Bij niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is er sprake van beschadigingen van het brein. Die ontstaan als gevolg van een CVA (Cerebro Vasculair Accident), ofwel een beroerte. Bij jonge mensen is NAH vaak het gevolg van een ongeluk. Mensen met NAH kunnen te maken krijgen met lichamelijke en/of cognitieve beperkingen die arbeid bemoeilijken of onmogelijk maken. Hoe vinden deze patiënten hun weg terug naar de arbeidsmarkt?

Tolbrug Specialistische Revalidatie is het revalidatiecentrum van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Het centrum heeft als verzorgingsgebied Noordoost-Brabant. Patiënten met uiteenlopende aandoeningen leren er omgaan met permanente beperkingen. Het kan dan gaan om lichamelijke en/of cognitieve beperkingen. Revalidatiearts Ineke Kortland legt uit hoe mensen met NAH in het centrum behandeld worden. Ook vertelt ze welke begeleiding patiënten krijgen bij het terugkeren naar de arbeidsmarkt.

Hoe gaan jullie te werk?

“Als mensen hersenletsel oplopen, komen ze bij een neuroloog terecht. De neuroloog vraagt de revalidatiearts vaak aan het begin van het behandeltraject al om advies. Dit advies heeft betrekking op de diagnose en behandeling. Is de problematiek van de revalidant complex, dan vindt behandeling plaats in een multidisciplinair team. Dat bestaat uit onder anderen een ergotherapeut, een fysiotherapeut, de neuropsycholoog, de logopedist en de revalidatiearts.

De belangrijkste vraag bij aanvang van de behandeling is: wat wil de revalidant zelf bereiken? De persoonlijke motivatie van de revalidant is van belang. Meestal wil iemand op de eerste plaats lichamelijke problemen aanpakken, zodat degene weer kan lopen en zichzelf weer kan verzorgen. Het inzicht dat er mentaal iets is veranderd, komt bij mensen pas later. Dan ontstaat de wens om cognitieve en psychosociale problemen aan te pakken en wil iemand weer aan het werk gaan.”

Welke rol speelt iemands persoonlijkheid bij de omgang met NAH?

“Een onderdeel van de behandeling is iemand inzicht geven in de manier waarop hij met problemen omgaat, ofwel ‘coping’. De ervaring leert dat mensen met dezelfde aandoening heel verschillend met hun situatie omgaan. De een steekt de kop in het zand en ontdekt vaak pas later dat bepaalde dingen emotioneel niet goed verwerkt zijn. Een ander wordt onrustig, angstig of passief. Mensen die geneigd zijn om de schuld of de oplossing buiten zichzelf te leggen, hebben het vaak moeilijker.

We zien als behandelteam dat mensen die heel gemotiveerd zijn zichzelf gaandeweg vaak voorbijlopen. Ze zijn zo positief dat ze zichzelf de tijd en rust niet gunnen om te kijken naar wat er verder veranderd is. Het beste herstellen mensen die hun problemen goed onder ogen kunnen zien, hun ambities bijstellen en steun en ontspanning zoeken. Ook personen die al eens eerder in hun leven met tegenslag te maken hebben gehad, blijken vaak beter om te gaan met niet-aangeboren hersenletsel.”

Is iemands leeftijd van invloed op coping met NAH?

“Over het algemeen berusten oudere mensen sneller in hun situatie. Voor hen is het meestal eenvoudiger om ambities bij te stellen, in tegenstelling tot jonge mensen. Die hebben bijvoorbeeld een baan of een gezin en willen zo snel mogelijk weer overal aan meedoen. Daarnaast gaan jonge mensen meer uit van de maakbaarheid van het leven. Daarmee maken ze het zichzelf soms lastig. Dit hangt ook samen met de samenleving die veeleisender is geworden.

Zo wordt iemand minder eenvoudig afgekeurd voor werk. Iedereen dient, binnen zijn eigen mogelijkheden, mee te doen aan de maatschappij en de arbeidsmarkt. Mensen gaan wel eens te snel weer aan de slag. Met het gevolg dat ze soms enige tijd later weer terugkeren naar medische behandelaars. Dan blijkt dat ze bepaalde zaken psychosociaal niet voldoende verwerkt hebben en daar nog hulp bij nodig hebben. De behandeling van iemand met NAH vraagt daarom altijd om een persoonlijke invulling, de juiste timing en gespecialiseerde behandelaren.”

Hoe helpt een revalidatiecentrum deze patiënten?

“Na behandeling bij een neuroloog komen deze patiënten in het revalidatiecentrum terecht. Ze functioneren beperkt; ze kunnen bijvoorbeeld niet meer goed lopen, praten of organiseren. Ze willen graag weer hun oude mogelijkheden terug. In het revalidatiecentrum worden mensen geholpen met het formuleren van hun doelen. Wat willen ze leren? De doelen die ze zichzelf stellen, zijn vaak niet gelijk haalbaar. Maar door de doelen op te knippen in subdoelen, kan er stap voor stap gewerkt worden aan verbetering. De eigen, intrinsieke motivatie is daarbij belangrijk. Revalidatie is hard werken. Niet alle functies keren tijdens het revalidatieproces terug. Men moet leren omgaan met de nieuwe situatie. Soms kan iemand niet meer terugkeren naar de oude werkplek. Dat is niet eenvoudig en kan emotioneel confronterend zijn.”

Hoe wordt bepaald waar iemand weer toe in staat is?

“Dat kan gebeuren op basis van een arbeidsbelastbaarheidsonderzoek. Daarbij wordt er gekeken naar verschillende vaardigheden zoals het tempo van werken, plannen, concentratie, flexibiliteit, omgaan met complexiteit, storingen, collega’s en tijdsdruk. Men kijkt daarbij vooral ook naar datgene wat wél goed gaat.”

Vinden NAH-patiënten goed de weg terug naar de arbeidsmarkt?

“Mensen met NAH blijven vaak kwetsbaar en de re-integratie vraagt om flexibiliteit en aanpassing, zowel van de werkgever als van de werknemer met NAH. Vaak zijn aanpassingen op de werkplek nodig en soms moet er naar andere taken gezocht worden. Het revalidatiecentrum probeert mensen voor te bereiden op een passende plek op de arbeidsmarkt. Werk is van belang voor de kwaliteit van leven.”

Op welke manier begeleiden jullie mensen hierbij?

“De coping, ofwel het omgaan met beperkingen, en inzicht hebben in de eigen situatie zijn belangrijk bij revalidatie en re-integratie. Aansluitend bij iemands persoonlijke situatie staan wij mensen bij in het proces van revalideren en terugkeren naar de arbeidsmarkt. Arbeid is tenslotte belangrijk voor de kwaliteit van leven.

Op basis van de Wet verbetering poortwachter krijgen mensen de mogelijkheid om binnen een jaar na aanvang van het niet-aangeboren hersenletsel te re-integreren naar eigen werk. In het tweede jaar moet er gezocht worden naar een (alternatieve) werkplek bij de oude werkgever of een nieuwe werkgever. Het voordeel van deze wet is dat hij binnen twee jaar duidelijkheid schept over participatie op de arbeidsmarkt. Dat geeft enige druk, maar de mogelijkheden voor iemands toekomst worden zo wel duidelijk. In die twee jaar vindt ook het herstel van iemand met NAH plaats.”