Conflicten thuis bij jongeren met gedragsproblemen kunnen zó uit de hand lopen dat een uithuisplaatsing dreigt. Gelijkwaardig samenwerken met het gezin, de directe omgeving en professionals kan dit voorkomen. Dat bewijst de JIM methodiek. Suzanne de Ruig, teamleider en systeemtherapeut 12+, en Fawzia Nasrullah, bestuurder, van Youké lichten het belang toe.

Waarom is het zo belangrijk om vanuit de eigen kracht van het gezin en de jongere te werken?

De Ruig: “Het doel is dat het gezin zelf, op eigen kracht verder kan. Met behulp van hun sociale netwerk maar zonder professionele hulpverlening. Om dit te bereiken kun je werken met de JIM aanpak. JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor. De jongere kiest zelf een mentor die hij vertrouwt en waar hij zich goed bij voelt. Dat kan de buurvrouw, een familielid of goede vriend van de familie zijn. De mentor is een vertegenwoordiger voor de jongere richting ouders en professionals. Hij of zij heeft een emotionele band met de jongere en vormt zo een prachtige combinatie met de professionele hulpverlener. Hoofd en hart.

De samenwerking is superbelangrijk, zeker in het begintraject. Al is de hulpverlener nog zó goed, als de jongere of ouders niet willen veranderen, sta je machteloos. Door de verbinding die de mentor legt kun je sneller tot de kern van de (gezins)problematiek komen. Het gezin staat eerder open om te veranderen en te werken aan de oplossing.”

Wanneer zet je deze methodiek in?

De Ruig: “Het wordt gebruikt bij de groep jongeren die anders uit huis geplaatst zouden worden. Op deze manier blijven deze jongeren dus thuis wonen in plaats van dat ze terechtkomen in de crisisopvang of 24-uurshulp met verblijf. We weten al lang dat uithuisplaatsingen uiteindelijk niet werken. Haal de jongere niet uit zijn systeem, maar leer het gezin hoe ze hun netwerk kunnen versterken en hoe de jongere die kan inzetten. Het is belangrijk te realiseren dat de JIM door de jongere zèlf is gekozen en dat wij als hulpverleners de mentor in zijn of haar waarde moeten laten. Het gezin kiest zijn eigen mensen. Het vraagt van ons als hulpverleners vaardigheden om goed met de mentor gelijkwaardig samen te werken, want daarin schuilt de kracht van de methode.”

Wat betekent dit voor hulpverleners-organisaties?

Nasrullah: “Door de hulp zoveel mogelijk te verplaatsen naar de thuissituatie kun je veel meer gebruik maken van de jongere en de omgeving zelf. De uitdaging voor de Jeugd- en Opvoedhulp was en is om betere kwaliteit te leveren voor minder geld. De Zorg voor Jeugd werd in 2015 bovendien overgebracht naar de gemeentelijke overheid; dat betekende voor veel hulporganisaties en ook voor ons integraal werken en een nieuwe positionering. We zijn daarom hulpprogramma’s gaan ontwikkelen waarin de eigen kracht, talentgericht, oplossingsgericht en resultaatgericht denken centraal stonden.

Intersectoraal; met de Jeugd- en Opvoedhulp, GGZ, verslavingszorg en zorg voor (licht) verstandelijk beperkten. JIM is daar een voorbeeld van. Voor onze organisatie en medewerkers betekende dat een enorme verandering, waarbij eveneens meer werd gefocust op de zelfstandigheid en eigen kracht van de professionals. Zij moeten de samenwerking aangaan met de JIM op basis van gelijkwaardigheid. We geloven in de methodiek en de toegevoegde waarde. Daarom ontwikkelen we de aanpak door voor andere hulpvragen.”