Het binnenkrijgen van de juiste voeding is voor iedereen belangrijk. Bij ouderen kan het zelfs letterlijk het verschil tussen leven en dood betekenen. Ondanks dit potentiële gevaar is er te weinig focus op dit onderwerp. Zowel bij de ouderen en hun verzorgers als bij verzorgenden. Hoog tijd om het bewustzijn over goede voeding bij ouderen te vergroten, stellen de experts.

Wanneer men niet de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt, kan ondervoeding ontstaan. Ondervoeding wordt veroorzaakt doordat de hoeveelheid spiermassa in het lichaam vermindert, waardoor de gezondheidstoestand en functionaliteit achteruit gaan, vertelt Hinke Kruizenga, diëtist-onderzoeker bij de afdeling Diëtetiek & Voedingswetenschappen van het Amsterdam UMC.

In Nederland zijn het, naast zieken, met name ouderen die veel te maken krijgen met ondervoeding. Daarbij is zichtbaar dat de prevalentie toeneemt naarmate de leeftijd stijgt. “Het percentage van ondervoede ouderen in verpleeg- en verzorgingstehuizen ligt rond de 15 tot 20 procent. Bij de ouderen die thuis wonen, ligt dat gemiddelde hoger, rond de 30 tot 40 procent.” Dat ondervoeding in een verzorgingsinstelling minder vaak voorkomt, kan volgens Kruizenga komen doordat verzorgers daar meer alert zijn op de symptomen van ondervoeding. Voor ouderen zelf en hun omgeving kan dit lastiger zijn. Daarnaast zijn er ouderen die wat te zwaar waren en bij afvallen denken ‘fijn’. Afvallen door verlies van spieractiviteit is echter nooit goed, benadrukt Kruizenga, omdat de spiermassa hard nodig is.

Ouderen en afnemende spiermassa

Afnemende spiermassa heeft namelijk de nodige gevolgen, vertelt Michael Tieland, senioronderzoeker Nutrition, exercise and aging aan de Hogeschool van Amsterdam. “Spiermassa is nodig om mobiel te blijven, om op te kunnen staan uit een stoel of om naar de winkel te kunnen gaan. Deze spiermassa gaat bij iedereen achteruit naarmate men ouder wordt. Als het verlies echter te groot is, kan iemand niet meer goed functioneren.” Dit zorgt ervoor dat mensen
minder zelfredzaam zijn en dat zij in een vicieuze cirkel terechtkomen. Een lage spiermassa veroorzaakt laag functioneren, waardoor men minder beweegt, dat een verder afnemende spiermassa tot gevolg kan hebben.

Dat met name veel ouderen kampen met afnemende spiermassa en ondervoeding komt onder andere doordat zij vaak lijden aan diverse ziektebeelden, zoals dementie of lichamelijke ongemakken, waardoor zij inactiever zijn. Tieland: “Bij spieren is het echt: if you don’t use it, you lose it. Dit gaat op voor veel ouderen, omdat zij niet voldoen aan de richtlijn van 30 minuten matig bewegen per dag en twee keer per week krachttraining.” Daarnaast zorgen ziekte en ouderdom veelal voor verminderde eetlust en veranderende smaak, en kunnen rouw en verwerking, na bijvoorbeeld het verliezen van een partner, het eetpatroon beïnvloeden.

Voeding én beweging

Doordat spiermassa wordt opgebouwd door eiwit, is het van groot belang dat mensen hier voldoende van binnenkrijgen. Met name als de jaren vorderen en de spierafbraak sneller verloopt, is dit erg belangrijk. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor eiwit is 0,8 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag, legt Tieland uit. “Veel voedingswetenschappers stellen echter dat dit onvoldoende is, en dat men voor behoud van spiermassa 1,2 tot 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht binnen moet krijgen.”

Per maaltijd moeten ouderen dan dus 20 tot 30 gram eiwit tot zich nemen. Deze kunnen zij halen uit melkproducten, vlees/vis, peulvruchten en granen. Omdat bij veel oudere mensen voeding zelf niet direct de oorzaak van de ondervoeding is – dit is bijvoorbeeld gelinkt aan een ziektebeeld of inactiviteit – is goede voeding alleen niet het antwoord op ondervoeding. Kruizenga: “Het moet gaan om de combinatie van goed eten en voldoende beweging. Deze twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het draait om de spieren, die gemaakt worden door voeding en in stand worden gehouden door activiteit.”

Ook Tieland benadrukt het belang van beweging en vult aan dat na een uur krachttraining al veranderingen in spiermassa zichtbaar zijn. Dit geldt voor iedereen: ook ouderen kunnen met krachttraining hun spiermassa tot wel 40 procent doen toenemen. En dat maakt net het verschil tussen wel of niet kunnen opstaan uit een stoel. Hier geldt echter ook weer dat de combinatie van beweging en eiwit het verschil maakt; zonder voldoende eiwit zal krachttraining niet leiden tot een toename van spiermassa. “Exercise is king, nutrition is queen, together they create a kingdom”, aldus Tieland. Voeding en beweging moeten dus altijd hand-in-hand gaan.

Wat betreft de combinatie van de juiste voeding en beweging valt echter nog genoeg te verbeteren. Kruizenga benadrukt dat de verantwoordelijkheid niet alleen bij een verpleegkundige of arts ligt, en dat een goede samenwerking met een diëtist en fysiotherapeut essentieel is. “Nu worden deze twee vaak te laat ingeschakeld, bijvoorbeeld als iemand al 10 kilo is afgevallen. Dan is het dweilen met de kraan open.”

Betere samenwerking

Het begint volgens Kruizenga allemaal met goede screening. Hier bestaan eenvoudige instrumenten voor. Deze moeten in een vast protocol worden meegenomen omdat ondervoeding vaak niet te zien is aan de buitenkant. Tieland ziet dit ook en stelt dat de samenwerking niet alleen vanuit een behandeling moet gebeuren, maar juist ook op het gebied van preventie. Zo kunnen een diëtist en een fysiotherapeut preventief schema’s voor training en voeding aanbieden om spiermassaverlies te voorkomen.

Belangrijk bij een goede samenwerking is een gedegen kennisoverdracht tussen huisartsen, verpleegkundigen, diëtisten en fysiotherapeuten, en dan naar mantelzorgers en de thuiszorg toe. Daarnaast is het belangrijk dat ouderen zelf ook beter op de hoogte zijn van wat zij binnenkrijgen met hun eetpatroon. Kruizenga: “Zo spreek ik mensen die trots vertellen dat ze twee beschuitjes met jam op hebben als ontbijt. Maar kijkende naar de benodigde voedingsstoffen krijgen zij dan helemaal niets binnen.” Tieland ervaart ook dat veel ouderen niet op de hoogte zijn van wat ze wel en niet tot zich nemen, maar stelt tegelijkertijd dat het nooit te laat is om eet- en leefpatronen aan te passen. De omgeving speelt hierbij een essentiële rol, want familie, vrienden en kennissen zijn bepalend voor het gedrag van mensen. Het is volgens hem dan ook erg belangrijk de omgeving goed te informeren op het gebied van goede voeding voor ouderen.

De rol van de omgeving

Dat de omgeving een belangrijke rol kan spelen wat betreft de gezondheid van ouderen bewijst het verhaal van Anissa Mentink Lachhab (45). Anissa is samen met haar vader Mohammed (76) mantelzorger voor haar 70-jarige moeder Yamina. Ze zorgt samen met haar vader ervoor dat haar moeder de juiste voeding en voedingsstoffen binnenkrijgt. Haar moeder kampt namelijk al ruim dertig jaar met erfelijke diabetes type 2. Na dit nieuws begon haar moeder met een strikt dieet dat bij haar suikerziekte paste. Echter kampte ze daarna nog wel met overgewicht en gaandeweg ging het slechter en werd het steeds moeizamer een weg terug te vinden naar een ideaal gewicht.

Tien jaar geleden kreeg Anissa’s moeder een beroerte. Ze wist goed te revalideren, en kon ook weer voor zichzelf koken. Door de jaren heen nam haar gewicht steeds verder toe en ging haar gezondheid sterk achteruit. Om te voorkomen dat de situatie slecht zou aflopen, werd besloten dat Anissa haar vader zou helpen bij de zorg voor haar moeder en verhuisden haar ouders vanuit Limburg naar een huis in de Betuwe waar Anissa woont. Tijdens de verhuizing slaat het noodlot toe en krijgt haar moeder nog tweemaal een herseninfarct in een periode van zes weken. Als gevolg hiervan was haar brein zo aangetast dat het haar niet meer lukte om zelf met haar diabetes om te gaan.

“Mijn vader moest anders leren koken, met veel meer groente en minder koolhydraten, zodat mijn moeder de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt.”

Gezonder eetpatroon

Om de gezondheid van haar moeder te verbeteren, zette Anissa haar op een streng dieet. “Samen met een diëtiste, internist en diabetesdeskundige hebben we dit dieet opgesteld en met succes doorgevoerd. Mijn moeder is ruim 22 kilo afgevallen en haar diabetes is drastisch verminderd.” Uiteraard ging deze verandering niet zonder slag of stoot, benadrukt Anissa. Het duurt even voor iemand gewend is aan een andere manier van eten. “Mijn ouders die graag koken en bakken hadden het idee dat zij geen zeggenschap meer hadden. Daarnaast moest mijn vader anders leren koken, met veel meer groente en minder koolhydraten, zodat mijn moeder de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt.”

Dat juiste voeding belangrijk is voor ouderen is iets waar Anissa, met haar achtergrond in de verpleging, bekend mee was. Ze weet dat ouderen die minder bewegen, zoals haar ouders, extra eiwitten nodig hebben. Omdat het Marokkaanse eetpatroon (de familie van Anissa is Marokkaans) anders is dan het Nederlandse, was het zoeken naar een dieet dat paste bij haar ouders. “In de Marokkaanse keuken staat eten vaak lang te sudderen, met een verlies aan vitaminen als gevolg.” Haar vader moest leren dat wanneer groente beetgaar zijn, het eten ook klaar is en meer vitaminen bevat dan
als het lang gesudderd heeft. Daarnaast hebben de herseninfarcten het brein van haar moeder aangetast, waardoor zij geen vlees meer lust. Voldoende eiwitten binnenkrijgen is daardoor soms een uitdaging. Er wordt dus veel ingezet op het eten van eieren en zuivel. Haar vader haalt hiervoor graag verse melk bij de boer, waar hij karnemelk, boter en hangop van maakt. Hier zitten echter meer vetten in, wat weer slecht is voor de diabetes. “Het is een constante afweging, waarbij goed overleg belangrijk is.”

Anissa helpt haar ouders met liefde, maar vertelt ook dat de mantelzorg een grote invloed op haar eigen leven heeft. Naast de reguliere mantelzorg die zij biedt, houdt ze zich dus dagelijks bezig met het eetgedrag van haar ouders. “Het is soms echt lastig om de balans te vinden tussen de zorg voor mijn moeder en de tijd die ik heb voor mijn eigen gezin. Hierbij zijn er momenten geweest waarin mijn ouders echt voor gingen.” Gaandeweg wordt Anissa hier wel beter in, na twee jaar mantelzorg lukt het haar nu beter om die balans te vinden. “Ik begin nu eindelijk een balans te
vinden. Ik ben erg blij met wat ik kan doen en zie het als mijn taak om voor mijn ouders te zorgen. Voorheen voelde ik me machteloos, maar nu kan ik mijn ouders helpen om een fijne oude dag te hebben.”

Gezonde oude dag

Of ouderen nou kampen met ondervoeding of juist te maken hebben met overgewicht en diabetes, voor allen is goede gebalanceerde voeding van groot belang om een kwalitatief hoogstaand en gezond leven te kunnen leiden. Goede samenwerking tussen en gedegen voorlichting aan alle betrokken partijen is dan ook essentieel, zowel nu als in de toekomst.