld depressie, schizofrenie, of ADHD te meten, maken psychologen gebruik van vragenlijsten of klinische interviews. Verschillende symptomen worden vervolgens bij elkaar opgeteld. Van der Sluis: “De diagnose depressie krijg je bijvoorbeeld als je van de set kernsymptomen er tenminste 5 hebt voor tenminste 2 weken. Maar de kernsymptomen zijn erg divers en mensen met dezelfde diagnose kunnen dus heel andere symptomen ervaren.”

Voorspellers van menselijk gedrag

Genetici zoeken naar genen die voorspellend zijn voor menselijk gedrag, zoals cognitieve vaardigheden, depressie, of persoonlijkheid. De genen die gedetecteerd worden hebben doorgaans zeer kleine effecten, wat laat zien dat de genetica van menselijk gedrag erg complex is. Van der Sluis: “Het is goed denkbaar dat deze manier van meten en diagnosticeren, hoe bruikbaar en nuttig ook in de dagelijkse praktijk, ons het zicht op de onderliggende genetica ontneemt. Studies naar individuele symptomen kunnen inzicht bieden in hoe bruikbaar de standaard maten eigenlijk zijn voor het genetisch onderzoek.”

De studie is gepubliceerd in Nature Communications.

Bron: VUmc