Bij jongeren die voor hun 12e met de politie in aanraking komen en op hun 18e nog steeds een gedragsstoornis hebben, blijkt beloningsgevoeligheid een grote rol te spelen. Terwijl deze jongeren minder reageren op beloning, reageren ze juist sterker op verlies.

Dit blijkt uit onderzoek van psychiater in opleiding Moran Cohn. Hij deed onderzoek naar de hersenfunctie van adolescenten met een delinquente voorgeschiedenis voor hun twaalfde levensjaar. “Een verstoring van hun beloningssysteem kan helpen begrijpen waarom hun opvoeding moeilijker verloopt, of therapie minder effectief is: mensen zijn afhankelijk van hun beloningssysteem voor het af- en aanleren van gedrag.” Moran Cohn promoveert 15 juni bij VU medisch centrum.

Criminele ontwikkeling

Kinderen die op jonge leeftijd overtredingen begaan, lopen het risico om als volwassenen crimineel te worden. Een dergelijke criminele ontwikkeling hangt vaak samen met een veelheid aan psychosociale problemen. Gelukkig maakt slechts een deel van de twaalfminners een ‘persisterende antisociale ontwikkeling’ door. Het politiecontact bij een ander deel blijkt slechts eenmalig te zijn en bij andere kinderen is er sprake van een voorbijgaand antisociaal gedragspatroon.

Moran Cohn onderzocht de samenhang tussen hersenkenmerken en hoog-risico ontwikkelingspatronen voor antisociaal (opstandig, agressief of crimineel) gedrag bij een unieke groep van 150 adolescenten van rond de 18 jaar. Ze hadden contact met de politie gehad voor hun twaalfde levensjaar. Voor dit onderzoek werd o.a. met een MRI-scan de hersenstructuur, -verbindingen en ook hersenfunctie bekeken.

Verstoorde angstrespons

Cohn vond bij een deel van deze jongeren naast afwijkende beloningsresponsen ook een verstoorde angstrespons. Sommige jongeren lijken daarbij ‘emotieloos’ te zijn en worden daardoor niet weerhouden om agressief gedrag in te zetten om hun doel te bereiken. Anderen zijn juist té ‘emotioneel’ en voelen zich snel bedreigd. Ze zijn geneigd om zich te verdedigen, waardoor ze telkens weer in conflicten terecht komen. Angstbeheersing of het gebrek daaraan kan bij deze jongeren een rol spelen bij de ontwikkeling van zowel antisociale- als andere psychische problemen.

Psychopathische persoonlijkheidstrekken

Tenslotte zag Cohn een samenhang tussen psychopathische persoonlijkheidstrekken en verschillende hersenfuncties, -structuren en -verbindingen. Cohn suggereert dat de effectiviteit van behandelingen in de toekomst verhoogd zou kunnen worden door rekening te houden met dit soort persoonlijkheidstrekken en daarmee met de functie van verschillende hersensystemen.

Vervolgonderzoek is nodig om uit te vinden of deze bevindingen de behandeling van antisociale jongeren inderdaad kunnen verbeteren, waardoor deze kwetsbare jongeren geholpen kunnen worden om persistentie te voorkomen en hun leven weer op te pakken.

Bron: VUmc

Deel dit artikel via:

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin