Zelfzorg bij trombose begint steeds meer gemeengoed te worden in de gezondheidszorg. Zo zijn er steeds meer trombosepatiënten die het heft in eigen handen nemen en zelf onder minimale begeleiding hun bloedwaarden in de gaten houden. Maar hoe verhoudt zelfzorg zich eigenlijk tot professionele hulp vanuit de prikpost? Hoog tijd om die vraag te beantwoorden.

Bloedcontrole bij de prikpost

Momenteel gaan nog ongeveer 400.000 trombosepatiënten in Nederland iedere twee weken langs de prikpost om bloed te prikken. Daar wordt hun bloed gecontroleerd op zogenaamde trombus – oftewel bloedstolsels in de vaten – die gevormd worden door een disbalans in het aantal stollings- en antistollingsfactoren. Het lichaam heeft deze balans nodig om ervoor te zorgen dat open wonden niet blijven bloeden en dat bloed ongehinderd door het lichaam verplaatst kan worden. De trombus verhinderen deze vrij doorloop van het bloed, met alle negatieve gevolgen als een hartinfarct en beroerte van dien.

Wanneer blijkt dat er trombus in het bloed aanwezig is, moeten de patiënten antistollingsmedicijnen slikken die ervoor zorgen dat hun lichaam minder stollingsfactoren aanmaakt. Tijdens dit proces is het belangrijk om vast te stellen dat de INR-waarde (de stollingsgraad van het bloed) niet te erg de tegenovergestelde kant op neigt. Doordat de medicatie ook nog erg beïnvloedbaar is door externe factoren zoals andere medicijnen, voeding en eventuele ziekten, is het belangrijk dat de bloedwaarden regelmatig onder de loep genomen wordt.

Zelfzorg met een vingerprik

Een klein deel van de trombosepatiënten – bijna 50.000 mensen – controleert zelfstandig hun bloedwaarde. Deze patiënten volgen een online cursus, e-learning, en daarna krijgen ze bezoek van een verpleegkundige waarbij ze leren hoe ze met het meetapparaat om moeten gaan. Het meten gebeurt met een vingerprik in plaats van met een naald in de arm zoals bij de prikpost. De metingen en andere relevante medische omstandigheden moet de patiënt vervolgens zelf digitaal doorgeven, waarna de servicedesk en het doseerteam van De Nationale Trombose Dienst online begeleiding bieden.

Deze manier van zelfzorg geeft patiënten weer de vrijheid om te gaan en staan waar ze willen, en zorgt ervoor dat ze meer bewust zijn en verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen gezondheid. Daarnaast blijkt het minder complicaties op te leveren dan conventionele zorg. Dit gaat dan om complicaties als bloeduitstortingen, bloedingen en bloedpropjes. Deze zelfzorgmethode wordt – met inachtneming van het wettelijke eigen risico – in de basisverzekering van alle Nederlandse zorgverzekeraars volledig vergoed.

Kwaliteit als einddoel

Zelfzorg van De Nationale Trombose Dienst is volledig in lijn met de kernwaarden van de organisatie: zorg, vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. Maar het einddoel is het verbeteren van de kwaliteit. Uit verschillende onderzoeken blijkt dit dan ook het geval te zijn. Zo is er naast het onderzoek uit het tijdschrift The Lancet ook een onderzoek onder zelfzorgpatiënten van De Nationale Trombose Dienst uitgevoerd, waarin 150.000 meetmomenten werden bekeken. Hieruit bleek dat ze 87 procent van de tijd ‘goed ingesteld’’ waren, en dus maximaal beschermd tegen trombotische- en bloedingscomplicaties. Dit is een hoger percentage dan met reguliere trombosezorg gemiddeld bereikt wordt.

De periode waarin een patiënt de juiste balans in stollings- en antistollingsfactoren bereikt heeft, wordt ook wel TITR (Time in Therapeutic Range) genoemd. De TITR varieert vaak tussen de 55 en 75 procent maar kan oplopen tot 80 procent bij patiënten die goed getraind en gemotiveerd zijn om voor zichzelf te zorgen. Bij de zelfzorgmethode van De Nationale Trombose Dienst ligt dit percentage nog een stuk hoger. Onder gedegen begeleiding lijkt zelfzorg dus op meerdere aspecten de betere keuze te zijn, maar uiteindelijk hangt het af van de voorkeuren van de patiënt.

Meer informatie?
https://trombosezelfzorg.nl/