Iedereen die lang genoeg leeft, zal op den duur te maken krijgen met een slecht gehoor. De haarcellen in het slakkenhuis van het oor worden gedurende iemands leven zwaar belast, bijvoorbeeld door geluid, waardoor ze beschadigen. Eenmaal beschadigd zijn ze niet te herstellen. Wel is er een verscheidenheid aan hulpmiddelen die het proces kunnen vertragen of mensen kunnen helpen beter te horen.

Ondanks de mogelijkheden op dat gebied gebeurt er bij slechthorendheid iets opmerkelijks: waar men bij een afnemend zichtvermogen de weg naar de opticien goed weet te vinden, doet men bij een slecht gehoor weinig. Men wacht af en gaat gemiddeld pas na zeven tot tien jaar op zoek naar hulp.

Wanneer is er sprake van een slecht gehoor?

“’Het hoort er gewoon bij’, is vaak de gedachte”, vertelt Saskia Kloet, programmamanager Gezond Gehoor bij VeiligheidNL. Omdat ouderdomsslechthorendheid een natuurlijk verschijnsel is en het veel voorkomt, accepteert iedereen dat men elkaar wat minder goed verstaat, dat de tv wat harder gaat en dat delen van gesprekken herhaald moeten worden.

Licht gehoorverlies is op die manier nog wel te ondervangen en mensen die slechthorend zijn kunnen in principe ver komen. “Wetenschappelijk onderzoek toont echter dat het ook vergaande gevolgen kan hebben”, waarschuwt Kloet. Gevoelens van eenzaamheid, sociaal isolement, problemen in de partnerrelatie en zelfs een verhoogd risico op het ontwikkelen van dementie behoren tot de mogelijke gevolgen van onbehandelde gehoorproblemen.

Gezien de prevalentie van ouderdomsslechthorendheid, valt er op het gebied van bewustzijn nog veel te winnen. Een op de vier Nederlanders van 60 jaar en ouder heeft een substantieel gehoorverlies. Dat wil zeggen dat men aan het beste oor een verlies van 35 decibel kan meten. Hoewel dat getal veel mensen weinig zal zeggen, zijn er een aantal signalen waaraan men in het dagelijks leven kan merken dat er iets niet goed zit.

De televisie harder moet zetten

Kloet: “Je merkt misschien dat je de televisie harder moet zetten, dat je op verjaardagen of in de sportkantine moeite hebt je gesprekspartner te verstaan, of dat je in een groep een deel van het gesprek niet kan volgen.” In plaats van dit soort seintjes te negeren en sociale situaties te vermijden, is het verstandig om actie te ondernemen. Loopt men te lang rond met een slecht gehoor, dan raakt het op een gegeven moment dusdanig in onbruik dat een eventueel hoorhulpmiddel of hoortoestel ook niet meer het gewenste effect heeft.

Gehoorverlies vaststellen gaat soepel

Is men wel bereid op tijd in te grijpen, dan zijn er meerdere mogelijkheden. Het doen van een gehoortest is een goed begin. “Ik kan me voorstellen dat een afspraak maken bij de huisarts als een vrij grote stap voelt. Maar een eerste gehoortest kan online gedaan worden, makkelijk en toegankelijk”, zegt Kloet. Men kan op het internet verschillende door een audioloog gevalideerde testen vinden die een eerste indicatie geven van de kwaliteit van iemands gehoor. Hieruit volgt over het algemeen enkel de uitslag ‘goed’ of ‘niet goed’. Als de uitslag niet goed is, is het slim om naar een huisarts of audicien te gaan om het verder te laten uitzoeken.

Ook die tweede stap in het proces kan heel soepel verlopen, stelt Jan de Laat, klinisch fysicus en audioloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Men kan direct bij de audicien terecht, zonder doorverwijzing van een huisarts, kno-arts of audioloog. “De audicien doet als het ware de triage. Hij of zij gaat aan de hand van een meting na hoe het ervoor staat met iemands gehoor en of het toch nodig is dat iemand een arts bezoekt.”

Medische expertise vereist

Dat is het geval bij ongeveer 10% van de mensen die zich bij de audicien melden. Bij hen is er bijvoorbeeld sprake van een middenoorprobleem, asymmetrie tussen de oren of een tumor, waardoor medische expertise vereist is. De andere 90% kan rechtstreeks terecht bij de audicien om zich te laten adviseren over het juiste hulpmiddel en ook voor het aanmeten hiervan. “In het geval dat het gemeten verlies boven de 35 decibel uitkomt, vergoedt de zorgverzekering een gehoorapparaat grotendeels vanuit het basispakket. Dat is in Nederland goed geregeld”, aldus De Laat.

Online aanschaffen

Als het geen optie is om bij de audicien langs te gaan, kan men stap twee ook (deels) online uitvoeren. Via verschillende websites kan men een zogeheten hoorhulpje aanschaffen. De Laat verdeelt de potentiele gebruikers van deze websites in twee groepen gebaseerd op hun behoeften.

Enerzijds is er de consument: deze bezoekt een website voor hoorhulpjes zoals geluidsversterkers voor de deurbel of kleine persoonlijke geluidsinstallaties die het volgen van gesprekken of vergaderingen vergemakkelijken. Anderzijds is er de patiënt: degene die een substantieel gehoorverlies hebben en medisch gezien in aanmerking komen voor een gehoorapparaat. Hoorhulpjes gelden overigen niet als medisch product.

“Het zal voldoen aan de elektrische eisen qua veiligheid, maar de kwaliteit met betrekking tot het verbeteren van de gehoorfunctie wordt niet gecontroleerd en gegarandeerd”, aldus De Laat. Voor echte gehoorapparaten werkt het anders. Die mogen in Nederland niet aangeboden worden zonder betrokkenheid van een gekwalificeerde audicien, legt hij uit.

Dat geldt ook online, dus men mag ervan uitgaan dat het aanbod goed gekwalificeerde gehoorapparaten op Nederlandse websites van goede kwaliteit is. Wel zal men voor een optimaal functionerend en juist afgesteld toestel toch contact moeten hebben met een audicien. De Laat: “Voor optimaal gebruik moet er een kwalitatief adequate gehoormeting plaatsvinden. De kwaliteit van online gehoortesten is hiervoor nog niet wat het wezen moet.”

Te weinig positieve ervaringen

Ondanks het feit dat een kwart van de zestigplussers gehoorverlies ervaart en de aanschaf van een gehoorapparaat of ander hulpmiddel relatief makkelijk is, duurt het nog te lang voordat men actie onderneemt. Volgens Kloet is dat deels te wijten aan de onterechte berusting rondom gehoorproblemen en deels aan een hardnekkig stigma. “Terwijl de bril een fashion statement is geworden, associeert men gehoorapparaten nog met kwetsbaarheid en afhankelijkheid.”

Daarnaast hoort men te weinig positieve ervaringen over hoorhulpmiddelen, omdat veel mensen die ze gebruiken er te laat mee begonnen zijn. “Mensen gaan er op late leeftijd gebruik van maken en ervaren ze dan als onprettig, onhandig en niet goed afgesteld. Maar dat heeft te maken met het te lang wachten, waardoor het beschadigde gehoorsysteem niet meer goed kan omgaan met het hulpmiddel.”

Het advies luidt dan ook: waardeer het gehoor, let op eventueel gehoorverlies en zoek eerder hulp. Het natuurlijke proces van ouderdomsgehoorverlies kan vanaf het dertigste levensjaar al heel langzaam beginnen en vanaf 50 jaar kan het verstaan van spraak in achtergrondrumoer al aanzienlijk achteruitgaan. “Vanaf dat moment is het goed om je er bewust van te zijn en bijvoorbeeld jaarlijks een online gehoortest te doen”, stelt Kloet. Mocht daar een negatief resultaat uitkomen, loop dan eens binnen bij de audicien – zonder zeven jaar te wachten.