Nederland kent steeds meer kinderen waarvan de ooggezondheid te wensen over laat. Met name op het gebied van bijziendheid gaan de ogen van kinderen met sprongen achteruit. Dit baart experts zorgen, zeker omdat dit grotendeels te voorkomen is.

Wanneer kinderen nog jong zijn, wordt de basis gelegd voor de gezondheid van hun ogen op latere leeftijd, vertelt Edith Mulder, directeur van het Oogfonds. Onderzoek toont aan dat bij steeds meer kinderen de ogen in toenemende mate achteruitgaan. “We zien dat het aantal kinderen met myopie – ofwel bijziendheid – sterk aan het toenemen is. Een trend die voorheen enkel in Azië zichtbaar was, waar 80 tot 90 procent van de kinderen in de grote steden lijdt aan myopie.” Dit is schrikbarend omdat de ernstige vorm van myopie, bijziendheid van meer dan -6, op latere leeftijd kan leiden tot blindheid, aldus Caroline Klaver, hoogleraar Epidemiologie en genetica van oogziekten bij het Erasmus MC.

Kinderbijziendheid

Myopie wordt deels erfelijk bepaald. Een kind met twee bijziende ouders heeft een vrij grote kans zelf ook bijziend te worden. De sterke toename in myopie kan hierdoor echter niet verklaard worden. De genen zijn immers niet veranderd, stelt Klaver, en toch zijn de ogen van de kinderen nu slechter dan die van hun opa’s en oma’s. De oorzaak van de toename in kinderbijziendheid is volgens haar dan ook met name te vinden in de veranderende samenleving, waarin steeds meer gewerkt wordt met draagbare schermen en steeds minder buiten gespeeld wordt.

Te veel dichtbij kijken

Wanneer kinderen veel zogeheten ‘dichtbijwerk’ doen, wordt de beeldprojectie op het netvlies anders. Dat triggert het oog om te groeien. Klaver: “Voor het oog maakt het niet uit of een kind in een boek leest of op een tablet zit. Het is wel zo dat kinderen tegenwoordig langer op een scherm zitten dan dat men vroeger in een boek las.” Dit uren achter elkaar op een bepaalde afstand focussen, zonder afwisseling met in de verte kijken, is slecht voor de ontwikkeling van het oog en kan tot gevolg hebben dat men niet meer goed veraf kan kijken, aldus Mulder. Tot ongeveer twintig/vijfentwintig jaar maakt te veel dichtbij kijken nog echt uit voor het oog, voegt Klaver toe. En hoe later het eerste moment van bijziendheid komt, hoe beter dit is voor de uiteindelijke brilsterkte en gezondheid van het oog op latere leeftijd.

Tegengaan van bijziendheid

Naast het tegengaan van te veel dichtbijwerk is buitenspelen belangrijk om kinderbijziendheid tegen te gaan, benadrukt Mulder. “Buitenlicht is belangrijk voor het oog om stoffen aan te kunnen maken die de groei van het oog kunnen remmen, zodat er geen hoge myopie ontstaat.” De vuistregel die hierbij gehanteerd dient te worden is: 20-20-2, welke staat voor maximaal 20 minuten dichtbijwerk, afgewisseld met 20 seconden accommoderen en aangevuld met minstens twee uur per dag naar buiten gaan. Mulder en Klaver zijn beiden van mening dat hierin een gedeelde verantwoordelijkheid ligt bij de kinderen zelf, hun ouders en hun school of dagopvang. Denk hierbij aan buitenspelen tijdens de pauze, het beoefenen van een buitensport, de hond uitlaten en naar school fietsen.

Hoe er ook te werk wordt gegaan, het tegengaan van bijziendheid moet prioriteit krijgen om zo de toename ervan een halt toe te roepen. Zeker gezien het feit dat kinderen er wellicht op jonge leeftijd nog niet veel last van hebben, en een leuke bril kunnen opzetten, maar er op latere leeftijd slechtziendheid en zelfs blindheid aan over kunnen houden.