Therapie voor PH ontwikkelt zich snel

Anno 2014 is Pulmonale Hypertensie (PH) nog altijd een ongeneeslijke ziekte. Toch is de behandeling de afgelopen 10 à 15 jaar sterk geëvolueerd. Voor die tijd was er geen effectieve behandeling tegen PH. Patiënten kregen middelen om het hart te ondersteunen, plus zuurstoftherapie om de kwaliteit van leven te verbeteren.

De medicijnen die sindsdien specifiek voor PH is ontwikkeld, waren aanvankelijk invasief: toediening gebeurde via een infuus. Daarnaast zijn nu ook orale middelen beschikbaar. Cardioloog dr. Marco Post van het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein: “Verschillende werkingsmechanismen zijn benut, om de cellulaire processen die een rol spelen in het ontstaan van PH te beïnvloeden. Het arsenaal is zo steeds verder uitgebreid.

Invasieve of orale therapie

De invasieve therapie wordt ook nu nog gebruikt: het is de meest krachtige manier om medicatie te laten werken. De orale therapie heeft hetzelfde principe, maar werkt op een andere receptor in het bloedvat.

Deze middelen proberen de bloedvaten in de longen te herstructureren, om de bloedvatwand niet in dikte en afwijkingen te laten toenemen. Doel is ontlasting van de rechterhelft van het hart. Dr. Post: “Deze middelen bevorderen de bloeddoorstroming in de longbloedvaten. We proberen altijd in te schatten wat de inspanningscapaciteit van de patiënt is.

Als die ernstig beperkt is, dan starten we direct met de invasieve therapie. Maar dat heeft wel de nodige impact op de kwaliteit van leven.”

PH multidisciplinaire aanpak

Naast verbetering in de therapie is er sprake van verbetering in de zorg rondom PH. Er is meer aandacht voor het ziektebeeld en meer disciplines zijn nauwer betrokken en zich bewust van de ernst van de ziekte.

In alle grote PH-centra is een multidisciplinaire overlegstructuur, met een longarts, cardioloog, reumatoloog, verpleegkundig specialisten, maatschappelijk werk en fysiotherapeuten. Volgens dr. Post is de multidisciplinaire aanpak essentieel. “Je kunt niet zonder elkaar en het is de hoeksteen van een goed behandelplan.”